Italiaanse onderzoekers komen op grond van een statistische berekening tot de conclusie dat het voor mensen met de schubsoort van MS (RRMS) loont medicatie te gebruiken. Zo vroeg mogelijk en ook in de latere secondair progressieve fase SPMS. Dit omdat ze berekenden dat invaliditeit op de lange termijn door de medicatie wordt vertraagd.

In Sardinie onderzochten MS-specialisten via statistische weg de ziektegeschiedenis van 3160 mensen met MS. De oudste gegevens waren uit 1985. Behandeling met immunomedicijnen, de interferonpreparaten, begon omstreeks 1995. Van 2516 mensen met RRMS hadden zij voldoende gegevens voor hun statistisch onderzoek. Daarvan hadden 537 mensen nooit medicatie voor hun MS gehad. Alle soorten medicatie rekenden ze zonder onderscheid als medicatie mee.

Zij vergeleken de mensen met MS die behandeld waren met immuunmodulerende (IM) of – vóór 1995- immuunsuppressieve (IS) geneesmiddelen met mensen met MS die onbehandeld waren. Daarbij pasten zij een statistische methode toe, de zogenaamde Cox-analyse, die erop gericht was te berekenen in hoeveel tijd na de eerste schub een invaliditeit bereikt wordt die respectievelijk een score van 3,0 of 6,0 oplevert bij beoordeling met de EDSS-schaal. De zogeheten eindpunten, die bij de methode vast moeten liggen. De methode wordt veelal ook gebruikt voor het meten van de overlevingsduur bij bijvoorbeeld kankerbehandeling.

De onderzoekers berekenen met een relevant computerprogramma dat het effect van medicatie bij behandeling van RRMS en daarna ook bij SPMS een vertragend effect heeft op de verergering van invaliditeit. Tot nu toe was dit al bekend van het medicijn Betaferon, dat behalve bij RRMS ook bij SPMS geïndiceerd is. De berekeningen van de Italianen lijken dat voor andere medicijnen te bevestigen. Overigens is zo’n statistische berekening heel complex en het lijkt niet goed mogelijk het verschil in toenamesnelheid van de invaliditeit exact aan te geven.

De onderzoekers menen, dat een vroege behandeling beter is dan een late behandeling, maar ook dat laat beter is dan nooit.

Bron: Cocco E, Sardu C, Spinicci G, Musu L, Massa R, Frau J, Lorefice L, Fenu G, Coghe G, Massole S, Maioli MA, Piras R, Melis M, Porcu G, Mamusa E, Carboni N, Contu P, Marrosu MG., Multiple Sclerosis Center, ASL 8, Cagliari/ University of Cagliari, University of Cagliari, MS Center, ASL 8, Cagliari, Italy. Mult Scler. 2014 Sep 25. pii: 1352458514546788. [Epub ahead of print]

Samenvatting: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25257611