Een verminderde aansturing van de blaas vanuit de hersenen of het ruggenmerg kan er voor zorgen dat er problemen ontstaan met het plassen (neurogene blaasproblemen).

Voorbeelden van klachten zijn moeite met ophouden van de plas, waardoor er urineverlies op kan treden. Of juist niet goed uit kunnen plassen, waardoor er blaasontstekingen kunnen ontstaan.

Deze neurogene blaasproblemen worden vaak bij volwassenen met MS gezien, bij rond 10% kort na het krijgen van de diagnose, wat kan oplopen tot 80% naarmate de ziekteduur langer wordt. Bij kinderen is dit nog niet goed bekeken. Dit is belangrijk, omdat kinderen met MS een langere ziekteduur verwachten. Daarnaast hangt de kans op complicaties samen met deze langere ziekteduur. Mogelijke complicaties zijn bijvoorbeeld terugvloeiende urine vanuit de blaas richting de nieren of ophoping van vocht in de nieren. Op tijd ontdekken en behandelen van deze problemen kunnen ervoor zorgen dat de kwaliteit van leven zo min mogelijk wordt beïnvloed.

In de studie zijn 24 kinderen met MS binnen 1.5 jaar na diagnose onderzocht. Dit werd gedaan door de kinderuroloog en de verpleegkundige van de kinderurologie door middel van vragenlijsten, lichamelijk onderzoek, een echo en een plasonderzoek waarbij de spieractiviteit van de bekkenbodem werd gemeten.

Vijf van de 24 kinderen lieten afwijkingen zien bij het plasonderzoek (21%). Eén kind had zelf geen klachten gemeld of opgemerkt. Bij deze kinderen werd iets vaker een ruggenmergontsteking gemeld dan bij kinderen die geen afwijkingen lieten zien. Het viel op dat deze kinderen op verschillende momenten een hogere EDSS score hadden dan de andere kinderen die geen blaasproblemen hadden. Deze score geeft de hoeveelheid restklachten aan die aanwezig zijn bij een MS patiënt. Er werd geen relatie gevonden tussen de ontstekingsplekken op de MRI en het bestaan van plasproblemen.

Bij 21% van de kinderen werden blaasproblemen gevonden in een zeer vroege fase van de ziekte, dat is een hoog percentage. Het merendeel van de patiënten meldt zelf ook klachten, maar niet iedereen. Dit is belangrijk om te weten, zodat dokters er actief naar kunnen vragen. Mogelijk zou het bestaan van plasproblemen aan het begin van MS een voorspellende factor kunnen zijn voor het krijgen van meer restklachten, of andersom. Dit behoeft nog verder onderzoek.

Het is ook belangrijk om de kwaliteit van de plasvragenlijsten verder te verbeteren, zodat hopelijk door middel van vragenlijsten alleen, alle kinderen met MS die blaasproblemen herkend kunnen worden.

Bron: Scheepe JR, Wong YY, van Pelt ED, Ketelslegers IA, Catsman-Berrevoets CE, van den Hoek J, Hintzen RQ, ErasMS MS centrum, Erasmus MC Rotterdam.

Samenvatting: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26589894

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *