Infuustijd Tysabri 4 vs 6 weken

Een internationale groep onderzoekers bekeek in opdracht van producent Biogen recent de veiligheid en werking van natalizumab bij 4- en 6-wekelijkse toediening.

Een 4-wekelijkse behandeling met natalizumab (Tysabri) is goedgekeurd voor mensen met RRMS, maar wordt in verband gebracht met een risico op progressieve multifocale leuko encefalopathie[1]. Door langere tijd tussen de doseringen aan te houden wordt dit risico verlaagd, maar het is onduidelijk of het medicijn dan nog even goed werkt. Het doel van deze studie is om de veiligheid en werking van natalizumab te vergelijken bij een 4- en 6-wekelijkse toediening bij mensen met RRMS.

Het onderzoek

Medisch onderzoekDe studie is uitgevoerd bij 89 MS-centra in 11 landen in Noord- en Zuid-Amerika, Europa, Australië en een deel van Azië. De deelnemers waren 18-60 jaar die werden behandeld met intraveneuze natalizumab (300 mg/4 weken) en die in de voorafgaande 12 maanden geen terugval hebben gehad en die geen dosis hadden gemist in de laatste 3 maanden. De deelnemers werden willekeurig in twee gelijke groepen verdeeld: de ene groep bleef elke 4 weken natalizumab krijgen en bij de andere groep veranderde de frequentie naar elke 6 weken.

Het belangrijkste eindpunt was het aantal nieuwe of recent vergrote T2 hyperintense laesies na 72 weken. Dit werd gemeten bij alle deelnemers die tenminste één dosis in de toegewezen frequentie had gekregen en waarbij tenminste één MRI-, terugval-, neurologisch onderzoek of medicijn controle had plaatsgevonden.

Ontbrekende eindpuntdata werden vastgesteld op basis van vooraf vastgestelde afspraken: de primaire dataset bevat alle data ongeacht of de deelnemer het medicijn op de afgesproken frequentie bleef gebruiken; bij de secundaire dataset werd alle data die verzameld werd na het afbreken van de medicatie of na terugtrekking uit de studie als ontbrekend beschouwd. De onderzoekers beoordeelden de veiligheid van het medicijn bij alle deelnemers die tenminste één dosis kregen.

Tussen 26 december 2018 en 30 augustus 2019 werden van de 605 potentiële deelnemers 499 mensen ingedeeld in de 2 groepen, 251 kregen elke 6 weken natalizumab en 248 elke 4 weken. Na vooraf afgesproken aanpassingen voor ontbrekende data was het gemiddelde aantal nieuwe of recent vergrote T2 hyperintense laesies 0,20 in de 6-weken groep en 0,05 in de 4-weken groep, met een gemiddelde laesieratio van 4,24 in de primaire dataset. In de secundaire dataset was het aantal nieuwe of vergrote laesies 0,31 in de 6-weken groep en 0,06 in de 4-weken groep met een gemiddelde laesieratio van 4,93.

De hogere score in de 6-weken groep werd veroorzaakt door 2 deelnemers met hoge aantallen (>25) nieuwe of recent vergrote T2 hyperintense laesies. 194 van de deelnemers uit de 6-weken groep en 190 van de 4-weken groep hadden bijwerkingen. In beide groepen waren de bijwerkingen ernstig bij 17 deelnemers. Overlijdensgevallen waren er niet. Bij een deelnemer uit de 6-weken groep werd asymptomatische PML (zonder klinische kenmerken) geconstateerd. 6 maanden na de diagnose waren de beperkingen niet verergerd en bleef het oordeel dat het een asymptomatisch geval betrof.

Conclusie

Er was een verschil in het gemiddelde aantal nieuwe of recent vergrote T2 hyperintense laesies tussen de 6 en 4-weken groep. Dit verschil was aanmerkelijk in de secundaire dataset, maar de betekenis daarvan is beperkt aangezien de ziekteactiviteit minder dan verwacht was in de 4-weken groep. De veiligheidsprofielen van natalizumab waren hetzelfde bij beide groepen. Deze studie was er niet op gericht om verschillen in het risico op progressieve multifocale leuko-encefalopathie vast te stellen. Het optreden van het (asymptomatische) geval benadrukt echter hoe belangrijk het is dat alle patiënten die natalizumab gebruiken, gemonitord worden en dat het risico op optreden van bijwerkingen overwogen wordt.

Bron: Douglas L Arnold et al, Lancet Neurol 2022 Apr 25

Samenvatting: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35483387/

[1] Progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML) is een zeldzame, progressief verlopende demyeliniserende aandoening van het centrale zenuwstelsel die meestal overlijden of ernstige invaliditeit tot gevolg heeft. Demyelinisatie is in de neurologie verlies van myeline, de stof die als een isolerende laag om veel zenuwvezels aanwezig is en die de geleiding van impulsen door die zenuwvezels versnelt.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *