skip to Main Content
MS En Cognitie

MS en Cognitie

Patiënten komen nogal eens bij me aankloppen met de vraag hun cognitieve functies in kaart te brengen. Ik merk dat er nog veel onwetendheid bestaat rond de term cognitie en de relatie tot MS. Met dit artikel hoop ik duidelijke en transparante informatie te geven over MS en cognitie, toepasbaar binnen het dagelijks leven. Aan het woord is Sara Smetcoren, klinisch psychologe in België.

Cognitie

130904-mszien-handicap-studie-batterijCognitieve functies kunnen beschreven worden als het geheel van processen en vaardigheden, die we nodig hebben om informatie te verwerken. Om deze functies te kunnen vervullen, werken verschillende wederzijds verbonden hersengebieden samen. Deze cognitieve functies stellen ons in staat om informatie op te nemen, te verwerken en te gebruiken om doelgericht gedrag uit te voeren.

Onderzoek naar MS en cognitie kent reeds een lange adem. De problematiek wordt vaak onderschat. Ongeveer 40-60 % van de personen met MS krijgt binnen hun ziekteverloop te kampen met cognitieve problemen. Vermits deze mild van aard zijn, benoemen we deze als cognitieve klachten of cognitieve stoornissen. Dementiële beelden zijn zeldzaam in MS.

Mensen met MS beschrijven vaak de volgende klachten: een verminderde concentratie, problemen met het korte termijn geheugen, moeilijkheden bij het plannen en organiseren en woordvindingsmoeilijkheden. Hoewel deze klachten mild van aard zijn, hebben onderzoekers aangetoond, dat ze een belangrijke invloed kunnen hebben op het dagelijks functioneren en het psychisch welzijn. Zo blijken personen met cognitieve klachten minder vaak werk te hebben, meer moeilijkheden te ervaren bij het runnen van het huishouden en een afname van hun sociale contacten.

Cognitieve klachten blijken dus geen zeldzaamheid binnen MS en blijken een belangrijke invloed te hebben op het functioneren. Tijd om ze op een rijtje te zetten.

Belangrijkste cognitieve domeinen

Informatieverwerking en aandacht

Dagelijks worden we overspoeld door een grote hoeveelheid informatie. Deze snel kunnen verwerken en onderverdelen in relevante en onbelangrijke informatie, is dus essentieel. Maar ongeveer 60% van de gerapporteerde klachten betreft een trage informatieverwerking. Mensen met MS merken dat ze meer tijd nodig hebben om taken af te werken en langer moeten nadenken om beslissingen te nemen.

Daarnaast melden ze problemen om hun aandacht lang te richten op eenzelfde taak of om verschillende taken te tegelijk uit te voeren. Vertraging van informatieverwerking en aandachtsproblemen zijn kernprobleem bij mensen met MS. Ze worden het vroegst in het ziekteproces geobserveerd en beïnvloeden de andere cognitieve functies vaak negatief.

Geheugen

Naast de bovengenoemde aandachtsklachten, merken ongeveer de helft van de mensen met cognitieve klachten een verminderd functioneren van het geheugen. Een netwerk van geheugenfuncties stelt ons in staat om informatie op te nemen, op te slaan en op te roepen of te herkennen nadat de ziekte is begonnen. Onderzoek heeft aangetoond, dat meerdere van deze complexe geheugenfuncties aangetast kunnen zijn bij MS. Voornamelijk problemen binnen het geheugen voor nieuwe informatie (anterograde geheugen) blijken aanwezig.

Er bestaat echter nog geen eenduidigheid of er voornamelijk problemen optreden bij het aanleren, dan wel bij het oproepen van deze nieuwe informatie. Klachten blijken echter wel frequenter aanwezig te zijn voor audioverbale informatie (wat we horen), dan voor visuele informatie (wat we zien). Daarnaast blijkt uit onderzoek dat het aanleren en onthouden van nieuwe vaardigheden (het procedurele geheugen) en de kennis over vroegere gebeurtenissen (retrograde geheugen) niet kwetsbaar zijn voor MS.

Executieve functies

breinblogs-141025-quinten-blog12Executieve of uitvoerende functies stellen ons in staat om zinvol, adequaat en doelgericht gedrag uit te voeren en ons zo aan te passen aan omgevingsinvloeden. Ze kunnen beschouwd worden als het controlecentrum van onze gedragingen. Voorbeelden van uitvoerende functies zijn o.a. plannen, organiseren, abstract redeneren, flexibiliteit en impulscontrole.

Ongeveer 20 % van de personen met MS ervaart executieve problemen. Indien het uitvoeren minder vlot verloopt, ervaren we moeilijkheden om tot actie te komen of verschillende opeenvolgende acties uit te voeren. Het opmaken van een agenda en het organiseren van evenementen verlopen moeizamer. We raken ook sneller in paniek wanneer we geconfronteerd worden met onverwachte gebeurtenissen. Deze functies verlopen in principe automatisch, maar bij een executief disfunctioneren loopt deze automatisatie niet langer efficiënt.

Een belangrijke strategie die hierbij toegepast kan worden, is om het controlesysteem gedeeltelijk te externaliseren aan de hand van externe hulpmiddelen, zoals agenda’s en schrijfborden. Het zal daarom essentieel zijn, dat men eerlijk durft te zijn over zijn problemen en bereid is om zijn leven hieraan aan te passen.

Woorden vinden

Al pratend op het juiste woord komen, in België ‘woordvlotheid’ genoemd, wordt vaak beschouwd als een onderdeel van het uitvoerend functioneren. Bij MS is het een veeel voorkomende klacht en daarom besteden we er apart aandacht aan. Een goede werking van ons controlecentrum stelt ons in staat om zinnen te vormen en de gepaste woorden in deze zinnen te plaatsen. Indien er stoornissen aanwezig zijn in dit controlecentrum, zal deze zoektocht vertraagd of verstoord verlopen. Personen ervaren dan moeilijkheden om op het juiste woord te komen of gebruiken verkeerde woorden.

Dit leidt vaak tot frustratie. Voldoende tijd nemen, afleiding zoeken of opzoek gaan naar de woorden op basis van hun betekenis (semantisch zoekproces: kameleon is een dier) in plaats van qua uitspraak (fonologisch zoekproces: k…ka…kame…) kan helpen deze frustratie in te perken.

Overige cognitieve functies, waaronder taalvaardigheden, rekenen en intelligentie, blijken niet aangetast te worden door MS. MS patiënten blijken over eenzelfde intelligentievermogen te beschikken dan vóór de aandoening (premorbide intelligentie) en deze waarden blijken niet te verschillen ten opzichte van personen zonder MS.

Onderzoek heeft aangetoond, dat ook visuospatiale klachten voorkomen bij personen met MS. Visuospatiale vaardigheden stellen ons in staat om visuele objecten te herkennen, om ruimtelijk kenmerken accuraat waar te nemen en om visuele stimuli weer te geven.

Oorzaak van cognitieve problemen

Onderzoek toont aan, dat zowel directe als indirecte factoren een rol spelen bij deze MS gerelateerde cognitieve klachten. Directe factoren verwijzen naar wijzigingen op het niveau van de witte (zenuwbanen) en grijze stof (zenuwkernen) binnen onze hersenen. Gezien de grillige natuur van deze letsels, valt het verloop van de cognitieve klachten moeilijk te voorspellen. Daarnaast blijken de cognitieve klachten niet gelinkt aan de duur en de fysieke symptomatologie van de aandoening.

Naast een directe organische component, blijken ook heel wat indirecte factoren betrokken bij de gerapporteerde subjectieve klachten. Deze kunnen fysisch en/of psychologisch van aard zijn. Hiertoe rekenen we onder andere de invloed van pijn, depressieve klachten, vermoeidheid, medicatie, slaapproblemen, stress en demografische factoren (geslacht, leeftijd, opleidingsniveau). Een therapie op het niveau van deze indirecte factoren zal dus, indien mogelijk, in acht genomen moeten worden tijdens een cognitieve revalidatie.

Behandelingsmogelijkheden

Indien patiënten tot het besluit komen dat ze enkele klachten ervaren, zullen velen een aantal strategieën uitproberen om hiermee om te gaan. Zo zullen velen bij het lezen van een moeilijke tekst de stilte opzoeken en een samenvatting maken om deze makkelijker te onthouden. Bij het vooruitzicht aan een drukke week, zullen velen alles netjes in een agenda noteren om geen belangrijke opdrachten te vergeten…

Soms blijken deze strategieën niet langer voldoende. Een eerste stap zal dan het in kaart brengen van het cognitief functioneren door een neuropsychologe zijn. In een anamnese zal deze de directe en indirecte beïnvloedende factoren bevragen. Aan de hand van een resem neuropsychologische testen in combinatie met de gerapporteerde subjectieve klachten en observatiegegevens, zal de neuropsycholoog trachten om de belangrijkste cognitieve zwaktes en sterktes  te benoemen. Nadien kan samen met de patiënt op zoek gegaan worden naar strategieën om bepaalde cognitieve problemen te omzeilen.

Onderzoek naar een verbetering van het cognitief functioneren, richt zich zowel op medicamenteuze- als revalidatiemogelijkheden. Met betrekking tot medicatie zijn de huidige resultaten tegenstrijdig. Cognitieve revalidatie blijkt daarentegen wel ondersteuning te vinden in onderzoek.

Binnen cognitieve revalidatie kan gebruik gemaakt worden van twee trainingsmethoden:

  • Functie training: hierbij tracht men door oefening en herhaling de verstoorde functie te verbeteren;
  • Compensatie training: Hierbij werkt de neuropsychologe rond compensatiestrategieën. Er zal getracht worden om de waargenomen problemen te omzeilen aan de hand van tricks en hulpmiddelen, zodat ze een mindere impact hebben op het dagelijks functioneren.

Meestal worden binnen een cognitieve revalidatie ook momenten ingelast rond verliesverwerking. Cognitieve problemen vormen vaak één van de meest confronterende symptomen in het leven met MS. Het kan dan ook belangrijk zijn om de gevoelens rond deze problemen een goede plaats te geven.

Gezien de belangrijke impact van cognitieve problemen op het dagelijks functioneren en op het psychisch welzijn van patiënten, lijkt een goede educatie en bekendmaking opportuun. Ik zou deze uiteenzetting graag afsluiten met enkele tips, die gehanteerd kunnen worden om bepaalde cognitieve klachten te omzeilen. Een goede algemene raad, die ik ieder van jullie wil meegeven, is: “Daag je cognitie zoveel mogelijk uit, want ‘Those you don’t use, you will loose’”.

Handige tips voor omgaan met cognitieve problemen

Aandacht

  • denken-en-geheugen150123-MS-cognitie1Train je aandacht! Het trainen van je aandacht is het basisbeginsel om ze te onderhouden. Dit doe je niet door passief naar de televisie te staren, maar door je hersencellen te laten vuren! Laat ze actief werken. Hoe? Kruiswoordraadsels, woordzoekers, sudoku, zoek de 7 verschillen… bieden eenvoudige bronnen voor een actieve aandachttraining.
  • Minimaliseer de afleiding! Zowel interne (piekeren, depressie) als externe (radio, televisie, andere personen) afleiders maken het moeilijk om je te concentreren. Tracht je te focussen op het hier en nu, zet het extern omgevingsgeluid uit, zoek een rustige omgeving en vraag anderen om stil te zijn. Je zal zien dat je aandacht veel minder snel wegglijdt.
  • Pauzes! Regelmatig je hersenen de kans geven om even te ontspannen, zal er des te meer voor zorgen dat je alert bent wanneer het nodig is. Vermoeidheid heeft immers een nefaste invloed op onze aandacht. Mogelijke richtlijn: pauzeren na 30 minuten intensief werken, maar een individueel tijdschema, zal nog efficiënter zijn.
  • Zelfspraak! Boodschappen, zoals “Waar zit ik nu?” en “Wat moet er nu gebeuren?”, vergroten je alertheid en zorgen dat je niet afdwaalt.
  • Externe hulpmiddelen! Post-it’s met eenvoudige boodschappen op, zoals “Focus je”, maar ook een herhaaldelijke wekker om de 30 minuten, kunnen de focus vergroten.
  • Wees assertief! Durf eerlijk toe te geven aan anderen wanneer een gesprek te snel gaat of je even afgeleid was.
  • Ken jezelf! Maak een planning van je activiteitenniveau, ga na wanneer je het best geconcentreerd bent en plan je activiteiten afhankelijk hiervan.
  • Een voor een! Werk één activiteit per keer af. Een overvloed aan informatie en opdrachten zorgt voor verwarring en stress. Twee negatieve factoren met betrekking tot de aandacht.
  • Neem je tijd! Herken dat je meer tijd nodig hebt en gebruik deze ook. Te snel willen gaan, vertraagt alleen maar. Voldoende tijd nemen, zorgt ervoor dat je opdrachten ook daadwerkelijk kunt afwerken.
  • Structureer informatie en verdeel ze in verschillende doeltaken. Wanneer je dan afgeleid bent, kan je deze eenvoudig terug oppakken.

Geheugen

Meestal wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen externe en interne hulpmiddelen:

Extern

  • Informatie neerschrijven in een agenda, op post-its of op een groot wit bord, zorgt ervoor dat we afspraken minder snel vergeten. Het maakt ook dat er meer plaats vrijkomt in ons hoofd om ons te richten op belangrijke informatie in het hier en nu.
  • Daarnaast kunnen een notitieboekje, een wekker of het eeuwenoude trucje van een knoop in de zakdoek helpen om bepaalde opdrachten niet te vergeten.
  • Structureren: Opdelen van taken in deeltaken en deze neerschrijven kan helpen om ze niet te vergeten. Voorbeeld: alle huishoudelijke taken die uitgevoerd dienen te worden op het einde van de dag.

Intern

Naast het opslaan van informatie in externe hulpmiddelen, kan het helpen om informatie op een andere manier op te slaan en op te halen, zodat het zoekproces sneller verloopt. Wanneer zo een verandering plaatsgrijpt spreken we van een interne geheugenstrategie.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • Methode van de loci: het koppelen van te onthouden informatie aan een bepaalde plaats, kan helpen om informatie makkelijker op te slaan. Voorbeeld: onthouden van 10 woorden door ze te koppelen aan een kamer in onze woning (eieren staan op tafel in de keuken, op de livingtafel liggen bananen…). Dit kan helpen om niets te vergeten tijdens de boodschappen.
  • Visualiseren: het koppelen van te onthouden informatie met een beeld, kan helpen om het makkelijker op te roepen. Dit kan je zowel doen met namen: Bert Op De Berg (iemand die op een berg staat), als met te onthouden informatie: wanneer je bezig bent met een opdracht en je hebt een schaar nodig, kan het helpen om je een schaar in te beelden tijdens het uitvoeren van deze opdracht, zodat je nog weet wat je nodig had, wanneer je in de keuken toekomt op zoek naar een schaar.
  • Herhalen: meermaals herhalen en samenvatten van informatie, maakt ook dat we deze beter onthouden. Je kan dit doen door informatie samen te vatten aan de hand van de 5 W’s: Wie? Wat? Waar? Waarom? Waarnaar?

Executief functioneren

Denk! Start! Stel jezelf de volgende vragen, alvorens aan een taak te beginnen:

1. Wat wil ik bereiken?
2. Wat moet ik veranderen in mijn huidige situatie om mijn doel te bereiken?
3. Welke opties zijn mogelijk?
4. Welke optie is de beste in deze specifieke situatie?

Schrijf je denkproces aanvankelijk op. Zo kan je nadien nagaan wat goed en wat minder goed verlopen is. Probeer bij het verzamelen van opties en alternatieven ook de mening te vragen van anderen. Wanneer je moeilijkheden ervaart bij het beginnen van een taak, kan het helpen om jezelf te belonen na het uitvoeren van een taak.

– Plan! Verdeel een taak onder in subtaken. Schrijf elke stap op en kruis aan wat je gedaan hebt.
– Controle! Stel jezelf de volgende vragen wanneer je een plan hebt opgesteld of uitgevoerd:

1. Hoe kan ik weten, dat ik een bepaald doel bereikt heb?
2. Heb ik bereikt wat ik wou bereiken?

– Oplossen van problemen! Tijdens of na het uitvoeren van een taak, is het belangrijk om het proces te overlopen. Ga na wat goed verliep en wat minder vlot verliep. Zo kan je voorkomen in de toekomst dezelfde fouten te maken.

– Schrijven! Checklists, plannetjes… Het kan je helpen om orde te scheppen, maar ook om je de zekerheid te bieden, dat je alles hebt uitgevoerd. Daarnaast voorkomt het een overdrive van je concentratie en kan je je richten op enkel de essentie, namelijk het oplossen van het probleem.

– Check! Dubbel check ! Monitor wat je aan het doen bent. Stel jezelf de volgende vragen, “Ben ik nog steeds op het goede spoor? Werkt mijn oplossing? Heb ik fouten gemaakt?”. Pas indien nodig je plan aan. Een stapje terugnemen en evalueren, kan voorkomen dat je onnodig veel ‘fout’ werk verricht.

– Voorkom afleiding! Verwijder alle externe en interne afleiders. Begin niet aan een probleem wanneer je vermoeid, gestrest of pijn hebt. Ga in een stille kamer werken, sluit de deur, vraag anderen je niet te storen, zet televisie en radio uit. Zo voorkom je dat je afdwaalt.

– Externe hulpmiddelen! Gebruik een kalender, een groot schrijfbord, een notitieboekje, een kleine agenda, een gsm, uurwerk… Organiseer je en tracht zoveel mogelijk extern op te slaan. Zo hou je meer plaats over in je hoofd voor de essentie.

– Vraag om advies en feedback! Mensen blijken nog steeds het beste bij te leren van elkaar. Wees niet verlegen, maar assertief. Vraag anderen om hulp en tips.

Sara Smetcoren, Klinisch psychologe

Bron: MS-Link, jaargang 5, nr 4 december 2014. Een driemaandelijkse uitgave van de vzw MS-Liga Vlaanderen
Eerste publicatie op MSweb: december 2016

 

Hoe ga jij om met eventuele cognitieve problemen?
Heb je een tip voor andere mensen? Laat het hieronder weten!

Dit bericht heeft 6 reacties
  1. Hier staat zo duidelijk beschreven wat de gemiddelde persoonlijkheid niet kan of wil begrijpen.Maar merk dat ondanks ik nu toch al enkele jaren veel hulplijntjes gebruik,dat het ondanks met inzet van mijn hulplijntjes,steeds vaker mis gaat en er dingen vergeten worden die me inmiddels ook al wat geld gekost hebben. Ik heb ook 3 uur per week een hulpverlener mogen inzetten die mij helpt met zaken die mezelf niet meer zo goed afgaan o.a. afspraken,bankzaken,aanvragen.Maar voor dan ook nog artsen bezoeken e.d. is er gewoon geen tijd over,want anderhalf uur voor bv een ziekenhuis bezoekje is niets en die heb ik toch met regelmaat. Ik heb ook al jaren een voice recorder die ik meestal gebruik bij een bezoek aan een arts en kan het dan zo thuis afluisteren en noteren wat eventueel nodig is,maar ook die voice recorder vergeet ik steeds vaker aan te zetten en het gesprek op te nemen waar ik dan achter kom als ik weer thuis ben en me de hersens ben aan het breken met wat er allemaal gezegd is geworden,ik word er in ieder geval niet vrolijker van en ik besef mezelf ook dat dit allemaal stress veroorzaakt die te voorkomen zou zijn alleen weet ik totaal niet hoe ik dit moet aanpakken om dit georganiseerd geregeld te krijgen.

  2. Ik heb ook problemen met mijn cognitie. Vind dit heel vervelend en verdrietig. Ik gebruik mijn gsm voor het opslaan van afspraken het innemen van medicijnen ed. Tijdens het eten koken zet ik alles wat ik moet gebruiken klaar. Soms kan ik om situaties erg lachen. Gister bij de bakker vroeg ik om brood met slagroom ipv sesam. Dat lucht op. Neem jezelf niks kwalijk en lach eens om jezelf is mijn tip.

  3. Helemaal ik.Gesprekken volgen lukt steeds minder. Alsof je een muur bouwt en er plots een steen tussenuit getrokken wordt. Beetje later bouw je gewoon verder. Tot de volgende steen eruit komt…
    Het voelt alsof mijn iq opgesloten zit en ik het niet meer kan gezegd krijgen.
    Soms schrijf ik wel mijn gedachten op. En dan krijg ik het compliment dat ik het zo mooi verwoord heb. Maar face en face iets zeggen…. dat is een probleem.

  4. Wat een herkenning. Prachtstuk! En als je er positief voor gaat, kan het een uitdaging zijn om de trucs en tricks toe te passen.Tenminste zo ervaar ik het. Hardop benoemen, ezelsbruggetjes verzinnen, spelletjes van het vroegere spelletje: Ik neem mee op vakantie…, doe ik s’morgens onder de douche en maak dan mijn boodschappenlijstje,en probeer zo kort mogelijk na het douchen naar de winkel te gaan, en het werkt prima!

  5. Mooi informatief verhaal.
    Het is goed mensen die de diagnose hebben gekregen dit meteen te laten lezen.
    Cognitieve problemen worden nog te veel onderschat. (tegen mij zeggen vrienden vaak “het valt wel mee met jouw cognitie”, terwijl ik het dagelijks ervaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top