Ongeveer 50 procent van de mensen met MS krijgt ooit te maken met een depressie. Drie keer zo vaak als mensen zonder MS. Daarnaast ervaren veel mensen met MS problemen met bewegen, het gevoel of hun cognitie (bijv. geheugen, aandacht en concentratie). Dit maakt het leven voor een MS patiënt natuurlijk niet fijner.

De oorzaak van depressieve klachten bij MS is niet bekend. Enerzijds kan het zijn dat mensen met MS een depressie ontwikkelen omdát ze bewegings-, gevoels- en cognitieve problemen ervaren en daar hinder van ondervinden in hun dagelijks leven. Dat zou een psychologische reden voor de depressie zijn.

Anderzijds kan er ook een meer biologische reden zijn: afwijkingen in het brein zijn dan de directe oorzaak van een depressie.

En we weten: hoe erger de depressieve symptomen, hoe minder goed het cognitief functioneren. De verschillende type klachten kunnen niet los van elkaar worden gezien.

Er bestaat een aantal methoden om depressieve klachten te verminderen, zoals antidepressiva en (gedrags)therapie. Het slikken van antidepressiva zorgt ervoor dat de balans van verschillende stofjes (neurotransmitters) in het brein hersteld wordt. Deze vorm van behandeling is ingrijpend en kan ook bijwerkingen veroorzaken.

Daarom zal er veelal gestart worden met gedragstherapie, waarbij mensen geholpen worden om de sombere gedachten te vervangen door positieve gedachten. Momenteel loopt er een studie van Rosa Boeschoten (GGZ inGeest) die kijkt naar het effect van een online gedragstherapie op de depressieve symptomen van mensen met MS.

Resultaten van de pilotstudy die hieraan vooraf ging waren veelbelovend: mensen met MS die deze vorm van therapie volgden, hadden na afloop een significant betere gemoedstoestand. Als hersenonderzoeker met interesse in cognitie komt er direct een aantal vragen bij mij bovendrijven: welke effecten heeft deze online cursus in het brein? Gaan hersengebieden harder werken? Worden andere gebieden misschien meer actief? En zijn dat ook die gebieden die met cognitie samenhangen?

Nieuwe studie

Om deze spannende vragen te beantwoorden, hebben Rosa en Hanneke (Hulst) recentelijk een subsidie ontvangen om bij een aantal van de deelnemers van Rosa’s studie hersenscans te maken en neuropsychologische tests af te nemen. Bij deze nieuwe studie ga ik ze helpen met dataverzameling en analyse. Voordat de deelnemers starten met de online cursus gaan we scans van het brein maken en neuropsychologische tests afnemen. Dat herhalen we vervolgens nadat de cursus is afgerond.

Bij een controle groep (ook mensen met MS) nemen we dezelfde metingen af, met het enige verschil dat deze groep niet de cursus volgt tussen de twee meetmomenten in (ze mogen na hun deelname de cursus volgen). Deze controlegroep is natuurlijk erg belangrijk, omdat we zonder deze groep nooit te weten komen of de veranderingen die we waarnemen gerelateerd zijn aan de online cursus of gewoon ‘toeval’ zijn.

Waar kijken we naar in het brein (en waarom)?

Wat verwachten we eigenlijk te vinden als we kijken naar het effect van de online behandeling op het brein? Dat is lastig te voorspellen, omdat het de eerste studie is die dit onderzoekt bij MS. We kunnen niet anders dan onze anatomische voorkennis gebruiken en focussen daarom op een hersengebied dat belangrijk is voor emotie en depressie: de amygdala.

In een voorgaande studie waarbij mensen (zonder MS) met en zonder depressie emotionele informatie te verwerken kregen in de MRI scanner, lieten deze twee groepen verschillen in activatie van de amygdala zien. In onze nieuwe studie laten we de deelnemers ook zo’n ‘amygdala-taak’ uitvoeren in de MRI scanner.

Het grootste verschil met de hiervoor genoemde studie is dat we gaan kijken naar het effect van behandeling op de activatie van de amygdala. Om dit te onderzoeken vergelijken we de activatie van de amygdala voor én na behandeling binnen personen. In de groep die wordt behandeld, verwachten wij veranderingen in activatie van de amygdala waar te nemen nadat deze personen zijn behandeld, terwijl we dat in de controle groep niet verwachten (deze groep heeft immers geen behandeling gekregen).

Daarnaast gaan we uitgebreidere analyses doen waarbij we kijken of er veranderingen optreden in de manier waarop de amygdala ‘praat’ met overige hersengebieden na de online depressie behandeling. Dat heet netwerkanalyse.

Wij zijn enorm enthousiast over deze nieuwe studie en kunnen niet wachten om te beginnen met dataverzameling. Tot die tijd zijn we druk bezig met het voorbereiden van de studie, zoals het uitwerken van het onderzoeksprotocol, gereedmaken van de MRI scanner en het samenstellen van de neuropsychologische testbatterij. Hopelijk kunnen we snel van start gaan en over een jaar de resultaten met jullie delen!

Bent u geïnteresseerd in deelname aan deze studie? Neem dan contact op viaminderzorgen@ggzingeest.nl.
Quinten van Geest, april 2014