Al vroeg tijdens de behandeling blijkt natalizumab (Tysabri®) invloed te hebben op het beloop van MS.

In de praktijk wordt natalizumab vooral gebruikt bij patiënten bij wie de ziekte tijdens de behandeling met interferon-bèta (IFN β) of glatimeeracetaat (Copaxone®) een verslechtering geeft. Bij deze patiënten is het belangrijk om de activiteit van de ziekte zo snel mogelijk af te remmen. In een fase II studie werden verschillen tussen natalizumab en een placebo in de uitslag van de MRI, die ontstekingsactiviteit liet zien, al duidelijk na het eerste infuus en dat verschil bleef zo gedurende een periode van zes maanden. Dit wijst er op dat natalizumab snel effect heeft op de ziekte.

Om te onderzoeken hoe snel na het beginnen met natalizumab klinische effecten duidelijk worden, analyseerden onderzoekers op jaarbasis elke drie maanden het beloop (het aantal terugvallen) en de tijd tot de eerste terugval in de fase III AFFIRM studie (natalizumab vs. een placebo) en het multinationale Tysabri Observationele Programma (TOP). Dit programma beoogt registratie van effect en bijwerkingen na het op de markt komen van het medicijn.

In AFFIRM reduceerde natalizumab het aantal terugvallen op jaarbasis binnen drie maanden na het begin van de behandeling vergeleken met een placebo bij de bevolking in het algemeen en bij patiënten met een zeer actief ziektebeeld met ongeveer 60%.

Het lage aantal terugvallen op jaarbasis werd goed vastgehouden gedurende de hele studieperiode van twee jaar en het risico op terugvallen van AFFIRM patiënten die behandeld waren met natalizumab was ook dan teruggebracht tot ongeveer 40%.

Snelle reducties in het aantal terugvallen op jaarbasis kwamen ook voor bij TOP (in 0-3 maanden van 2 naar 0,26). Natalizumab resulteerde in snelle, blijvende afname in ziekteactiviteit zowel bij AFFIRM als in de klinische praktijk. Deze afname in ziekteactiviteit was binnen de eerste drie maanden van behandeling te zien, zelfs bij patiënten waarbij de ziekte meer actief was.

Bron: Kappos L, O’Connor PW, Polman CH, Vermersch P, Wiendl H, Pace A, Zhang A, Hotermans C.
Departments of Neurology and Biomedicine, University Hospital Basel, Switzerland
Journal of Neurology 2013 Jan 5. [Epub ahead of print]

Gepubliceerd op MSweb februari 2013

Opmerking van de Redactie van MSweb :

De Europese en Amerikaanse autoriteiten hebben Tysabri goedgekeurd voor mensen met een “zeer actieve, snel evoluerende multiple sclerose” die niet positief hebben gereageerd op de huidige eerste lijn therapieën (Avonex, Rebif, Betaferon of Copaxone).
De voornaamste reden van deze terughoudende aanpak is dat mensen met MS die Tysabri gebruiken gevoelig zijn voor het JC-Virus. En het JC-virus kan een potentieel dodelijke infectie veroorzaken met de naam progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML).

Er is nu een test voor het virus, die kan voorspellen of mensen gevaar lopen PML te ontwikkelen. Daarom heeft Biogen, de fabrikant van Tysabri, nu aan de Europese en Amerikaanse medische autoriteiten goedkeuring gevraagd voor Tysabri als eerste lijn therapie, aldus meldt in februar 2013 de Engelse MS Society: op haar website www.mssociety.org.uk.