skip to Main Content
Behandeling Van Spierstijfheid En Spasmen

Behandeling van spierstijfheid en spasmen

Behandeling van spierstijfheid en spasmen

Spierstijfheid en spasmen, ook wel spasticiteit genaamd, zijn symptomen die regelmatig bij MS voorkomen. Het is meestal mogelijk om spasticiteit zelf de baas te blijven maar als behandeling nodig is, dan is een multidisciplinaire benadering van spierstijfheid en spasmen het beste.

Wat is spasticiteit?

Spieren hebben een normale mate van spanning of ‘tensie’. Spierstijfheid – spasticiteit – is voornamelijk het gevolg van toenemende spierspanning. Die spierspanning voelt bij het bewegen van armen of benen aan als ‘stijfheid’. Bewegen is dan beperkt mogelijk en soms pijnlijk. Het is moeilijk om een lichaamsdeel te bewegen omdat de spieren zo strak aanvoelen, zelfs als de spier waar het om gaat in feite zwak is.

Bewegen kun je omschrijven als het aanspannen van één groep spieren terwijl de andere groep spieren ontspant. Bewegen doe je door een heleboel ingewikkelde boodschappen te verzenden van de hersenen via het ruggenmerg naar de spieren en weer terug. Bij MS worden deze boodschappen soms niet doorgegeven omdat de wegen vanuit de hersenen en het ruggenmerg geblokkeerd zijn. Ook kunnen boodschappen door elkaar worden gehaald zodat meer dan één groep spieren op hetzelfde moment samentrekt.

Spasmen zijn onwillekeurige bewegingen van de spieren in de ledematen of in de romp. Je hebt dan geen controle over deze, soms heftige, bewegingen. Spasmen kunnen in drie spiergroepen voorkomen:

  • buigspieren; een arm of been buigt naar boven;
  • strekspieren: een arm of been strekt zich;
  • adductie: aanvoerende spieren, spierbeweging naar het lichaam toe.

Sommige mensen hebben last van ‘klonische krampen’, dat zijn snelle ritmische samentrekkingen van een spier of spiergroep, zoals het ritmisch met je voet tikken. Deze constante bewegingen kunnen soms eindeloos doorgaan en daardoor bijzonder irritant zijn. De term spasticiteit is een ander woord voor spierstijfheid maar het woord wordt ook vaak gebruikt om spasmen en klonische krampen mee aan te duiden.

De gevolgen van stijfheid en spasmen

Niet iedereen die last heeft van spasticiteit voelt pijn maar pijn en spasticiteit gaan wel vaak samen. Oorzaak van de pijn is het korter worden van de weefsels door spierstijfheid, waardoor de ledematen moeilijk buigen en strekken. Deze verschrompeling of verkorting van de weefsels kan blijvend worden en dan dus pijn veroorzaken. Deze blijvende samentrekking wordt ook wel aangeduid met contractuur. Sommige mensen met spasticiteit ervaren een diepe knagende pijn in hun gewrichten.

Stijfheid en spasmen kunnen gevolgen hebben op zowel het lichamelijke als het emotionele vlak. Zo kan spasticiteit het lopen moeilijk of zelfs onmogelijk maken, het in of uit een stoel te komen, de zogenoemde transfers te maken, zich te wassen, aan te kleden of te genieten van seksualiteit. Als de ledematen verstijven kan zelfs zitten en liggen moeilijk en pijnlijk worden.

Oncontroleerbare spasmen brengen mensen vaak ernstig in verlegenheid. Het is ook moeilijk om een ander de gevolgen van spasticiteit duidelijk te maken. Daarom kan spasticiteit ook negatief inwerken op het zelfbeeld met als gevolg het optreden van depressies en een gebrek aan motivatie.

Dat wil nog niet zeggen dat spasticiteit altijd schadelijk is. Sommige mensen gebruiken hun spierstijfheid en spasmen om hen te helpen functioneren. Zo kan spasticiteit bijvoorbeeld helpen het gewicht van het lichaam te houden en de spierzwakte te compenseren, waardoor iemand kan blijven lopen of staan of transfers te maken.

Zelfredzaamheid

Als je last hebt van spasticiteit kun je een heleboel doen om jezelf te helpen. Het vermijden van bepaalde situaties, gevoelsprikkels en omgevingsinvloeden kan er voor zorgen dat spasticiteit beter te hanteren is. Als je hulp van anderen krijgt, zorg er dan voor dat zij zich ook bewust zijn van de dingen die jouw spasticiteit verergeren.

Factoren die spasticiteit verergeren zijn ondermeer een volle blaas, een urineweginfectie, obstipatie, verkoudheid en griep, een prothese dragen die te strak zit, drukplekken (decubitus), blaren of zelfs ingegroeide teennagels, maar ook hitte en luchtvochtigheid. Hou een lijstje bij van de dingen die jouw symptomen beïnvloeden.

Het is ook belangrijk te vermijden dat je je lichaam, of je nu zit, staat of ligt, in allerlei vreemde bochten gaat wringen. Dit kan juist tot meer pijn, stijfheid en contracturen leiden. Als je advies of hulp nodig hebt bij het omgaan met je spasticiteit, praat er dan over met een zorgverlener, zoals je huisarts, de MS verpleegkundige, incontinentie adviseur, wijkverpleegkundige, neuroloog, ergotherapeut of fysiotherapeut.

Behandeling van stijfheid en spasmen

Spierstijfheid en spasmen hebben op iedereen een andere invloed, dus wat de één helpt zou jou mogelijk niet kunnen helpen. Beter dan te vertrouwen op één op zichzelf staande behandeling of therapie is een multidisciplinaire benadering.

De eerste stap is het bepalen van de behandeldoelen. Er zijn veel mogelijke behandeldoelen die besproken en geaccepteerd moeten worden door jezelf, de verzorger(s) en het revalidatieteam. Een eerste doel zal waarschijnlijk het verbeteren en in stand houden van het functioneren zijn. Andere doelen zijn:

  • het verminderen van pijn
  • het verbeteren van de mobiliteit door gebruik te maken van geschikte passende protheses of fysiotherapie
  • het verbeteren van de zithouding
  • het verminderen van de kans op complicaties door contracturen en/of decubitus.

Het behandeldoel is soms met betrekkelijk eenvoudige maatregelen te bereiken. Bijvoorbeeld het corrigeren van een verkeerde manier van zitten, het herstellen van strakke catheterzakken aan het been of slecht passende prothesen, aandacht besteden aan pijnlijke huidaandoeningen zoals drukplekken/decubitus evenals het uitbreiden en veranderen van aanwezige hulpmiddelen.

Iemand kan meer dan één behandeldoel hebben, maar alle doelen zullen moeten worden geaccepteerd en zorgvuldig worden vastgelegd. Dit maakt het mogelijk de vorderingen bij te houden en de behandeling aan te passen als dat noodzakelijk is.

Fysiotherapie en ergotherapie

Fysiotherapie heeft tot doel het versterken, strekken en ontspannen van spieren, het vergroten van gewrichtsbewegingen en het verbeteren van de circulatie. Een fysiotherapeut kan voor een serie op maat gesneden oefeningen zorgen die je thuis kunt doen.

Voorafgaand aan het opstellen van een behandelschema, zal de fysiotherapeut je conditie beoordelen en bekijken en van welke symptomen je last hebt. Ook zal hij kijken hoe je je beweegt en je lichaam houdt. Fysiotherapie kan helpen symptomen te verlichten en voorkomen dat je terugvalt in je oude gewoonten, zoals een slechte houding of verkeerd bewegen. Gewoonten die de spasticiteit verergeren of andere problemen veroorzaken.

Misschien moet je de manier waarop je loopt veranderen. Een fysiotherapeut kan aanbevelen dat er een beugel of een spalk voor je wordt gemaakt om het bewegen makkelijker te maken en contracturen te voorkomen.

Een fysiotherapeut kan ook een programma van strekoefeningen maken, waarmee je kunt proberen je spieren te verlengen. Door die oefeningen te doen kun je het aantal spasmen verminderen en de stijfheid verlichten. Strekoefeningen kunnen zowel actief als passief worden gedaan. Passief wil zeggen dat iemand anders je lichaam voor je beweegt. De fysiotherapeut zal met jou zelf en zonodig ook met je zorgverlener(s) werken.

Voor ernstige spasticiteit kan een fysiotherapeut gewichtsondersteunende oefeningen aanbevelen, zoals staan bijvoorbeeld. Zelfs als je niet meer lopen kunt, kan rechtop staan een positieve invloed hebben op spasticiteit.

Hydrotherapie, oefenen in water, is ook goed voor het ontspannen van de ledematen. Af en toe, onder begeleiding van een fysiotherapeut, kunnen koude pakkingen (cryotherapie) worden toegepast. Massage kan helpen bij spierstijfheid, maar als het niet op de juiste manier wordt gedaan, kan het de spasmen ook verergeren.

Ergotherapeuten werken samen met fysiotherapeuten. Zij beginnen naar je fysieke symptomen te kijken en hoe deze je dagelijkse routine beïnvloeden. Daarna proberen ze jouw niveau van onafhankelijkheid in het dagelijks leven te verbeteren of in ieder geval te behouden. Ze kunnen voorstellen doen om sommige dagelijkse dingen op een bepaalde manier te doen, waarbij ze rekening houden met jouw spasticiteit. Bijvoorbeeld hoe je opstaat en gaat zitten en hoe beïnvloeden je spasticiteit deze transfers.

Een ergotherapeut kan bepaalde hulpmiddelen aanbevelen, waardoor sommige taken makkelijker worden. Samen met je ‘zorgteam’ kan hij er voor zorgen dat je bed, je stoel of je rolstoel geschikt zijn voor wat jij nodig hebt.

Medicijnbehandelingen

Medicijnen tegen spasticiteit zullen met enige terughoudendheid worden bekeken. Als je last hebt van lichte spasticiteit, dan moet het voordeel van medicijnen slikken goed worden afgewogen tegen de mogelijke bijwerkingen van medicijnen.

Er zijn drie gangbare medicijnen: baclofen, dantrolene en tizanidine. Zij hebben min of meer dezelfde bijwerkingen, te weten: spierzwakte, slaperigheid en vermoeidheid. Over het algemeen geldt hoe ernstiger de spasticiteit hoe noodzakelijker een behandeling met medicijnen wordt.

Een behandeling mag nooit beginnen voordat een zorgvuldige bespreking en planning van de behandeldoelen is vastgesteld. De patiënt om wie het gaat, moet gedurende een langere periode worden gevolgd om er zeker van te zijn dat de gestelde doelen worden bereikt en de behandeling nog steeds noodzakelijk is.

In minder ernstige gevallen van spasticiteit kan orale behandeling (pillen, tabletten etc.) voldoende zijn om de behandeldoelen te bereiken. Orale medicijnen tegen spasticiteit helpen over het algemeen beter bij “diffuse” spierspasticiteit (verspreid over een gebied) dan bij spasticiteit die is gelokaliseerd in een of enkele spiergroepen. Over het algemeen zal de orale behandeling worden begonnen met een lage dosering en zal de dosering onder zorgvuldige begeleiding langzaam worden opgevoerd.

Voor de meeste mensen, met gemiddelde tot ernstige spasticiteit, is orale medicatie slechts één onderdeel van de hele therapeutische benadering. Bij spasticiteit op – zeg maar – gelokaliseerde plaatsen, denkt men vaak met name aan een gerichte benadering. Maar, orale medicatie kan hierbij toch vaak meehelpen om de spieren te ontspannen.

Reguliere behandelingen:

