skip to Main Content

Schade ruggenmerg PPMS eerder detecteren

Onderzoekers hebben, eerder dan tot dusver mogelijk was, aangetoond dat in het ruggenmerg van mensen met primair progressieve MS afbraak van zenuwweefsel plaatsvindt.

Terwijl op een conventionele MRI-scan nog niets te zien was konden ze met magnetische resonantie spectroscopie en q-ruimte beeldvorming al beschadiging meten. De beschadiging correleerde ook significant met lichamelijke symptomen die passen bij ruggenmergletsel.

Magnetische resonantie spectroscopie ( MRS) is een techniek, waarbij je net als bij een MRI in een scanner ligt. Er wordt echter geen afbeelding gemaakt maar de hoeveelheid van bepaalde stoffen op een bepaalde plek in het lichaam wordt gemeten. Q-ruimte beeldvorming (QSI) is ook een kwantitatieve MRI-techniek waarmee specifiek schade aan neuronen en axonen aangetoond kan worden. Beide technieken zijn vrij nieuw en zijn in dit onderzoek voor het eerst voor het ruggenmerg van mensen met vroege PPMS ingezet.

21 mensen met PPMS, die maximaal 6 jaar ziek waren en 24 controlepersonen ondergingen een MRI, een MRS en een QSI van het ruggenmerg in de nek. Ook moesten de mensen met PPMS een aantal tests uitvoeren die specifiek gebruikt worden om de conditie van het ruggenmerg te meten. Dat waren de balans, de grijpkracht en de trillingsperceptiedrempel. Daarnaast bepaalden de onderzoekers een aantal conventionele scores bij hen, zoals de EDSS en de spierspanning van been- en armspieren (gemodificeerde Ashworth-schaal).

Het bleek dat de mensen met PPMS minder van de stof N-acetylaspartaat en de combinatie van de stoffen glutamaat en glutamine in het ruggenmerg van hun nek hadden dan de controlepersonen. De drie stoffen zijn merkstoffen voor zenuwcellen en komen in verlaagde hoeveelheid voor als de cellen ziek zijn.

De QSI-scans van de mensen met PPMS wezen ook uit dat de zenuwcellen beschadigd waren en dat demyelinisatie had plaatsgevonden. De doorsnede van het ruggenmerg in de nek, een maat voor de hoeveelheid zenuwcellen, was echter niet significant verlaagd bij de MS-groep ten opzichte van de controlegroep. Dat wijst erop dat er nog geen zenuwcellen verdwenen waren.

Met behulp van statistische analyse berekenden de onderzoekers dat een laag N-acetylaspartaat gehalte en een afwijkende QSI-scan significant correleerden met een hoge EDSS-score, een hoge spierspanning, een hoge trillingsperceptiedrempel en een slechte balans. Een laag glutamaat/ glutaminegehalte ging samen met een slechte balans.

De wetenschappers hebben als eerste doel dat de resultaten ingezet worden bij geneesmiddelenstudies naar zenuwbeschermende medicijnen voor PPMS. Voor zulke studies zijn MRS en QSI geschikt omdat ze specifiek afbraak van zenuwcellen kunnen volgen. Het volgende idee is zulke medicijnen zo vroeg mogelijk in de ziekte te kunnen voorschrijven.

Bron: Abdel-Aziz K, Schneider T, Solanky BS, Yiannakas MC, Altmann DR, Wheeler-Kingshott CAM, Peters AL, Day BL, Thompson AJ, Ciccarelli O – UCL Institute of Neurology en London School of Hygiene and Tropical Medicine, London, United Kingdom.Brain, 2015 April 10; pii: awv086 [Epub ahead of print].

Samenvatting: www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25863355

Back To Top