skip to Main Content

Vroege voorspelling of Tysabri zal werken

De hoeveelheid van een bepaald type witte bloedcellen kan mogelijk het ontstaan van antistoffen tegen Tysabri (natalizumab) voorspellen. En daarmee dus ook de kans op succes van een behandeling met dat medicijn.

Tysabri (natalizumab) is een monoclonaal antilichaam tegen een leukocyten-antigen. Het is zeer effectief gebleken bij de behandeling van MS. De meest gebruikelijke reden voor het niet slagen van een behandeling is het zich ontwikkelen van neutraliserende antilichaampjes (NAbs). Adviescommissies raden daarom aan om bij schubs of terugkerende infuusreacties patiënten te testen op de aanwezigheid van NAbs. NAbs kunnen echter ook voorkomen bij patiënten die geen ziekteverschijnselen vertonen.

Franse onderzoekers stelden zich de vraag of de zogeheten CD49d-expressie, de productie van een specifiek soort witte bloedcellen, kan dienen als biomarker voor het voorspellen van het succes van een behandeling met Tysabri.

De onderzoekers volgden 2 jaar lang een groep van 49 mensen met de schubvorm van MS die behandeld werden met Tysabri en onderzochten die op CD49d-monocyten. Monocyten zijn een soort van witte bloedcellen die een belangrijke rol spelen in het immuunsysteem. Zij bepaalden het aantal CD49d-cellen vóór elke toediening van Tysabri en vergeleken dat met het gehalte van NAbs en het Tysabrigehalte in het bloedserum.

Bij verreweg de meeste mensen (41 van de 49) was de CD49d-celproductie in de bloedcellen met meer dan de helft verminderd. Die bleef gedurende de gehele behandeling op een laag niveau.

In tegenstelling daarmee constateerden de onderzoekers dat bij 8 mensen (16%) sprake was van herstel van CD49d-celproductie naar het niveau van vóór de behandeling. Dat relateerden zij aan de ontwikkeling van NAbs. Drie mensen vertoonden overgevoeligheidsreacties, bij drie andere was sprake van een ongewijzigd CD49d-celgehalte maar zonder infuus-reacties of klinische verslechtering. Deze drie mensen hadden een zeer hoog NAbs-gehalte en geen waarneembaar Tysabri in het bloedserum.

Twee mensen vertoonden aanvankelijk herstel van de CD49d-celproductie tot het oude niveau. Ze hadden lage gehaltes aan NAbs en na een aantal infuustoedieningen van Tysabri vertoonden ze alsnog een vermindering van de CD49d-celproductie.

De onderzoekers concluderen dat het bepalen van het gehalte van CD49d-monocyten kan dienen als biomarker van de werkzaamheid van Tysabri. Als de CD49d-celproductie op het niveau blijft hangen van vóór aanvang van de behandeling zou de betrokkene getest moeten worden op NAbs en dan zou je eventueel moeten overwegen de behandeling te staken.

Bron: Defer G, Mariotte D, Derache N, Toutirais O, Legros H, Cauquelin B, Le Mauff B.
CHU de Caen, Department of Neurology, Caen, F-14000, France.
Journal of the Neurological Science 2012 Mar 15;314(1-2):138-42.

Back To Top