Baclofen Tabletten (Lioresal) Baclofen wordt wijdverbreid voorgeschreven om spasticiteit bij MS te behandelen. Het is een spierverslapper die werkt in het centrale zenuw stelsel. Baclofen wordt gestart in een lage dosering en langzaam verhoogt om de dosering te vinden die het meest effect heeft. Gangbare bijwerkingen zijn o.a. spierzwakte, slaperigheid, duizeligheid en vermoeidheid.
Dantrolene (Dantrium) Verkrijgbaar voor orale toediening. Het wordt vaak gebruikt als andere medicijnen (alleen of in combinatie) tekort schieten in het voldoende beperken van de spasticiteit. Het medicijn werkt direct op de spieren door hun vermogen om samentrekken te verminderen. Bijwerkingen zijn o.a. spierzwakte, slaperigheid en vermoeidheid en het kan ook leverbeschadiging en bloed-afwijkingen veroorzaken. Daarom zijn regelmatige bloedonderzoeken noodzakelijk bij langdurig gebruik.
Tizanidine (Zanaflex) Een orale therapie. Dit middel werkt op het centrale zenuw stelsel en er moet langzaam mee worden begonnen. Bijwerkingen zoals spierzwakte, slaperigheid en vermoeidheid zijn regel, maar worden vaak als minimaal beschreven. Echter bijwerkingen kunnen ook leverproblemen inhouden. Dus zijn regelmatige bloedonderzoeken vereist. Er wordt gesteld dat tizanidine niet zo veel spierzwakte veroorzaakt als baclofen, maar dit verschilt van persoon tot persoon.
Diazepam (Valium) Kan apart worden gebruikt of in combinatie met andere medicijnen. Het kan nuttig zijn om het te gebruiken voor het slapen gaan als spasmen ’s nachts bijzonder hinderlijk zijn. Bijwerkingen kunnen o.a. slaperigheid en duizeligheid zijn. Het wordt niet langer wijdverbreid gebruikt als behandeling tegen spasticiteit.
Intrathecaal baclofen Wordt gebruikt bij ernstige spasticiteit, gewoonlijk als er ernstige functionele spasticiteit is of onhandelbare pijn waar andere behandelingen niet bij werken. Vloeibare baclofen kan direct worden ingespoten in het spinale vocht (via de wervelkolom) dat het ruggenmerg omgeeft, hierbij wordt gebruik gemaakt van een automatische pomp die chirurgisch is ingebracht. Omdat het medicijn direct doelgericht wordt geleid naar het deel van het lichaam waar het werkt en doorlopend wordt toegediend, kunnen lage doseringen worden gebruikt en daardoor bijwerkingen worden beperkt. Risico’s zijn infecties, pompgebreken, catheterbewegingen en overdosering. De pomp zou alleen in erkende centra moeten worden ingebracht.
Intrathecaal Phenol Soms wordt dit middel gebruikt om ernstige uitgebreide spasticiteit in de onderste ledematen te behandelen bijvoorbeeld als chirurgie niet geschikt is voor iemand. Een gezondheidszorg professional mag de phenol regelrecht inspuiten in de spinale vloeistof. De behandeling kan worden overwogen als mensen geen bewegings- en gevoels-functie meer hebben in de onderste ledematen.
Botulinum toxine (Botox, Dysport) Het medicijn zal alleen worden geïnjecteerd door clinici die ervaren zijn in het diagnosticeren en behandelen van spasticiteit. Het zou onderdeel kunnen uitmaken van een revalidatieprogramma dat fysiotherapie, oefening na de injectie en spierstrekken omvat. Men zou voor de behandeling zorgvuldig moeten worden geselecteerd en alle injecties zouden moeten worden gevolgd door een officieel onderzoek naar het resultaat. De richtlijnen zeggen: Dit krachtige gif is gezuiverd en gericht op nuttige behandeling. Het wordt direct in een spier geïnjecteerd, het kan spierspanning verminderen en plaatselijke spasticiteit behandelen. De effecten duren twee tot vier maanden. Bijwerkingen kunnen o.a. spierzwakte inhouden. Er zijn nu richtlijnen voor het gebruik van het botuline toxine die de ervaringen samenbrengen die klinisch medici gedurende jaren hebben opgebouwd

Andere behandelingen

  • Chirurgie: alhoewel tegenwoordig minder gebruikelijk dan in het verleden, dankzij de vooruitgang in medicamenteuze therapieën, kunnen sommige artsen neurochirurgische of orthopedische behandelingen aanbevelen bij patiënten met spasticiteit.
  • Alternatieve behandelingen: sommige mensen met spasticiteit vinden aanvullende therapieën zoals acupunctuur en ontspanningtechnieken als meditatie en yoga nuttig.
  • Cannabis: er wordt vaak gezegd dat cannabis spasticiteit en pijn kan verlichten. Klinische onderzoeken om de effectiviteit van de behandeling bij MS vast te stellen worden op dit moment gedaan. Tegenwoordig is het nog steeds, in de meeste landen, een illegaal medicijn en kan niet worden voorgeschreven.

*Met dank aan MS Matters van de Engelse MS Society en aan Els Mons van het MSweb vertaalteam.

 

Dit bericht heeft 1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top