Later naar SP-fase door remmende medicatie

Remmende medicatie blijkt het risico om van RRMS naar SPMS te gaan te verlagen, waarbij vroeg beginnen met medicatie belangrijk lijkt te zijn. Tweedelijns remmers verlagen het risico meer dan eerstelijns middelen.

In 20 jaar gaat gemiddeld 80% van de onbehandelde mensen met Relapsing Remitting MS over naar de secundair progressieve (SP)-vorm. Nooit eerder keken onderzoekers naar de relatie tussen behandeling met remmende medicatie en de overgang naar de SP-fase. De internationale groep onderzoekers “MSBase Study Group” heeft dit nu wel onderzocht. Zij keken naar het gebruik, het type medicatie en de tijd tot overgang naar SP-MS.

In deze studie zijn gegevens beschikbaar van 68 neurologie centra uit maar liefst 21 landen. Van 1555 mensen met RRMS zijn gegevens van minimaal 4 jaren aanwezig in de database. Van hen zijn 1123 vrouw en de gemiddelde leeftijd is 35 jaar.

Conversie naar SPMS

Mensen die aanvankelijk werden behandeld met Copaxone (Glatirameeracetaat) of Interferon beta hadden een lager risico om in de SP-fase te belanden dan mensen die niet behandeld werden (12% tegenover 27% kans bij een follow-up tijd van 7,6 jaar).

Voor Gilenya (Fingolimod) gold hetzelfde (7% tegenover 32% bij een follow-up tijd van 4,5 jaar).

Voor Tysabri (natalizumab) was de kans na een follow-up tijd van 4,9 jaar 19% tegenover 38% bij onbehandelde mensen en bij Lemtrada (alemtuzumab) 10% tegenover 25% na 7,4 jaar follow-up.

Mensen die in beginsel direct met Gilenya,Tysabri of Lembrada startten, hadden een lagere kans op conversie naar SPMS dan mensen die startten met Copaxone of Interferon beta (7% tegenover 12% na gemiddeld 5,8 jaar).

Mensen die binnen 5 jaar na de diagnose gestart waren met Copaxone of Interferon beta hadden een lagere kans op conversie naar SPMS dan mensen die later startten (3% versus 6% na 13,4 jaar).

Als Copaxone of Interferon beta binnen 5 jaar werd opgevolgd door Gilenya, Tysabri of Lemtrada hadden mensen na gemiddeld 5,3 jaar een kans van 8% om in de SP-fase te belanden, tegenover 14% voor mensen die na 5 jaar van medicatie wisselden.

Al met al verlagen Gilenya, Tysabri en Lemtrada het risico op conversie naar de SP-fase meer dan Copaxone en Interferon beta, maar deze laatste 2 geven nog steeds een verlaagd risico ten opzichte van niets doen. Ook lijkt vroeg starten met medicatie of vroeg switchen naar tweedelijns medicatie belangrijk te zijn. De onderzoekers hopen dat deze uitkomsten helpen om een gerichte keuze te maken tussen de verschillende remmende medicijnen, waarbij de risico’s en bijwerkingen natuurlijk ook mee in overweging moeten worden genomen.

Bron: MSBase Study Group
JAMA 2019: 321(2):175-187 (Jan 15)

Samenvatting: www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/30644981

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *