skip to Main Content
Behandeling MS Bij Kind

Behandeling MS bij kind

Vooruitgang in behandeling van MS op kinderleeftijd

Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt rondom het begrijpen en de behandeling van MS ontstaan op de kinderleeftijd. Maar hoe deze ontwikkelingen worden gebruikt voor een effectievere zorg is minder goed bekend.

Deze studie bekijkt hoe deze recente ontwikkelingen de patiëntenzorg en uitkomsten van kinderen met MS hebben beïnvloed.

Hieruit komt naar voren dat kinderen met MS over de jaren heen sneller worden behandeld, met een grotere variatie aan verschillende medicijnen, en dat deze kinderen ook uitgebreider worden gemonitord. Helaas werden er geen sleutelfactoren voor deze vooruitgang gevonden, doordat het twee niet geselecteerde (ongecontroleerde) patiëntengroepen betrof.

Het onderzoek

Deze studie gaf terugkijkend een overzicht van de kinderen met MS die de afgelopen jaren werden behandeld in twee gespecialiseerde neuro-immunologische kinderziekenhuizen.

Twee verschillende groepen patiënten uit twee verschillende tijdsperioden (10 jaar uit elkaar) werden vergeleken, om te onderzoeken of er een verband was tussen de manier van behandeling en de uitkomst. Hiervoor werden  demografische, klinische en neurocognitieve (o.a. geheugen en aandacht) gegevens uit patiëntendossier gehaald en geanalyseerd.

De bevindingen

Van de totaal meegenomen 51 patiënten, werden er 24 behandeld in de periode van 2007 tot 2010, en 27 in de periode van 2015 tot 2016. Gemiddelde leeftijd bij start van de ziekte was 13.7 jaar; tijd van start symptomen tot diagnose was 9 maanden. Behandeling werd gestart bij 19 patiënten van de eerste patiëntengroep, en 24 in de latere patiëntengroep.

Gemiddelde tijd van diagnose tot start behandeling was significant verschillend met 9 maanden in de eerste en 3.5 maand in de latere patiëntengroep (p=0.013).

In de latere patiëntengroep werden meer verschillende medicijnen gebruikt (4 in eerdere en 7 verschillende in latere patiëntengroep, met daarnaast ook 2 klinische studies). Daarnaast was er in de latere patiëntengroep een betere monitoring van kwaliteit van leven (8% tegen 48% voltooide vragenlijst over kwaliteit van leven (PedsQL)) en een betere monitoring van de neurocognitieve functies (58% tegen 89% voltooid neurocognitief onderzoek).

In beide patiëntengroepen reageerden patiënten op de gegeven behandeling (gemiddelde jaarlijkse relapse/terugval frequentie voorafgaand aan behandeling: 2.7 en 1.7, en gemiddelde jaarlijkse relapse/terugval frequentie na start behandeling: 0.74 en 0.37 in eerste vergeleken met latere patiëntengroep).

Bron: Aphra Luchesa Smith et all, University College London Medical School, London, UK.
Children (Basel). 2020 Nov 9;  PMCID: PMC7695340  DOI: 10.3390/children7110222

Samenvatting: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33182341/

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top