skip to Main Content

Veel mensen met MS krijgen problemen met spreken. Dat uit zich meestal in onduidelijk, onnauwkeurig en/of langzaam praten (‘dysartrie’). Hier lees je meer over dysartrie en andere spraakproblemen, wat de oorzaken en gevolgen zijn en wat je eraan kunt (laten) doen.

Welke spraakproblemen komen voor?

  • Onduidelijk, onnauwkeurig en/of langzaam praten (dysartrie). Dit is de meest voorkomende spraakklacht bij MS.
  • Snel en onverstaanbaar spreken (broddelen)
  • Zachte of zwakke stem door ademhalingsproblemen.
  • Moeite om hard genoeg (voldoende volume) en snel genoeg (normaal tempo) te praten.
  • Nasaal praten (alsof je een verstopte neus hebt).
  • Zeer lange pauzes tussen woorden of lettergrepen.
  • Niet goed begrijpen wat iemand zegt en moeite hebben om een goede zin te maken (‘dysphasie’). Lees hierover meer op klachtenpagina Cognitie.

Spraakproblemen verergeren vaak als je moe bent en in periodes van terugval.

Wat zijn de oorzaken?

Verschillende gebieden in de hersenen controleren onze spraakpatronen. De hersenstam is hierbij heel belangrijk. MS-laesies in dit gebied kunnen het spreken aantasten.

Wat zijn de gevolgen?

Het is lastig om een gesprek te voeren als je onduidelijk praat. Soms is het frustrerend als de ander je niet verstaat. Hierdoor kan het zijn dat je contacten uit de weg gaat. Als je onduidelijk praat en door de MS ook minder goed beweegt, kunnen mensen denken dat je dronken of verstandelijk beperkt bent. Dit kan je zelfvertrouwen aantasten en je angstig maken.

Moeilijker spreken door MS

Welke behandelmethoden zijn er?

Een logopedist kan je helpen meer controle over je spraak te krijgen, zodat je weer beter verstaanbaar bent. Zo leer je:

  • het belang van een goede houding;
  • hoe je relevante spieren zo sterk mogelijk maakt;
  • hoe je duidelijk kunt articuleren, langzamer kunt spreken en regelmatig kunt pauzeren;
  • hoe je de klemtoon en intonatie (klank van je stem) kunt versterken;
  • in gesprekken de belangrijkste punten eerst te vertellen, omdat je dan nog voldoende energie hebt;
  • hoe je de strijd met achtergrondgeluid kunt vermijden (harder praten kan spasmen verergeren en het articuleren verminderen);
  • hoe je spasmen van de tong kunt verminderen;
  • je ademhaling controleren;
  • hoe je stemversterkers of andere communicatiehulpmiddelen kunt gebruiken.

Logopedie heeft het meest succes in periodes van terugval. Het is dus belangrijk dat je bij spraakklachten zo snel mogelijk naar een logopedist gaat. Door regelmatige controle en vervolgtherapie kun je (nieuwe) problemen vroeg ontdekken en misschien zelfs voorkomen.

Wat kun je zelf doen?

Je kunt thuis oefeningen doen om de spieren te trainen die belangrijk zijn bij het spreken. Voor veel van deze oefeningen kun je het best een spiegel gebruiken.

  • Blaas met een rietje zo lang mogelijk bellen in een glas water. Steek het rietje hierbij 4 tot 5 cm in het water.
  • Adem diep in en blaas zo hard mogelijk uit.
  • Zeg zo lang mogelijk één klank op één uitademing.
  • Zeg enkele malen ‘aa’, ‘ie’ en ‘oe’. Zorg dat je lippen goed bewegen.
  • Steek je tong uit en krul de tongpunt afwisselend naar je neus en kin.
  • Steek je tong uit en probeer deze afwisselend te ontspannen (brede tong) en op te spannen (smalle tong).
  • Slinger je tongpunt tussen je mondhoeken. Zorg ervoor dat je tong je onder- en bovenlip niet raakt.
  • Zeg enkele keren zo krachtig mogelijk ‘K’.
  • Blaas je wangen zo dik mogelijk op. Breng de lucht daarna van de ene naar de andere wang.
  • Zuig je wangen zo diep mogelijk in.
  • Beweeg je onderkaak zo ver mogelijk naar links en naar rechts.
  • Breng je onderkaak zo ver mogelijk naar voren en trek deze dan zo ver mogelijk terug naar achteren.

Headerfoto: Martin de Bouter

Dit vind je misschien ook interessant...

Back To Top