Blaas- en plasproblemen (1)

Plassen lijkt simpel zolang het goed gaat, maar het is een complex proces. Als er door MS schade is ontstaan in het zenuwstelsel gaat het vaak niet meer goed. Dan kan zoiets eenvoudigs zich ontwikkelen tot een allesoverheersend probleem.

Door: Nel Achterhes

blaasproblemenIn dit artikel lees je een beschrijving van de oorzaken, klachten en gevolgen. In deel 2 komen remedies en behandelingen aan bod, met daarbij uitgebreid aandacht voor diverse soorten katheters.

Oorzaak

De blaas bestaat uit een holle rekbare spier met een sluitspier. Samen hebben zij twee functies: urine vasthouden en loslaten. Bij MS-schade is er geen goede communicatie meer via de zenuwbanen waardoor de blaasspieren niet meer goed samenwerken. Er kan bij beide spieren overactiviteit en onderactiviteit ontstaan. En dit kan al voorkomen als iemand nog maar pas MS heeft.

Hoe werkt de blaas?

Vanuit de nieren stroomt de urine naar de blaas, en via de plasbuis stroom de urine naar buiten. Doordat de plasbuis wordt afgesloten met een sluitspier, stroomt de urine niet continu naar buiten.

De blaas is hol en heeft een rekbare wand: de blaasspier. In enkele uren stroomt de blaas langzaam vol met urine. Wanneer de blaas vol is, moet je plassen. De sluitspier die de plasbuis afsluit ontspant zich dan, zodat de plasbuis niet langer afgesloten is. Tegelijkertijd knijpt de blaasspier zich samen, zodat de urine door de plasbuis naar buiten wordt geperst. De blaas moet dus enerzijds goed urine kunnen vasthouden (goede opslagfunctie), en anderzijds juist goed kunnen leegkomen tijdens het plassen (goede blaasontlediging).

Problemen bij MS

De blaas heeft dus een opslagfase en een plasfase. In beide fases kunnen bij mensen met MS problemen ontstaan.

De blaasspier kan

  • overactief zijn, waardoor de plas niet goed kan worden opgehouden. Mensen krijgen het gevoel dat ze vaak en dringend moeten plassen.
  • onderactief zijn, daardoor kan de blaas niet goed samenknijpen en lukt het uitplassen niet goed. Het achterblijven van urine in de blaas verhoogt de kans op urineweginfecties.

Ook de sluitspier kan

  • overactief zijn. Dan is het lastiger om de blaas te legen, omdat de sluitspier de plasbuis dichtknijpt.
  • onderactief zijn. Dan wordt de plasbuis niet goed dichtgeknepen. Het gevolg is dat iemand steeds kleine hoeveelheden urine verliest, met name als er druk op de blaas komt bij bijvoorbeeld hoesten, niezen, persen of lopen. Dit wordt stress(urine)incontinentie genoemd. Ook bij vrouwen die geen MS hebben komt dit veel voor, met name na zwangerschap.

Bij mensen met MS kunnen deze klachten sterk wisselen en door elkaar heen lopen. Overactiviteit van de blaas kan in de loop der jaren verergeren, want er is een verband tussen de neurologische toestand  en de blaasfunctie. Ook kan overactiviteit overgaan in onderactiviteit, en kunnen beiden zelfs tegelijk voorkomen (bijvoorbeeld overactiviteit in de opslagfase, en onderactiviteit tijdens de plasfase).

Symptomen

  • cartoon Plotselinge aandrang die moeilijk is uit te stellen (‘urgency’ klachten)
  • Gevoel dat er urine achter blijft in de blaas na het plassen
  • Wel aandrang, maar moeilijk op gang kunnen komen van het plassen
  • Vaak moeten plassen
  • ’s Nachts vaak plassen of urine verliezen
  • Ongewild urineverlies (‘incontinentie’)
  • Blaasontstekingen (urineweginfecties)

Gevolgen

  • Urineweginfecties:  je gaat misschien minder drinken om niet zo vaak te hoeven plassen. De bacteriën in je blaas worden dan minder snel ‘doorgespoeld’ en groeien sneller en dan heb je meer kans op een blaasontsteking. Ook krijg je door minder drinken een grotere kans op verstopping  van je darmen. Door de volle darmen ontstaat er meer druk op je blaas, wat de blaasklachten weer verergert.
  • Als je niet goed kunt uitplassen blijft er telkens te veel urine achter (urineretentie). Dat kan leiden tot urineweginfecties of zelfs nierschade.
  • Overactiviteitsklachten kunnen lijken op een blaas­ontsteking. Het is belangrijk dat een blaasontsteking wordt uitgesloten met een urineonderzoek als je deze klachten hebt.
  • Bij een urineweginfectie met temperatuurverhoging kan verslechtering van MS-symptomen optreden zoals extra verlamming of spasmes. Flinke verhoging kan zelfs een schub uitlokken.
  • Bijkomende problemen kunnen zijn: geen geschikt toilet kunnen vinden of  de transfer naar het toilet niet meer kunnen maken.
  • Dit alles kan leiden tot een forse vermindering van de kwaliteit van je leven; het plassen beheerst je hele dag (en nacht) en kan erg beperkend zijn.

Wacht niet onnodig lang met het bespreken van je klachten. Je hoeft je er niet voor te schamen; bijna alle mensen met MS hebben of krijgen plas- of blaasproblemen.

Je kunt terecht bij je huisarts, neuroloog, uroloog, revalidatiearts, of MS-verpleegkundige.

Tip: schrijf van tevoren een paar steekwoorden op.

Het is belangrijk dat de precieze oorzaak van de klachten wordt vastgesteld, alleen dan kan de juiste behandeling gegeven worden.

Bij het samenstellen van deze tekst is gebruik gemaakt van informatie van de afdelingen neurologie en urologie van het VUmc.

Eerste publicatie in MSzien nr. 2 – juni 2017

Dit bericht heeft 1 reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *