Gehaltes in liquor van de MS-merker NAA (neuron-specifieke-acetylaspartaat) zijn niet abnormaal bij mensen met beginnende MS, maar dalen naarmate de ziekte vordert. In combinatie met het meten van het gehalte en de aard van zogenaamde neurofilament-eiwitten levert het NAA-gehalte informatie over de schade aan axonen in verschillende stadia van MS.

Onderzoekers van de Vrije Universiteit hadden al eerder aanwijzingen gevonden dat de stof NNA een goede voorspeller (biomerker) voor het erger worden van MS zou kunnen zijn. Zij deden nader onderzoek. Tegelijkertijd wilden de onderzoekers de voorspellende waarde vergelijken met andere biomerkers, die bij zenuwschade vrijkomen, zoals eiwitsoorten in de zenuwen, met name neurofilament- en tau-eiwitten.

De onderzoekers maten drie dingen in liquor: de hoeveelheid NAA, neurofilament- en tau-eiwit.

De onderzochte groep mensen was van een complexe samenstelling:
38 hadden de diagnose CIS, een mogelijk beginnende MS, en verder waren er:
42 met de schubvorm van MS (RRMS)
28 met Secondair Progressieve MS (SPMS)
6 met Primair Progressieve MS (PPMS)

De controlegroepen :
18 zonder onstekings-neurologische ziekte
39 met ontstekings-neurologische ziekte (geen MS)
28 zonder neurologische ziekte

Mensen met SPMS hadden een lager gehalte NAA dan de controlegroep en de groepen patiënten met CIS en patiënten met RRMS. Het gehalte bij de CIS-groep en de RRMS-groep was hetzelfde.

De gehaltes van alle eiwitten uit axonen vertoonden een verband met de mate van ziekte-activiteit. Lichte neurofilamenten waren bij patiënten met CIS al verhoogd, vooral bij hen die later MS kregen. De zware neurofilamenten kwamen het meeste voor bij patiënten met SPMS. De hoeveelheid tau-eiwit verschilde niet bij gezonde mensen en patiënten met MS.

Bron: Teunissen CE, Iacobaeus E, Khademi M, Brundin L, Norgren N, Koel-Simmelink MJ, Schepens M, Bouwman F, Twaalfhoven HA, Blom HJ, Jakobs C, Dijkstra CD.- VU University Medical Center,Amsterdam, The Netherlands.
Neurology 2009 Apr 14;72(15):1322-9

Samenvatting