De uitkomsten van een Noors onderzoek geven aan dat mensen met MS na het krijgen van een griepprik mogelijk een tweede vaccinatie moeten krijgen in die gevallen waarin de griepprik onvoldoende bescherming blijkt te geven.

Dit geldt alleen voor mensen met MS die behandeld worden met geneesmiddelen die invloed hebben op hun afweersysteem (immunomodulerende behandeling). Dit geldt echter niet voor het geneesmiddel interferon-bèta.

Immuniteit voor griep na een griepvaccinatie (griepprik) bij mensen met MS die een immunomodulerende behandeling ondergaan is tot nu toe nog niet goed onderzocht.

In dit onderzoek is vooral gekeken naar de invloed van een immunomodulerende behandeling van mensen met MS die in 2009 een griepprik kregen tegen de Mexicaanse griep (H1N1, of varkensgriep) en in 2010 een griepprik tegen de seizoensgriep.

De onderzoekers onderzochten de immuniteit tegen de Mexicaanse griep (H1N1) in 2009 onder 113 mensen met MS tegen 216 controle personen. Zij onderzochten ook de immuniteit na de griepprik tegen de seizoensgriep (2010-2011) onder 49 mensen met MS die wel een griepprik kregen en 62 mensen met MS die geen griepprik hadden gekregen tegen 73 controle personen. We evalueerden de reacties op de griepvaccinaties in een uitgebreide analyse.

Mensen met MS die een immunomodulerende behandeling kregen hadden in vergelijking met de controle personen een verminderde bescherming (27,4% tegen 43,5%) na het krijgen van een vaccinatie tegen de Mexicaanse griep (2009).
De uitkomsten werden niet beïnvloed door een behandeling met interferon-bèta maar werden wel minder bij mensen met MS die behandeld werden met glatimeer (Copaxone), natalizumab (Tysabri) of mitoxantrone (Novatron). Eenzelfde patroon werd gezien bij mensen met MS die in 2010 een vaccinatie tegen de seizoensgriep kregen.

Bron: H.K. Olberg, R.J. Cox, J.K. Nostbakken, J.H. Aarseth, C.A. Vedeler, K.M. Myhr. Department of Neurology, Haukeland University Hospital, Bergen, Norway

Samenvatting: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24436455