Interferon-beta en glatirameeracetaat (Copaxone) lijken vrijwel even goede behandelingen te zijn voor mensen met RRMS. Dat blijkt uit recent onderzoek waarbij onderzoekers resultaten met betrekking tot terugval en invaliditeit bij mensen met MS behandeld met injecteerbare immunomodulators vergeleken. Hierbij zagen zij slechts kleine, doch statistisch significante verschillen tussen de onderzochte immunomodulatoren.

Het onderzoeksteam maakte een paarsgewijze analyse van gegevens uit het internationale MSBase register (een wereldwijde database van mensen met MS). Zij vergeleken de vier injecteerbare immunomodulatoren in verschillende analyses van terugvallen en mate van handicap. Hierbij maakten zij gebruik van gepaarde gemengde modellen die zijn aangepast voor mri-variabelen.

Voor dit onderzoek gebruikten de onderzoekers gegevens van 3326 patiënten uit het MSbase register. Zij werden onderverdeeld in vier groepen, die elk een behandeling met een van de drie soorten interferon-beta of Copaxone ondergingen. De onderzoekers merkten op dat over het algemeen mensen die behandeld werden met IFN-β-1a IM (Avonex) minder last ven beperkingen hadden bij het begin van de behandeling dan mensen die werden behandeld met de andere interferonen. Mensen met MS die Copaxone gebruikten waren over het algemeen ouder dan de mensen die interferonen kregen.

Bij alle 4 soorten behandelingen varieerde het gemiddelde aantal terugvallen per jaar van 0.38 tot 0.56 terugvallen per jaar. Van alle terugvallen werd ⅓ tot ½ behandeld met steroïden. De onderzoekers zagen geen significante verschillen in de doeltreffendheid van de steroïden behandeling tussen de groepen.

Mensen met MS behandeld met Copaxone of subcutane interferon β-1a (Rebif) lieten een iets lager aantal terugvallen zien ten opzichte van intramusculaire interferon β-1a (Avonex) en interferon β-1b (Betaferon). Over een periode van twaalf maanden zagen zij geen verschillen in toename van invaliditeit.

Bron: Kalincik T, Jokubaitis V, Izquierdo G, Duquette P, Girard M, Grammond P, Lugaresi A, Oreja-Guevara C, Bergamaschi R, Hupperts R, Grand’Maison F, Pucci E, Van Pesch V, Boz C, Iuliano G, Fernandez-Bolanos R, Flechter S, Spitaleri D, Cristiano E, Verheul F, Lechner-Scott J, Amato MP, Cabrera-Gomez JA, Saladino ML, Slee M, Moore F, Gray O, Paine M, Barnett M, Havrdova E, Horakova D, Spelman T, Trojano M, Butzkueven H; On behalf of the MSBase Study Group,
Mult Scler. 2014 Dec 5. pii: 1352458514559865

Samenvatting: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25480857