Leren omgaan met de elektrische tandenborstel

Er is geen noemenswaardig verschil tussen het gebit van mensen met en zonder multiple sclerose maar mensen met MS kunnen wel (veel) meer moeite hebben met het noodzakelijke gebitsonderhoud. Hierdoor is het van belang om naast de voor iedereen geldende preventieve maatregelen een aantal preventieve maatregelen te bespreken die speciaal voor mensen met MS van belang kunnen zijn.

Door: dr. Barbara M. van Amerongen*

Een gebit is een handig hulpmiddel en gelukkig zijn tand en mondziekten tegenwoordig nagenoeg geheel te voorkomen wanneer de beschikbare kennis goed wordt toegepast. In dit eerste artikel wordt ingegaan op het normale gebitsonderhoud dat voor iedereen van belang is en dus ook voor mensen met MS. Daarnaast worden een aantal extra maatregelen speciaal voor mensen met MS gesuggereerd.

Mensen met MS kunnen vaker last hebben van hun kaakgewricht en van aangezichtspijnen en ook wijkt de samenstelling van hun speeksel af. Een volgend artikel gaat op deze onderwerpen in. Ook zal dan het onderzoek naar MS en het tandheelkundig vulmateriaal ‘amalgaam worden besproken. De lezers met MS worden bovendien uitgenodigd hun persoonlijke vragen op tandheelkundig gebied op te sturen – aan de redactie -, die kunnen in het volgende artikel worden beantwoord. Maar nu eerst de drie gebitskwalen: cariës, parodontitis en erosie.

Cariës

Cariës is de ziekte die de caviteiten of gaatjes in tanden en kiezen veroorzaakt. Cariës ontstaat door het te frequent eten van suiker en andere koolhydraten zoals, brood, aardappelen en spaghetti.

Bacteriën in de mond zetten koolhydraten, met name suiker, om in zuren. Tanden en kiezen lossen lokaal onder het oppervlak op in dit bacterieel zuur. Dit oplossen in zuur heet demineralisatie. Na het eten repareert het speeksel steeds de schade. Dat heet remineralisatie.

Het proces van de- en remineralisatie wisselt elkaar na elke consumptie af. Als het evenwicht tussen de- en remineraliseren uit balans raakt ontstaat er een gaatje. Dit evenwicht raakt uit balans als het speeksel geen tijd krijgt om te repareren.

Het remineraliseren kan pas na ongeveer 10 minuten beginnen en kan dan wel twee uur duren. De tijdsduur hangt af van het speeksel en het gebruik van fluoride. Als het speeksel geen kans krijgt om te remineraliseren, doordat er te snel, zeg binnen een uur, weer iets koolhydraatrijks wordt gegeten of gedronken ontstaat er langzaam maar zeker een gaatje.

Als vuistregel geldt: niet vaker dan om de twee uur iets koolhydraathoudens eten of drinken om geen nieuw gaatje in tanden en kiezen te krijgen. Tijdens de slaap is er nauwelijks speekselvloed en kan het speeksel dus niet remineraliseren. Vandaar dat het erg belangrijk is om voor het slapen gaan, en dat geldt ook voor het dutje overdag, de tanden te poetsen met fluoridetandpasta.

Kiespijn na het eten of drinken van zoete voedingsmiddelen kan een teken van tandcariës zijn. Meer dan één gaatje in drie jaar, is het teken dat het evenwicht tussen de- en remineralisatie uit balans is. Dit evenwicht kan worden hersteld door òf de mondhygiëne te verbeteren, òf het fluoride-gebruik aan te passen, òf het voedingspatroon te wijzigen en als dat alles niet helpt door het speeksel te laten onderzoeken.

Parondontitis

Parodontitis is de ontsteking van het tandvlees en het bot rondom de tanden en kiezen. Bacteriën kunnen tussen de tand en het tandvlees inkruipen en al na twee dagen (48 uur) een tandvleesontsteking veroorzaken. Hierdoor gaat het tandvlees bloeden.

Door deze ontsteking gaan, als er niet beter wordt gepoetst, uiteindelijk de tanden en kiezen eerst losstaan en vervolgens verloren. Bloedend tandvlees is dus het teken dat bacteriën niet op tijd of niet goed van de tanden worden verwijderd. Kortom dat de patient niet goed poetst.

Erosie

Erosie wordt veroorzaakt door zure voedingsmiddelen en dranken, zonder de tussenkomst van bacteriën, maar ook door het zuur uit de maag. Zoals de zure regen de standbeelden doet smelten, lossen onze tanden en kiezen nu niet lokaal op zoals bij cariës maar langzaam aan lost het glazuuroppervlak op door deze zuren.

Er zijn veel voedingsmiddelen die zuren bevatten, bijvoorbeeld sinaasappels, citroenen, grapefruits, vruchtensappen, alle frisdranken met belletjes (koolzuur) en wijn. Hierbij geldt net als bij cariës dat de inname-frequentie van belang is.

Een glas frisdrank per dag in één keer leegdrinken is minder schadelijk dan om het half uur een slokje nemen, want in dat geval krijgt het speeksel geen tijd om te remineraliseren. Gevoelige of pijnlijke tandhalzen na het eten of drinken van zure voedingsmiddelen kunnen een teken van tanderosie zijn.

Algemene Preventie

De Algemene Preventieve Maatregelen A, B, en C. gelden voor iedereen om de drie gebitsaandoeningen cariës, parodontitis en erosie te voorkomen.

A. het algemeen advies mondhygiëne
2 x per dag poetsen, waarvan 1 x per dag met de gewone tandenborstel en 1 x dag met de elektrisch tandenborstel. 1 x per dag de toegankelijke ruimten tussen de tanden en kiezen reinigen met, afhankelijk van de grootte, interdentale borstels, tandenstokers of dental floss.

B. het algemeen voedingsadvies
maximaal 7 x per dag eten of drinken, drie hoofdmaaltijden en vier tussendoortjes, eventueel suiker(koolhydraat)- en/of zuurhoudend, en anderhalve liter vloeistof drinken (maar niet suiker(koolhydraat)- en/of zuurhoudend), zoals water uit de kraan of melk.

C. het fluoride-basisadvies
2 x per dag poetsen met fluoridetandpasta voor volwassenen.

Het fluoride-basisadvies vraagt nog om een toelichting. Voor de preventie van cariës en erosie is het van belang dat er gedurende de dag en de nacht een geringe concentratie fluoride in de mond aanwezig is. Fluoride remt de deminerlisatie, bevordert de remineralisatie en – in mindere mate – remt de zuurvorming door bacteriën. Een geringe fluoride-concentratie wordt bereikt door twee fluoride-momenten per dag.

De belangrijkste toepassing van fluoride voor de preventie van tandcariës en erosie is fluoridetandpasta. De voorkeur wordt derhalve gegeven aan twee poets-momenten per dag met fluoridetandpasta. Eén keer poetsen met fluoridetandpasta en één keer op een ander moment spoelen met fluoridespoelmiddel mag natuurlijk ook.

Grondig spoelen met water na het tandenpoetsen verlaagt de fluoride-concentratie van het speeksel in de mond; daarom is het, zeker voor het slapen gaan, beter om na het tandenpoetsen niet krachtig met water te spoelen, maar om de fluoridetandpasta gewoon uit te spugen of slechts licht met water te spoelen.

Mensen met MS

De hierboven besproken Algemene Preventieve Maatregelen zijn voor iedereen van belang maar voor mensen met MS zijn een aantal extra preventieve maatregelen zeker aan te bevelen. Die maatregelen zijn:

  1. goed leren omgaan met de elektrische tandenborstel.
  2. tandenpoetsen met fluoridetandpasta voor het slapen gaan, ook als dat overdag gebeurt.
  3. indien 2 x per dag poetsen problemen oplevert, dan 1x per dag heel grondig met fluoridetandpasta poesten en 1 x per dag op een ander moment grondig gedurende één minuut met een fluoridespoelmiddel, zoals ACT, spoelen.
  4. Sensitive tandpasta met een hogere fluoride-concentratie gebruiken (1500-2300 ppm*) in plaats van de fluoridetandpasta voor volwassenen (1000 ppm).
  5. in overleg met de tandarts de bezoekfrequentie aan de tandarts optimaliseren, minimaal 1 x per jaar en maximaal 4 x per jaar.
  6. in overleg met de tandarts of mondhygiënist de bezoekfrequentie aan de mondhygiënist optimaliseren, minimaal 1 x per jaar en maximaal 1 x per twee weken.

Tandheelkundige preventie voor mensen met MS bestaat uit twee lagen. De algemene preventieve maatregelen A, B, en C. gelden voor iedereen. Mocht het nu zo zijn dat dit ABC tekort schiet – er ontstaat bijvoorbeeld meer dan één gaatje in drie jaar, het tandvlees bloedt of er is sprake van gevoelige tandhalzen – dan kan voor het verkrijgen van een stabiele mondgezondheid dit ABC worden aangevuld met de hierboven besproken individuele preventieve maatregelen.

Lees hier deel 2 van Mondzorg en MS

*ppm = parts per million (1000-1500 ppm = 0,1-0,15%)

dr. Barbara van Amerongen is tandarts en was verbonden aan de afdeling Orale Biologie van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam

Eerder verschenen in MenSen 1999, nr. 4
Laatste wijzigingen: april 2010

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *