Met nieuwe biomarker progressie MS meten?

Misschien kan mitochondriaal DNA in de toekomst gebruikt worden als biomarker om het effect van een behandeling met fingolimod te meten en de progressie van MS te volgen.

Mitochondriën

Mitochondriën zijn celdeeltjes die zorgen voor de energievoorziening van de cel. Er komt steeds meer bewijs dat mitochondriën een belangrijke rol spelen in de pathologie van MS. Aangetoond is dat het aantal mitochondriën bij MS toeneemt en dat er meer mitochondriaal DNA (mtDNA) in het hersenvocht komt.

Een verklaring hiervoor is dat er door demyelinisatie meer energie nodig is. Door beschadiging van de mitochondriën en ook omdat het aantal toegenomen is gaan er meer kapot. Hierbij komt het mtDNA vrij en gaat naar het hersenvocht.

Onderzoekers vroegen zich af of er een verband is tussen de concentratie van het vrije mtDNA in het hersenvocht en de ziekteprogressie en ziekteactiviteit. Zo ja, dan zou mtDNA mogelijk als biomarker gebruikt kunnen worden om verschillende subtypes MS te onderscheiden en om het effect van medicatie te meten.

187 mensen namen deel aan het onderzoek. Van hen hadden er 92 relapsing-remitting MS (RRMS), 40 progressieve MS (waarvan 27 secundair progressieve en 13 primair progressieve MS), 50 andere neurologische aandoeningen en 5 waren er gezond. 23 Mensen met RRMS gebruikten vanaf het begin van de studie fingolimod. De onderzoekers bepaalden de concentratie mtDNA in het hersenvocht en maakten MRI-scans.

Het bleek dat de concentratie mtDNA in het hersenvocht van mensen met progressieve MS hoger was dan van de controles met niet-inflammatoire neurologische aandoeningen. Ook daalde de concentratie mtDNA bij de mensen met RRMS als ze fingolimod gingen gebruiken. Een groter totaal-laesievolume en een kleiner hersenvolume (door atrofie) correspondeerde met een hogere concentratie mtDNA.

De conclusie is dat mtDNA mogelijk een geschikte biomarker is.

Bron: Leurs CE, Podlesniy P, Trullas R, Balk L, Steenwijk MD, Malekzadeh A, Piehl F, Uitdehaag BMJ, Killestein J, Van Horssen J, Teunissen CE – Diverse universiteitsziekenhuizen en research centra in Nederland, Spanje en Zweden.
Multiple Sclerosis Journal, 2018, Vol. 24(4), 472-480, doi: 10.1177/1352458517699874.

Samenvatting: journals.sagepub.com/doi/full/10.1177/1352458517699874

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *