Column Hanneke Hulst |

Als ik denk aan theater, denk ik aan decor, kostuums, opgedofte mensen. Aan staande ovaties en roodfluwelen stoelen. Chique en vermakelijk. Zo op het eerste oog weinig overeenkomsten met het ondergaan van wetenschappelijk onderzoek. Alhoewel er een decor is, de MRI-scanner, ontbreken de kostuums. En ook weerhouden wij deelnemers van het dragen van make-up, omdat de metaaldeeltjes die daarin zitten mogelijk het magnetisch veld kunnen beïnvloeden. Opdoffen is dus geen onderdeel van dit theater.

Theater en het uitvoeren van onderzoek dan misschien? Tijdens congressen waar we ons onderzoek delen met de wereld (onze wetenschappelijke bühne) hebben we een podium met weinig aankleding. Een katheder en een scherm, soms gedecoreerd met een mooie bos bloemen. We zitten op zwarte plastic stoeltjes. Chique is het niet, vermakelijk soms, afhankelijk van degene die het verhaal vertelt. Meestal is het recht-door-zee.

We onderzochten A, dat hebben we gedaan met methode B, wat leidde tot resultaat C en dat betekent D voor volgend onderzoek. Staande ovaties kennen we niet, wel een applaus. Een applaus dat vaak zeer rap gevolgd wordt door een spervuur aan vragen van het publiek.

Misschien liggen theater en wetenschap gewoon te ver uit elkaar. Een vriend van mij is acteur en theatermaker. Altijd enthousiast ziet hij overal de positieve kanten van dingen. In de manier waarop hij over zaken praat, wordt het steevast groter, beter en meer. Ik geloof hem blindelings terwijl ik het nog niet eens gezien heb.

Als wetenschapper word je opgeleid om behoudend te zijn. Om voor- en nadelen netjes tegen elkaar af te zetten. Je kunt niet alleen naar de voordelen kijken als je weet dat er ook nadelen zijn. Wij zijn overduidelijk geen acteurs. We willen het liefst complete, duidelijke informatie geven met als gevolg dat we soms wat tijd nodig hebben om tot de hoofdboodschap te komen – met als gevolg dat de helft van het publiek afgehaakt is.

Voor specifieke doeleinden kan de wetenschapper best wat theatervaardigheden gebruiken. Zo moeten wij regelmatig onze onderzoeksideeën pitchen voor instanties die de mogelijkheden hebben om ons onderzoek te financieren. Dat is belangrijk! Vaak moeten we in tien minuten de hoofdlijnen van het onderzoek bespreken én de jury overtuigen dat wij de juiste persoon zijn om het project uit te voeren.

Dan is er geen tijd om de echte wetenschapper aan het woord te laten. Gedwongen kruipen we uit onze wetenschappelijke schulp en zetten we een theatermasker op. Gedreven door de passie voor het onderzoek dat ‘verdedigd’ moet worden, vindt deze metamorfose zonder problemen plaats. De powerpointpresentatie dient als decor, nette kleren als kostuum en haar en make-up zijn verzorgd; niks staat ons in de weg om deze beurs binnen te slepen. Het onderzoek komt tot leven terwijl je erover spreekt, er verschijnt zelfs een twinkeling in je ogen. Theater of passie? U mag het zeggen.

Foto: Maxim Wermuth

Eerder verschenen in het themanummer Theater van MSzien, jaargang 15 nummer 3, september 2016

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *