Onze omgeving speelt mogelijk een rol bij het ontstaan van MS en daarom is er veel onderzoek gedaan naar de invloed van virussen. Nu blijkt een humaan virus, wat verstopt zit in ons DNA, aanwezig te zijn in MS cellen en een negatieve invloed te hebben op ontsteking en remyelinisatie. Deze studie laat zien dat het virus aanwezig is in alle soorten witte stof laesies in MS weefsel. Hiermee lijkt het virus een nieuw potentieel therapeutisch doelwit.

In het onderzoekscentrum van het VUmc Amsterdam is het weefsel van 20 MS patiënten onderzocht na autopsie. Ter controle werd ook weefsel van 6 personen zonder neurologische aandoening meegenomen. Het weefsel is ‘gekleurd’ door middel van immunohistochemie. Bij deze methode bindt een antilichaam aan het eiwit wat men in beeld wil brengen.

Een tweede antilichaam bindt vervolgens aan het eerste antilichaam en geeft het weefsel een kleur op de plaats van het eiwit. De kleur kan vervolgens worden waargenomen onder de microscoop. In deze studie zijn eiwitten van het virus, myeline en actieve ontstekingscellen gekleurd.

De onderzoekers kunnen nu onder de microscoop drie dingen waarnemen: de laesies (gekenmerkt door afwezigheid van myeline), het virus en de ontstekingscellen. De mate waarin de ontstekingscellen aanwezig zijn en de plaats waar zij zich bevinden ten opzichte van de laesie, bepaalt of het een actieve, chronisch actieve of chronisch inactieve laesie betreft.

Met name in de actieve en chronisch actieve laesies blijkt het virus aanwezig te zijn in de ontstekingscellen. In chronisch inactieve laesies is het virus ook aanwezig in ontstekingscellen, maar in mindere mate. In het weefsel van controles is het virus niet aanwezig in ontstekingscellen.

Het humane virus lijkt een nieuw potentieel therapeutisch doelwit, omdat het aanwezig is in alle soorten witte stof laesies in MS weefsel. Dit betekent dat het niet alleen in het begin van de ziekte, maar ook aan het eind van de ziekte aanwezig is.

Uit eerder onderzoek blijkt dat het virus negatieve effecten heeft op andere eiwitten die verstoord zijn in MS. Deze andere eiwitten zijn vaak het doelwit van huidige therapeutische strategieën. In cellen blijkt het bestrijden van het virus positief voor de andere eiwitten. Daarom is het interessant te onderzoeken wat het effect is van het bestrijden van het virus in de kliniek.

Bron: Jack van Horssen, Susanne van der Pol, Philip Nijland, Sandra Amor , Hervé Perron
Department of Molecular Cell Biology and Immunology, VU University Medical Center, Amsterdam, The Netherlands

Samenvatting: http://www.msard-journal.com/article/S2211-0348(16)30049-9/abstract

Dit bericht heeft 1 reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *