Blog Quinten van Geest:

Ongeveer de helft van de mensen met MS krijgt gedurende zijn of haar leven last somberheid. Ter vergelijking: in de gezonde populatie komt dit ongeveer twee à drie keer minder voor. Deze somberheid kan dermate ernstig zijn dat er sprake is van een depressie.

Het fronto-limbische systeem is een netwerk bestaande uit diverse hersengebieden die nauw betrokken zijn bij het reguleren van emotiesDe exacte oorzaak van depressie bij MS is momenteel niet bekend. Het zou kunnen komen doordat iemand moet leren omgaan met een chronische ziekte, maar ook door MS-schade in specifieke delen van de hersenen. In een recent gepubliceerde studie hebben we aangetoond dat schade in een specifiek deel van de hersenen, het fronto-limbische systeem, gerelateerd is aan depressie bij mensen met MS.

Fronto-limbische systeem

Het fronto-limbische systeem is een netwerk bestaande uit diverse hersengebieden die nauw betrokken zijn bij het reguleren van emoties (zie afbeelding). Onder andere de amygdala en hippocampus maken deel uit van dit netwerk.

De amygdala, ook wel amandelkern genaamd, ligt ter hoogte van de oren, vlak vóór de hippocampus, als een soort voetbal die op de voetbalschoen ligt. Dit hersengebied is betrokken bij (negatieve) emoties.

De hippocampus, oftewel de voetbalschoen, speelt een belangrijke rol bij het vormen van geheugen. Daarnaast bestaat het fronto-limbische systeem uit gebieden die aan de voorzijde van de hersenen liggen: de frontale gebieden. Deze frontale gebieden zijn betrokken bij cognitieve functies, zoals werkgeheugen en uitvoerende functies (bijvoorbeeld het nemen van beslissingen).

De hersengebieden van het fronto-limbische systeem zijn fysiek met elkaar verbonden door middel van witte stof banen (uitlopers van zenuwcellen). Ook functioneel staan deze gebieden met elkaar in verbinding; ze ‘communiceren’ met elkaar.

Bij mensen met een depressieve stoornis (zónder MS) is het fronto-limbische systeem aangetast. Hiermee bedoel ik dat zowel fysiek als functioneel het fronto-limbische systeem minder sterk verbonden is in vergelijking met gezonde mensen.

Met deze informatie in ons achterhoofd stelden we ons de volgende onderzoeksvraag: is het fronto-limbische systeem wellicht ook bij mensen met MS mét een depressie minder sterk verbonden dan in mensen met MS zónder depressie (en gezonde vrijwilligers)?

Resultaten onderzoek

Om de bovenstaande onderzoeksvraag te beantwoorden, vergeleken we drie groepen mensen met elkaar: 22 mensen met MS mét depressie, 21 mensen met MS zónder depressie en 12 gezonde controles (als referentiegroep). Alle deelnemers ondergingen een MRI-scan, waarmee we verschillende aspecten van het fronto-limbische systeem in kaart brachten. We hebben gekeken naar: verlies van volume (atrofie genoemd) van het fronto-limbische systeem, de kwaliteit van de fysieke verbindingen binnen dit systeem en de hoeveelheid communicatie in het fronto-limbische systeem.

De resultaten van onze studie tonen aan dat het fronto-limbische systeem fysiek en functioneel minder sterk verbonden is in de MS-groep met depressie vergeleken met de MS-groep zonder depressie (en gezonde controles). In die eerste groep zagen we namelijk verminderde kwaliteit van een witte stof baan (fasciulus unicatus genaamd) die de amygdala en hippocampus met frontale gebieden verbindt. Ook observeerden we in deze groep verminderde communicatie tussen de amygdala en frontale gebieden.

Interessant is dat de MS-groep met depressie ongeveer de helft korter ziek was (gemiddeld 8 jaar) dan de MS-groep zonder depressie (gemiddeld 15 jaar). Ondanks het verschil in ziekteduur, lijkt het erop dat het fronto-limbische systeem meer beschadigd is in mensen met MS met depressie dan mensen met MS zonder depressie. Mogelijk hebben deze mensen een sneller beloop van MS, met specifieke schade in het fronto-limbische systeem.

Met dit onderzoek krijgen we meer inzicht in de onderliggende biologische processen die een rol spelen bij depressieve klachten die mensen met MS kunnen ervaren. Echter, we moeten niet vergeten dat ook psychologische factoren een rol spelen, zoals het leren omgaan met een chronische ziekte. Toekomstige MRI-studies zouden dit mee kunnen nemen, om beter te achterhalen welke factoren (biologisch of psychologisch) de grootste rol spelen bij depressie in mensen met MS. Dit geeft mogelijk nieuwe mogelijkheden voor therapie.

We zijn nog op zoek naar mensen met MS die mee willen doen het onderzoek Minder Zorgen. Voor meer informatie: www.vumc.nl/afdelingen/mscentrum/Wetonderzoek/proefschriften/clstudies/minderzorgen3/

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *