MRI voorspelt achteruitgang bij mensen met MS

In deze studie hebben onderzoekers van het MS centrum Amsterdam gekeken hoe zij met MRI de klinische achteruitgang zes en twaalf jaar na diagnose konden voorspellen.

Het voorspellen van fysieke en cognitieve beperkingen bij MS op de lange termijn is nog altijd lastig, maar wel heel belangrijk. Onzekerheid over de toekomst is voor veel mensen met MS moeilijk om mee om te gaan.

Vroege veranderingen op MRI

Iris Dekker, onderzoeker bij het MS Centrum Amsterdam, heeft samen met collega’s in een studie gevonden dat vroege veranderingen op MRI-scans in de eerste twee jaar na diagnose een voorspelling kunnen geven over de lichamelijke achteruitgang na zes en twaalf jaar. De resultaten zijn onlangs gepubliceerd in het blad European Journal of Neurology.

In deze studie zijn de MRI scans van 115 mensen met MS onderzocht, waarvan meer vrouwen (66.1%) dan mannen (33.9%).

De eerste MRI-scan werd gemaakt rondom de diagnose, toen waren de mensen met MS gemiddeld 35 jaar oud, en de volgende na twee jaar.

Bij aanvang van de studie had 31.3% een klinisch geïsoleerd syndroom (CIS), 59.1% had relapsing-remitting MS en 9.6% had primair progressieve MS.

Laesies en hersenkrimp

De lichamelijke en cognitieve achteruitgang werd na zes en twaalf jaar bepaald en gerelateerd aan de veranderingen die in de eerste twee jaar na de diagnose al zichtbaar waren op de MRI-scans. Op MRI werd voornamelijk de grootte van de MS-laesies en de hoeveelheid verlies van hersenweefsel (hersenkrimp) bekeken.

Naast de MRI-maten zijn ook het type MS, de verandering van de lichamelijke beperking over de eerste twee jaar, leeftijd, geslacht en opleidingsniveau meegenomen.

Resultaten

De resultaten van dit onderzoek laten zien dat mensen met MS met een progressieve vorm van MS en met tekenen van vroege hersenkrimp een grotere kans hebben op zowel fysieke als cognitieve achteruitgang.

Ergere cognitieve stoornissen bleken ook gerelateerd te zijn aan een mannelijk geslacht en lager opleidingsniveau, maar waren moeilijker te voorspellen dan fysieke beperkingen. De onderzoekers denken dan ook dat hiervoor geavanceerdere MRI technieken ten tijde van diagnose nodig zijn, zoals functionele MRI.

Bron: Dekker I et all, Department of Radiology and Nuclear Medicine, Department of Neurology, Department of Anatomy and Neurosciences, MS Center Amsterdam, Amsterdam Neuroscience, Amsterdam UMC, Vrije Universiteit Amsterdam, Amsterdam, The Netherlands; Department of Diagnostic and Interventional Neuroradiology, Hannover Medical School, Hannover, Germany; Institutes of Neurology and Healthcare Engineering, UCL, London, UK.
Eur J Neurol. 2019 Jan 10, Epub ahead of print

Samenvatting: www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/30629788

Dit bericht heeft 1 reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *