Feitelijke onderzoeksbevindingen over de behandeling met Siponimod bij mensen met secundaire progressieve multiple sclerose (SPMS)

Behandeling met Siponimod heeft een algemeen stabiliserend effect, blijkt uit dit Duitse klinische en radiologische onderzoek. Er is echter behoefte aan intensiever beheer van de behandeling en monitoring om de  progressie en bijwerkingen te kunnen identificeren.

SiponimodOnderzoek naar opvlammingen bij MS zijn snel ontwikkeld voor RRMS, terwijl er weinig therapieën beschikbaar zijn voor de progressieve vormen van MS, in het bijzonder voor de secundaire progressieve MS (SPMS). De goedkeuring van het middel Siponimod voor SPMS brengt hier mogelijk verandering in.

Onderzoek

Bij 227 mensen met SPMS is de werkzaamheid en veiligheid van het middel Siponimod onderzocht. De analyse van de (klinische) gegevens en klinische bevindingen heeft om de 3 maanden plaatsgevonden. De progressie in eventuele achteruitgang is via EDSS, via radiologische progressie of via het optreden van terugvallen gemeten. In de veiligheidsanalyses zijn ook de bijwerkingen en de redenen voor eventuele stopzetting vastgelegd. De verzamelde gegevens zijn bij het begin en na 6, 12 en 18 maanden beoordeeld.

De nadruk van de analyse ligt op 6 en 12 maanden, omdat veel mensen daarna niet meer deelnamen aan de follow-up. In de resterende groep bestaande uit 41 mensen is een meer diepgaand onderzoek naar de progressie uitgevoerd, waaronder het meten van de cognitieve en motorische functies.

Resultaten

64,8% van de deelnemers constateert bij het gebruik van Siponimod na 12 maanden een aanhoudende klinische stabiliteit. In de stabiele groep is bij 21,4% van de deelnemers een verbetering meetbaar. Van de resterende 41 deelnemers is bij 31,5% EDSS-progressie vastgesteld en 3,7% verslechterde zonder te voldoen aan de drempel voor progressie. Bij 7,4% is sprake van terugvallen.

Na 6 maanden behandeling is er bij 24,1% van de deelnemers sprake van radiologische activiteit en bij 29,6% na een follow-up van 12 maanden. Bij de resterende groep van 41 personen zijn geen substantiële veranderingen in cognitieve vaardigheden bij de snelle auditieve en modaliteitentest zichtbaar. De meting van de motorische functies in de studieperiode van 12 maanden vindt plaats met een getimede 25 voet- wandeling, een getimede 100 m-test en een 9 hole pin-test.

De radiologische beoordeling toont een stabiel volume witte en grijze materie, en een stabiel aantal laesies na een follow-up van 12 maanden. Er is sprake van bijwerkingen bij bijna de helft van de deelnemers, waarbij een verlaagde lymfocytenwaarde de meest voorkomende is. Vanwege de ziekteprogressie of bijwerkingen stopte 31,2% van de deelnemers met de behandeling.

Conclusie

Uit dit Duitse klinisch en radiologisch onderzoek blijkt dat behandeling met Siponimod een algemeen stabiliserend effect heeft. Er is wel behoefte aan een intensievere begeleiding van de behandeling en monitoring om de progressie en bijwerkingen te kunnen identificeren.

Bron: Liesa Regner-Nelke et al; Mult Scler Relat Disord. 2022 nov 24
Samenvatting: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36336685/

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *