skip to Main Content
MS-verpleegkundige Esther Pruijs

MS-verpleegkundige Esther Pruijs

Iedereen met MS bezoekt weleens een zorgverlener, en vraagt zich bij thuiskomst dan soms af: Hoe denken deze professionals eigenlijk over MS-gerelateerde onderwerpen? Een interview met verschillende disciplines kan verduidelijking geven. In de eerste aflevering van de rubriek ‘de zorgverlener’ een interview met MS-verpleegkundige Esther Pruijs.

Door: Gisèle van Dokkum

Esther Pruijs

Kunt u iets vertellen over uzelf?

“Ik ben Esther Pruijs, 37 jaar. Ik woon in het mooie Bunschoten-Spakenburg. Sinds 1997 werk ik in het Meander Medisch Centrum in Amersfoort. Behalve als MS-verpleegkundige werk ik ook op de afdeling neurologie en verzorg ik mensen met andere neurologische aandoeningen. In mijn directe familie en vriendenkring is er niemand die MS heeft. Wel in mijn kennissenkring.”

Is de behandeling bij MS anders dan bij andere neurologische aandoeningen?

“Bij een dwarslaesie bijvoorbeeld ontstaat na een revalidatieperiode een redelijk stabiele ‘eindfase’ waar de persoon zich aan kan aanpassen. Maar bij MS zie je, net als bij reuma, dat er later weer opnieuw een aanpassing nodig is, omdat de ziekte ondanks eventuele behandeling en verzorging voortschrijdt. Bij MS kunnen ook nog cognitieve problemen ontstaan. Die vragen vaak meer aanpassing in het dagelijks leven.”

Wat de patiënt wil weten, is de leidraad van ons verdere contact”

— Esther Pruijs, MS-verpleegkundige

Betrekt u de manier waarop een patiënt met MS omgaat in uw aanpak?

“Wat mij betreft is de opvatting van de patiënt het uitgangspunt van mijn zorg en begeleiding. Mijn rol is die van professioneel begeleider. Een patiënt mag er op vertrouwen dat ik weet waar ik het over heb. Wat de patiënt wil weten of welke keuze hij of zij maakt, is de leidraad van ons verdere contact: wel of geen medicatie, veel of weinig informatie, alternatieven. Ik vraag altijd waar de keuze op gebaseerd is, zodat er een weloverwogen beslissing genomen wordt.”

Hoe ziet u de samenwerking met andere disciplines?

“Samenwerking met andere disciplines is noodzakelijk, en van groot belang om goede – en op de patiënt afgestemde – zorg en begeleiding te kunnen bieden. In het Meander Medisch Centrum hebben we een grote revalidatieafdeling waar we intensief mee samenwerken. Naast de revalidatiearts zitten in dat team een fysio- en ergotherapeut, een logopedist, een maatschappelijk werker, een psycholoog en zo nodig een diëtiste. Naast dit team is er een korte lijn met de uroloog en de continentieverpleegkundige, maar ook met thuiszorgorganisaties.”

Merkt u dat mensen afzien van afspraken vanwege de hoge eigen bijdrage?

“Nog niet echt, wel kijkt een patiënt soms naar de momenten waarop er van zorg gebruik wordt gemaakt. Bijvoorbeeld: ‘Doe die afspraak nog maar in december in plaats van januari.’ De meeste patiënten zijn door medicatiegebruik sowieso in januari al door hun eigen bijdrage heen. Ik waarschuw daar altijd voor, wanneer iemand met medicatie start. Beter vooraf te weten, dan achteraf voor verrassingen te komen staan.”

Heeft u ook mensen met een buitenlandse achtergrond en MS? Verloopt de communicatie dan anders – bijvoorbeeld doordat ziekte anders beleefd en ervaren wordt?

“In principe is de voorlichting en begeleiding hetzelfde. Zodra ik cultuurverschillen merk, benoem ik die. Vervolgens zorgen we er samen voor dat onze communicatie en verwachtingen aansluiten. Vragen stellen over verwachtingen en mijn mogelijkheden aangeven helpt.”

Hoe houdt u uw vakkennis op peil?

“Ik ben lid van de IOMSN: een internationale vereniging voor MS-verpleegkundigen (ook van de Nederlandse groep MS-verpleegkundigen). Ik volg bijscholingen voor MS-verpleegkundigen en ik bezoek regelmatig websites. Via mijn werkgever is er een abonnement op een leesservice van de mediatheek. Iedere week krijg ik de inhoudsopgaven van verschillende vakbladen toegestuurd. De artikelen die ik interessant vind, kan ik dan bij hen opvragen.”

Hoe zou u reageren als iemand zegt: “Laat mij maar in de rolstoel, ik hoef niet te lopen: dat kost me zoveel energie die ik liever aan andere zaken besteed.”

“Dat ligt helemaal aan de situatie. In welke fase is iemand? Is er verwerking geweest? Hebben we maximaal gekeken welke energie iemand heeft? Als dan een weloverwogen keuze gemaakt wordt, dan gaan we daarmee verder.”

Hoe denkt u over alternatieve geneeswijzen?

“Ik zeg altijd dat je één ding tegelijk moet proberen (ook bij reguliere geneeswijzen overigens) en dat je ook een evaluatiemoment moet inbouwen. Soms moet je zelfs even stoppen om te zien of het baat heeft. Dit voorkomt dat je heel veel uitprobeert en dus veel energie steekt in dingen zonder te weten wat het effect is. Daarnaast vraag ik patiënten altijd om de alternatieven wel aan ons te laten weten, om eventuele ‘interactie’ te voorkomen. Ik vraag patiënten ook altijd te kijken naar de kosten in verhouding tot hun inkomsten.”

Kunt u zich een voorstelling maken hoe u zelf een chronische ziekte zou ervaren?

“Lastige vraag. Ik kijk altijd weer met respect naar de manier waarop onze patiënten omgaan met hun ziekte. Op verschillende manieren en vrijwel altijd op zoek naar het maximale. Soms letterlijk hun verlies nemend. In de afgelopen jaren heb ik veel geleerd over het omgaan met MS. Ik denk dat ik mijn voordeel daar zeker mee kan doen. Misschien omdat ik veel zie en meemaak, heb ik een redelijk duidelijk beeld over waar voor mij behandelgrenzen liggen. Hoe ik wil blijven functioneren?

Voor mij geldt: ‘meeleven mag, medelijden wordt me wat teveel’. Ik denk dat dat ook goed beschrijft hoe ik met ziek zijn of beperkingen zou omgaan. Leer prioriteiten in je leven te stellen en leer om je hulpvraag duidelijk te krijgen. Dan kun je namelijk heel veel – en zelfs nog veel méér – doen.”

MSzien jaargang 12, maart 2013 (1)

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top