Neutraliserende antilichamen tegen het medicijn interferon-ß blijken ook te binden aan het lichaamseigen interferon-ß. Deze reactie zou na staken van de interferontherapie de werking van het immuunsysteem kunnen verstoren.

Interferonen zijn natuurlijke eiwitten die in de cellen van het immuunsysteem van de mens worden afgescheiden bij infecties, kanker en stoornissen van het immuunsysteem. Interferon-ß is er een van. De stof remt onder andere de immuuncellen die bij MS door de bloed-hersenbarriëre heen gaan en de myeline en zenuwcellen in het zenuwweefsel aanvallen. De medicijnen interferon-ß-1a en interferon-ß-1b zijn ontwikkeld om het lichaamseigen interferon-ß aan te vullen.

Het was al bekend dat sommige mensen die interferon-ß-1a en -1b gebruiken neutraliserende antilichamen (NAL) maken tegen het medicijn die de werking ervan verminderen. Duitse en Zweedse onderzoekers deden vervolgonderzoek omdat ze vermoedden dat de NAL ook zouden reageren met het lichaamseigen interferon-ß, omdat die qua moleculaire samenstelling erg op het medicijn lijken.

In het Duitse academische ziekenhuis van Düsseldorf behandelden onderzoekers 150 mensen met MS, die interferon-ß-1a of -1b gebruikten. Zij namen bloed bij hen af en testten of het serum (bloed zonder bloedcellen en stollingseiwitten) NAL bevatte. Dit was bij 95 deelnemers het geval. Ze kweekten in petrischalen fibroblastcellen (een bepaald type bindweefselcel) voor de productie van interferon-ß en lymfocyten (een bepaald type witte bloedcel) voor de productie van interferon-α en interferon-Ω, twee andere typen interferonen. Daarna scheidden ze de interferonen van de cellen. Ze voegden wat van het serum met de NAL bij monsters met respectievelijk interferon-ß-1a, interferon-ß-1b, interferon-ß, en het mengsel van interferon-α en interferon-Ω. Met een moleculair-biologische test bepaalden ze in hoeverre de interferonen nog hun immunologische werking hadden.

Alle monsters met NAL bleken net zo heftig te reageren met het lichaamseigen interferon-ß als met het medicinale interferon-ß-1a en interferon-ß-1b. De NAL reageerden niet met interferon-α en interferon-Ω.

In eerder onderzoek is aangetoond dat bij sommige patiënten de concentraties NAL nog jaren hoog blijven, nadat ze zijn gestopt met het spuiten van interferon-ß. De onderzoekers zijn bang dat NAL, die dan niet meer geneutraliseerd worden door het medicinale interferon gaan binden aan het lichaamseigen interferon, waardoor het immuunsysteem gehinderd wordt. Ze dringen erop aan dit uit te zoeken.

Bron: Sominanda A, Lundkvist M, Fogdell-Hahn A, Hemmer B, Hartung H.P, Millert J, Menge T, Kieseier B.C – Heinrich-Heine University, Düsseldorf, Germany, Karolinska Institute, Stockholm, Sweden, Technische Universität, Munich, Germany.
Archives of Neurology 2009 Sept; 67(9): 1095-1101.

Samenvatting