Een van de zeven met 2,4 miljoen dollar gesponsorde onderzoeksteams, die een paar jaar geleden in opdracht van de Amerikaanse en Canadese MS-verenigingen de samenhang tussen MS en CCSVI zijn gaan onderzoeken, heeft rapport uitgebracht.

Een Amerikaans onderzoeksteam vond geen bewijs voor de stelling dat een veneuze insufficiëntie specifiek is voor MS. Er is ook geen bewijs dat dit verschijnsel aan het ziekteproces MS bijdraagt.

Chronische cerebrospinale veneuze insufficiëntie (CCSVI) is een chronische verminderde doorbloeding van de aderen in de hersenen en in het ruggenmerg. CCSVI zou een rol spelen bij de ziekte MS (zie dossier CCSVI).

In de gepubliceerde studie zijn een aantal beeldvormende onderzoeken (venogrammen) gedaan:

  • Neurosonografie (NS)
  • Magnetische resonantie venografie (MRV)
  • Transluminale venografie (TLV)

Deze onderzoeken werden uitgevoerd bij 206 vrijwilligers met MS en bij 70 vrijwillige controlepersonen zonder MS.

De uitkomsten van deze gespecialiseerde technieken waren hetzelfde bij alle vrijwilligers, met en zonder MS.

Ook gaven bijna alle vrijwilligers met MS toestemming voor een speciale intravasculaire 3 D MRV met contrastvloeistof om een indruk te krijgen van de doorbloeding van hun aderen in de hersenen, de hals en de wervelkolom. 40 vrijwilligers met MS kregen een speciaal TLV onderzoek. Hierbij werd ook de druk in de vena cava superior, in de aderen van de nek en langs de wervelkolom gemeten.

Bij niemand zijn er blokkades gevonden, ook niet bij controlepersonen waarbij de druk gemeten werd tijdens een speciaal TLV onderzoek.

De onderzoekers komen tot de conclusie dat hun metingen geen aanleiding geven voor het bestaan van een veranderd doorstromingspatroon bij mensen met MS en geen aanwijzing geven voor een rol van CCSVI bij MS.

Bron: Staley A Brod et al.
University of Texas Health Science Center at Houston, USA
Multiple Sclerosis July 4, 2013