Een van de bekende bijwerkingen van Tysabri is het zelden optreden van de ernstige ziekte PML. Deze ziekte wordt veroorzaakt door het zogeheten JC-virus. Behandeling met Tysabri verhoogt de sterkte waarmee antistoffen in het bloed op JC-virus reageren. Dit blijkt uit proeven in het laboratorium. Het virus in het lichaam van vierentwintig onderzochte mensen werd daarbij niet aantoonbaar gereactiveerd.

Natalizumab (Tysabri) wordt gebruikt om schubs en toenemende invaliditeit bij mensen met MS te voorkomen, maar wordt in verband gebracht met progressieve multifocale leukoencephalopathie (PML).
PML is een ernstige ziekte van het centrale zenuwstelsel, die wordt veroorzaakt door het zogeheten JC-virus. Voor die vaak fataal verlopende ziekte is geen behandeling bekend. Van gezonde personen heeft ongeveer de helft antistoffen tegen het JC-virus. Bij mensen met een onderdrukt immuunsysteem kan het virus kennelijk in zeldzame gevallen de kop opsteken. Volgens de gegevens van december 2009 hadden 28 mensen tijdens de behandeling met Tysabri PML gekregen.

Zwitserse onderzoekers wilden het verband tussen het JC-virus, dat PML veroorzaakt, en behandeling met Tysabri beter leren begrijpen. Daartoe testten zij mensen met MS die een behandeling met Tysabri begonnen. Zij bepaalden in welke mate mensen met hun immuunsysteem reageerden op het JC-virus met de antistoffen in hun bloed en hun urine. Zij deden hun onderzoek zowel bij mensen die zij behandelden met interferon als bij een groep mensen die Tysabri kregen. Alle mensen hadden de schubvorm van MS. Zij verzamelden bloed en urine van de patiënten vóór het starten van de medicatie en een aantal malen in de periode erna.

De wetenschappers onderzochten bloed en urinemonsters op de aanwezigheid van DNA van het JC-virus. Ook bepaalden ze in het laboratorium of er antistoffen aanwezig waren en hoe sterk die reageerden op JC-virus. Dit is de zogeheten immunologische respons.

Van de onderzochte personen met MS kregen er 24 Tysabri en 16 bèta-interferon.

Bij degenen die een behandeling kregen met Tysabri, troffen de onderzoekers geen sporen van JC-virus in het bloed aan. Bij zes mensen zat wel DNA van het virus in de urine.

Vergeleken met de waarden vóór de behandeling was de immunologische respons op het JC-virus bij de mensen die Tysabri kregen verhoogd in cellen van het bloed dat 1, 9 en 12 maanden na het begin van de behandeling was afgenomen. De sterkte van de respons bleef stabiel.
Er was geen toename van immunologische respons bij de 16 personen die bèta-interferon kregen.

Bron: Jilek S, Jaquiéry E, Hirsch HH, Lysandropoulos A, Canales M, Guignard L, Schluep M, Pantaleo G, Du Pasquier RA.- Centre Hospitalier Universitaire Vaudois, Lausanne, Switzerland.
Lancet of Neurology 2010 Mar;9(3):264-72 Epub 2010 Jan 29

Samenvatting