Vitamine D-tekort vergroot kans op aanval MS

Een onderzoek naar meer inzicht in het ziekteverloop van MS en de voorspellende factoren voor een volgende MS-aanval (schub). De promovenda ontwikkelde een relatief simpel te hanteren model om de diagnose MS bij een deel van de patiënten sneller te voorspellen waardoor eerder met de therapie kan worden gestart. Verder toonde ze een stevige relatie aan tussen een laag vitamine D gehalte in het bloed en een MS-aanval.

Samenvatting proefschrift Tessel Runia

proefschriften-150123-tessel-runia-kaftDit onderzoek is belangrijk omdat MS een zeer grillig verloop kent. Met nieuwe diagnostische criteria is de diagnose bij een deel van de patiënten eerder betrouwbaar te stellen en kan er dus eerder met therapie worden gestart.

MS is een complexe ziekte die wordt gekenmerkt door een zeer grote verscheidenheid, zowel in radiologische en pathologische bevindingen als in het ziektebeloop en respons op therapie. Voor de diagnose, behandeling, patiëntenvoorlichting en inzicht in de pathologie van MS zijn voorspellende factoren van groot belang. Voor haar promotieonderzoek heeft Runia voorspellende factoren voor ‘de volgende aanval’ geïdentificeerd, zowel bij patiënten met een eerste aanval, voor wie een tweede aanval het krijgen van de diagnose klinisch definitief MS betekent, als bij patiënten met opvolgende aanvallen van MS.

Runia: “Eerst hebben we de nieuwste diagnostische criteria getest. Met behulp van een MRI-scan, die genomen is na de eerste aanval, is de diagnose MS bij een deel van de patiënten sneller betrouwbaar te stellen. Het wachten op een tweede aanval is bij deze patiënten niet nodig, waardoor er eerder gestart kan worden met therapie en deze patiënten minder lang in onzekerheid verkeren.

Daarna onderzochten we vermoeidheid bij patiënten met een eerste aanval. Vermoeidheid bleek al veel voor te komen in deze patiëntengroep, en bovendien voorspellend te zijn voor een latere diagnose MS. We hebben ook biomarkeronderzoek van de hersenvloeistof gedaan. Daarbij vonden we 36 eiwitten die verschillend waren tussen patiënten met een eerste aanval en gezonde mensen. We vonden geen eiwitten die gerelateerd waren aan het beloop van de ziekte. De eiwitten die verschillend waren hadden bijna allemaal te maken met schade aan of verlies van zenuwen.”

“Ten slotte maakten we een voorspelmodel voor MS gebaseerd op bekende klinische voorspellers. Dit model bestaat uit drie risicogroepen die artsen als richtlijn kunnen gebruikt bij patiënten, waarbij na de eerste aanval nog niet duidelijk is of zij MS zullen krijgen. Een patiënt kan op basis van de voorspellende factoren in één van de drie risicogroepen worden ingedeeld. Afhankelijk van de risicogroep waarin de patiënt is ingedeeld, kan besloten worden om te starten met therapie of juist af te wachten.”

Bij patiënten met opvolgende aanvallen van MS werd nauwgezet bijgehouden hoeveel vitamine D zij in hun bloed hadden. Het blijkt dat lage vitamine D-waarden samenhangen met een verhoogd risico op aanvallen van MS. Promovenda: “Dit is een belangrijk verband, maar geeft nog geen antwoord op de vraag of extra vitamine D slikken ook zinvol is. Dat moet vervolgonderzoek uitwijzen.” Er werd geen vergroot risico gevonden bij hoeveelheden van vitamine A of osteopontin in het bloed, waarvan werd aangenomen dat die samen zouden hangen met aanvallen van MS.

Het onderzoek is ook een mooi voorbeeld van samenwerking tussen een groot academisch ziekenhuis en een netwerk van regionale netwerken.

Bron: Persbericht van www.erasmusmc.nl

Promotor: prof.dr. R. Hintzen

Curriculum Vitae

Personalia:

Naam:     Tessel Runia

proefschrift-150123-Tessel-Runia

Promotie:

23 januari 2015 Erasmus Universiteit Rotterdam