Column Hanneke Hulst |

Als klein meisje droomde ik ervan om ballerina te worden, liefst bij Het Nationale Ballet. Ik danste tot mijn veertiende jaar meerdere keren per week. Ik deed allerlei soorten dans: klassiek ballet, modern ballet, tapdans en streetdance. 

151214-mszien-column-hanneke-dansDaarna verschoof mijn aandacht naar andere dingen (paarden, studeren) en ging ik enkel nog regelmatig met mijn moeder naar balletvoorstellingen in de Stopera in Amsterdam. Zoals u weet ben ik geen ballerina geworden, maar hersenonderzoeker. Nooit eerder had ik gedacht dat deze twee werelden op wonderlijke wijze met elkaar verbonden zouden worden. En toch is precies dát gebeurd…

De afgelopen jaren is het aantal wetenschappelijke onderzoeken naar cognitieve achteruitgang bij MS enorm toegenomen. Er is aangetoond dat cognitieve problemen ten gevolge van MS regelmatig optreden en grote gevolgen kunnen hebben voor het dagelijks functioneren. Er wordt naarstig gezocht naar wát er precies misgaat in de hersenen van mensen met MS die cognitieve problemen hebben, in vergelijking met mensen met MS die deze problemen niet hebben. Als we weten wat het onderliggende ‘breinmechanisme’ is dat deze klachten van o.a. geheugen, aandacht en concentratie veroorzaakt, kunnen we veel gerichter gaan zoeken naar een behandeling ervoor.

Hier zit dan ook meteen de moeilijkheid. Zo’n mechanisme is namelijk niet 1-2-3 ontrafeld. Er zijn talloze factoren die de cognitieve functies kunnen beïnvloeden; denk daarbij aan vermoeidheid, slaapproblemen en depressieve gevoelens. Daar moeten we dus allemaal rekening mee houden en dat is een behoorlijke uitdaging.

Om toch een stap in de richting van behandeling te kunnen zetten, worden er wereldwijd pogingen gedaan om de effecten van cognitieve interventies (manieren om de cognitie te verbeteren) op de hersenen te onderzoeken. Dit type onderzoek staat op dit moment nog in de kinderschoenen maar heeft als belangrijkste verwachting dat, als we heel nauwgezet observeren wat er in de hersenen gebeurt na een cognitieve interventie, we dan ook mogelijk (nieuwe) aanwijzingen over dit specifieke ‘breinmechanisme’ vergaren.

Eén van de manieren om de cognitieve functies te verbeteren is bewegen. Bewegen is namelijk goed voor de hersenen. Uit dieronderzoek weten we dat ratten die veel in een rad hebben gerend, beter konden leren en een beter geheugen hadden dan ratten die deze beweging niet hadden gehad. Interessanter nog, de cellen in de hippocampus (structuur in de hersenen die belangrijk is voor geheugen) bleven langer in leven bij de actieve groep ratten. Bij mensen zien we tijdens gewone veroudering dat fysiek fitte ouderen een grotere hippocampus hebben dan fysiek ‘onfitte’ ouderen.

En dat is precies waar ‘Dance meets science’. Als we denken aan dans, zit daar naast de bewegingscomponent ook een cognitieve component aan vast. Danspassen moeten immers onthouden worden en kunnen volgens een verhaal worden ‘gedanst’. Mogelijk heeft de combinatie van beide componenten (beweging en cognitie) een extra sterk effect op het cognitieve functioneren en op de hersenen. Maar dat weten we nu nog niet zeker. Om dit te onderzoeken starten we op 16 januari a.s. met een wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van dans op de hersenen bij mensen met MS. De danslessen zullen plaatsvinden in de Stopera in Amsterdam, twee keer per week, 8 weken lang. Wij zijn nog op zoek naar mensen met MS die met ons mee willen dansen. Daarom zo aan het einde van het jaar nog een laatste vraag: Mag ik deze dans van u?

Wilt u mee doen? Stuur dan een email met uw contactgegevens naar: msencognitie@vumc.nl

Eerder verschenen in MS-zien, jaargang 14 nummer 4, december 2015

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.