Natrium zorgt niet voor meer kans op MS

Meer of mindere natrium inname, oftewel de hoeveelheid keukenzout, zorgt niet voor een verhoogde kans op MS blijkt uit een recent onderzoek. 

Voor dit onderzoek zijn er vragenlijsten over voeding en voedingssupplementen afgenomen bij verpleegkundigen in Amerika. Tussen 1984 en 2002 werd elk 4de jaar een vragenlijst ingevuld door 80.920 verpleegkundigen in de “Nurses Health Study” (NHS).

En tevens vulden 94.511 verpleegkundigen tussen 1991-2007 elk 4de jaar  een vragenlijst in, in de “Nurses Health Study II” (NHS II). In de follow-up van de NHS onderzoeken bleken er 479 verpleegkundigen met MS te zijn gediagnostiseerd.

Bij deze 479 verpleegkundigen hebben de onderzoekers gekeken of de inname van de hoeveelheid natrium een factor was voor het krijgen van MS. Voor dit onderzoek hebben ze de gegevens gecorrigeerd op leeftijd, breedte graad van de woonplaats op 15 jarige leeftijd, afkomst, BMI op 18 jarige leeftijd, extra inname van vitamine D, roken en totale energie-inname. Dit is gedaan zodat de resultaten van het onderzoek niet een gevolg van voornoemde factoren kunnen zijn.

Als eerste hebben de onderzoekers gekeken of de totale inname van natrium op het eerste meetpunt verbonden was met een verhoogde kans op MS.

Voor de groep met hoogste inname van natrium was de mediaan van de natrium inname 3,2 gram/dag voor NHS en 3,5 gram/dag voor NHS II en voor de groep met lage inname van natrium was de mediaan 2,5 gram/dag voor NHS en 2,8 gram/dag voor NHS II.

Tussen deze groepen is er geen verschil gevonden voor een verhoogde kans op MS. De onderzoekers hebben daarna ook gekeken of de gemiddelde inname en de extreme inname over de gemeten jaren werden geassocieerd met een verhoogde kans om MS.

Ook hierbij werd geen verschil gevonden op de kans om MS te ontwikkelen tussen de groep met lage en hoge inname van natrium.

Kortom, de studie concludeert dat het ontwikkelen van MS niet te maken heeft met de hoeveelheid inname van natrium.

Bron: Cortese M, Yuan C, Chitnis T, Ascherio A, Munger KL.
From the Departments of Clinical Medicine and Global Public Health and Primary Care, University of Bergen; The Norwegian Multiple Sclerosis Competence Center, Haukeland University Hospital, Bergen, Norway; Departments of Nutrition and Epidemiology, Harvard T.H. Chan School of Public Health; Partners Multiple Sclerosis Center (T.C.), Brigham and Women’s Hospital; and Channing Division of Network Medicine, Department of Medicine, Brigham and Women’s Hospital and Harvard Medical School, Boston.
Neurology. 2017 Aug 25.

Samenvatting: www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/28842447

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *