skip to Main Content
Over Grenzen

Over grenzen

‘Later is te laat’ is een goed motto voor iedereen – mét of zonder MS. Dus reis ik zo nu en dan de wereld over. Omdat ik daarvan houd. Omdat het kan. Omdat het me goed doet. Ik steek grenzen over, en regelmatig ook mijn eigen grens.

Door: Marjolein van Woerkom

Tasmanië, Cradle Mountain National Park

151214-mszien-zonder-genzen-marjoleinIk grijp met mijn rechterhand naar een uitstekende punt van de rots en trek me eraan op. Mijn linkervoet vindt steun op een kleine welving halverwege. Met mijn rechterbeen kan ik nu de grote stap maken naar het plateau erboven. Mijn beenspieren spannen zich en duwen mijn lijf omhoog. Steunend op mijn rechterhand weet ik nog net mijn evenwicht te bewaren.

Wanneer ik mijn hoofd boven het plateau uitsteek, waait een ferme windvlaag in mijn gezicht. Ik kijk naar beneden. De traptreden heb ik nu wel achter me gelaten, zie ik. Vanaf het plateau vervolgt de route zich omhoog via een opeenstapeling van rotsblokken. Hier zou een beetje berggeit een leuk hindernisparcourtje van kunnen maken. Maar ik ben geen berggeit. Ik ben een wereldreiziger met MS.

Ik kijk om me heen: glooiende berghellingen vol ondefinieerbare bomen. In de verte ontwaar ik witte bergtoppen. Voor me kleuren meren donkerblauw. Het lijkt wel een schilderspalet.
Mijn linkerbeen voelt afwezig aan, en ik merk dat ik met mijn volle gewicht op rechts leun om de windkracht te trotseren. Ik kijk nogmaals omhoog naar de route die voor me ligt en zie weer het kleurenpalet voor me. Dit is toch ook mooi? Ik trek het gekreukte foldertje uit mijn achterzak en werp een blik op de kaart. Het rode lijntje kronkelt verder de berg op. Ik zie dat het een one way track is. Eenmaal boven moet je dezelfde weg terug. Laat ik mezelf niet verder martelen, denk ik. Het is mooi geweest.

Enkele andere wandelaars met rugzakken, wandelstokken en speciale bescherming rond de onderbenen, passeren me. Ze blijven even staan voor een foto en trekken verder. Maar deze keer doet het me niets. Ik voel niet de drang om verder te gaan, van falen is geen sprake. Hier nu, halverwege de berg in het nationaal park Cradle Mountain, midden op Tasmanië, op dit plateau met de wind in mijn haren, voel ik niets anders dan rust. Tot hier heb ik het maar mooi gered met mijn f*cking MS. Een geluksgevoel overvalt me en ik glimlach tevreden. Zou ik dan eindelijk verstandig zijn geworden?

Mount Cook, Nieuw-Zeeland, vijf dagen later

Nou niet dus! Mijn interview deze ochtend is afgezegd. Dat betekent dat ik vandaag geen honderden kilometers in mijn Hyundai Sunny hoef te rijden. Vrije tijd! Wat te doen in Nieuw-Zeeland?
De afslag naar Mount Cook schiet voorbij. De bergtop op het Zuidereiland staat bekend om zijn fantastische aangezichten. Twaalf jaar geleden was ik daar ook, maar toen had de majestueuze berg zich verscholen achter een pakket donkere wolken, waardoor ik uiteindelijk een plaatje uit de folder in mijn fotoboek heb geplakt.

Maar vandaag ziet het er helder uit. Toch twijfel ik of ik de 50 km lange trip naar de berg moet ondernemen. Na dagen onderweg te zijn geweest en veel interviews te hebben gedaan, ben ik moe. Het liefst zou ik de hele middag op een terrasje aan een flat white willen nippen, maar ik ben in Nieuw-Zeeland, dus ik moet wat doen! Koffie verkeerd drinken kan thuis ook. Ik draai de auto en neem de afslag. Vanaf de weg is het uitzicht fantastisch. Ik rijd langs een ijsblauw meer en kijk uit op besneeuwde bergtoppen.

Al rijdend tast ik met mijn aandacht mijn lijf af. Ik hóef niet te wandelen. Misschien is er ook wat anders te doen. Aan de balie bij het informatiecentrum blijkt van niet. Het boottochtje is al volgeboekt en de drie uur lange documentaire vind ik met dit zonnige weer tijdsverspilling. De korte wandelingen gaan niet naar Mount Cook, vertelt de medewerkster me, maar de populairste en mooiste wandeling is maar anderhalf uur heen en anderhalf uur terug. Drie uur! Ik voel mijn been. Zou ’ie dat volhouden? Ach, ik kan ook halverwege terugkeren, sus ik mezelf.

Ik smeer zonnebrand op mijn gezicht – ook Nieuw-Zeeland kampt met een gat in de ozonlaag – zet mijn cowboyhoed op, vul mijn waterfles bij en trek mijn wandelschoenen aan. De wandeling naar de voet van de berg is inderdaad prachtig. Een rivier kruist geregeld mijn pad. Hangbruggen, op hun plek gehouden door dik staaldraad, zorgen ervoor dat ik de donderende stroom smeltwater veilig kan oversteken. Hoe verder ik loop, hoe minder mensen ik tegenkom. In de verte dendert af en toe een brok sneeuw naar beneden.

De zon schijnt fel. Ik bedank mezelf voor de wijsheid om mijn hoed op te zetten. Zweetdruppeltjes parelen over mijn rug. Mijn linkervoet zeurt om aandacht; het gevoel vervormt. Ik doe een stap en struikel over een oneffenheidje in het grindpad. Ik duik naar voren, mijn rugzak zit ineens in mijn nek. Ik voel hoe mijn rechterbeen zijn best doet mijn hele 70 kilo inclusief rugzak, in zijn eentje overeind te houden. Mijn handen stuiten op een plotseling verschenen rotsblok langs de kant van de weg. Ik val en weet op een haar na de grond te vermijden.

Ik vloek. Waarom moest ik zo nodig de langste wandeling uitkiezen? Waarom niet die korte? Wat moet ik mezelf bewijzen? Waarom keer ik halverwege niet om? Natuurlijk keer ik halverwege niet om. Dat had ik van tevoren kunnen bedenken. Ik ben te nieuwsgierig naar het uitzicht aan het einde van de wandeling.
Ik trek mijn shirt recht, plant mijn hoed weer stevig op mijn hoofd, neem een slok water en kijk op de kaart. Die is te onduidelijk om te zien hoe ver het nog is. 151214-mszien-zonder-genzen-marjolein-bij-lakeVolgens mijn horloge zit ik op een uur. Ik haal diep adem en strompel voort. Bewust til ik mijn linkervoet omhoog en zet ‘m neer, op en neer, op en neer. Het wordt een mantra waarmee ik de heuvel voor me beklim.

Eenmaal boven zie ik ineens een meer, grijs en grauw gekleurd. Een berg rijst eruit op. In het water drijven ijsschotsen. Waar mijn pad verder gaat, zie ik niet zo snel. Iets verderop zitten een paar wandelaars aan picknicktafels. “Ben ik er al?”, vraag ik ze. “Ja, dit is het.”
Ik voel ineens een euforisch gevoel door mijn lijf gaan. Ik heb het gehaald! Ik met mijn f*cking MS heb gewoon deze tocht doorstaan. Als ik in de lucht kon springen had ik dat tot de hemel gedaan. Ik strompel de laatste meters naar de waterkant, plof op een steen en kom er het eerste uur niet meer vanaf.

Als ik de heuvel afdaal komt een Koreaanse jongen mijn kant op, zijn vriendin loopt erachter. Ze kijken vermoeid. “Jullie zijn er bijna”, roep ik. “Nog tien minuten?”, vraagt het meisje hoopvol. “Nee, binnen vijf minuten ben je er!” Een lach verschijnt op hun gezicht en ineens stappen ze monter verder. Ik voel me gelukkig: als ik de tocht niet tot het einde had volbracht, had ik hen die laatste aanmoediging niet kunnen geven.

Eerder verschenen in MSzien, jaargang 14 nummer 4, december 2017

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top