MS en voedselallergie

Uit nieuw onderzoek blijkt dat de impact van MS twee keer zo groot is bij mensen met een voedselallergie.  Mensen met MS hebben meer terugvallen en een grotere kans op gadolinium-versterkende laesies vergeleken met mensen met MS zonder bekende allergie.

In het verleden zijn al wel eens potentiële ‘allergie-kandidaten’ genoemd, zoals pollen, gras, huisdieren, medicijnen en verschillende voedingsmiddelen. Maar de studies waren tamelijk onduidelijk.

Het onderzoek

Onderzoekers van het Partners MS Center in Brigham en het Women’s Hospital (BWH) in Boston, Massachusetts, hebben onderzoek gedaan waarin de verbanden tussen allergie en MS-ziekteactiviteit nader zijn bekeken.

De gegevens zijn gebruikt van 1.349 mensen met MS die deelnamen aan een studie genaamd Comprehensive Longitudinal Investigation of MS (CLIMB) in de periode 2011-2015. Deze groep voltooide een zelfbeheerde vragenlijst over milieu-, voedsel- en geneesmiddelenallergieën.

Vier groepen

De deelnemende mensen met MS werden verdeeld over vier allergiegroepen: (1) milieu, (2) voedsel, (3) geneesmiddel, (4) geen bekende allergieën.
De klinische gegevens over het aantal terugvallen, de EDSS, de ernst van MS, de radiologische variabelen (aanwezigheid van met gadolinium zichtabre laesies en laesie telling) en de al dan niet aanwezige allergieën werden beoordeeld.

Meer terugvallen bij allergie

De voedselallergiegroep had een 1,38 keer hoger toenemend aantal terugvallen vergeleken met de groep zonder bekende allergieën (P = 0,0062); dit verschil bleef significant in de aangepaste analyse. De voedselallergiegroep vertoonde meer dan twee keer de kans (OR 2.53, P = 0.0096) om met gadolinium zichtbaar gemaakte laesies op MRI te hebben.

De milieu- en drugsallergiegroepen vertoonden geen significante verschillen in vergelijking met de geen bekende allergieën groep. De EDSS en de ernst van de MS werden niet beïnvloed door enige vorm van allergie.

Meer terugvallen met voedsel allergie

Mensen met MS met voedselallergie hadden meer terugvallen en een grotere kans op met gadolinium zichtbare laesies vergeleken met mensen met MS zonder bekende allergie. Meer studies zijn nodig om deze bevindingen te bevestigen en onderliggende biologische mechanismen te onderzoeken, die mogelijk nieuwe therapeutische en preventieve strategieën voor MS onthullen.

Bron: Fakih R1, Diaz-Cruz C, Chua AS, Gonzalez C, Healy BC1, Sattarnezhad N, Glanz BI, Weiner HL, Chitnis T.
Partners MS Center, Brigham and Women’s Hospital (BWH), Harvard Medical School, Boston, Massachusetts, USA. en de
J Neurol, Neurosurg & Psychiatry. 2018 Dec 18

Samenvatting: www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/30563943

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *