skip to Main Content
Sportief Bewegen En MS

Sportief bewegen en MS

Rust roest, dat weten we. Sportief bewegen is goed voor je. Toch beweegt lang niet iedereen genoeg. Dat geldt zeker voor mensen met MS. Is dat uit onwetendheid ? Heb je het geprobeerd maar ben je weer afgehaakt? Jammer, want er kan meer dan je denkt, ook met MS. Volhouden gaat makkelijker als je weet wat de valkuilen zijn, want sportief bewegen vraagt maatwerk omdat de gemiddelde MS-patiënt niet bestaat.

Door: Nel Achterhes

212mszien-100301-sportief-bewegen-cartoon-grootVroeger was het algemene devies dat je twee à drie keer per week sportief moest bewegen. Tegenwoordig zeggen de wetenschappers vijf keer per week een half uur matig intensief bewegen houdt je gezond. Dat geldt voor ‘gezonde’ mensen, maar evenzeer voor mensen met MS. Matig intensief houdt in dat tijdens de inspanning je hartslag versnelt en je ademhaling verdiept. Als je vijf keer per week een half uur sportief beweegt, voldoe je aan de NNGB, de Nederlandse Norm Gezond Bewegen.

Nella Guinee, een in MS gespecialiseerde fysiotherapeut op de revalidatieafdeling van het VUmc, praat liever niet over ‘sportief bewegen’ maar over ‘actief bewegen’. Het gaat er niet om dat mensen gaan sporten. “Flink met de hond wandelen is geen sport, maar kan wel een hele adequate manier zijn om voldoende ‘actief te bewegen”, merkt ze op. “Ook dagelijkse activiteiten zoals traplopen, fietsen of huishoudelijk werk dragen bij aan voldoende beweging.”

Onderzoek

De medische wetenschap heeft lang gedacht dat mensen met MS het heel rustig aan moesten doen in verband met hun beperkte energievoorraad. Ook overheerste de overtuiging dat door sporten verslechteringen, schubs zelfs, werden uitgelokt. Inmiddels toont onderzoek aan dat het verbeteren van de lichamelijke conditie, spierkracht, lenigheid en mobiliteit juist goed is voor mensen met MS. En niet alleen voor het lichaam maar ook voor mentale factoren zoals de gemoedstoestand. Onderzoek heeft tot nu toe ook geen schadelijke effecten laten zien bij het meedoen aan bewegingsprogramma’s.

Jeske Mak deed in het kader van haar studie Fysiotherapie Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht een onderzoek naar het ‘bewegen’ van mensen met MS. Zij stelde een uitgebreide vragenlijst op die mensen via internet konden invullen. Aan het onderzoek deden 281 mensen met MS mee. Daarvan ondernamen 96 mensen (35%) wekelijks een ‘normale’ sportieve activiteit. Fitness, zwemmen en yoga waren het populairste. Een grotere groep (46%) deed een aangepaste sport, met name fitness. Een kleine groep (17%) deed mee aan zowel een aangepaste als een ‘normale’ sportactiviteit.

Het klinkt allemaal zeer sportief maar toch voldeed maar 35% van de deelnemers aan de norm van het NNGB. Want om aan de NNGB-norm te voldoen moet je vijf keer in de week ‘matig intensief bewegen’. En de deelnemers sportten weliswaar een keertje maar hadden de rest van de week kennelijk (te) weinig beweging. Overigens beweegt 40 procent van de Nederlanders zónder MS ook onvoldoende volgens de NNGB-norm.

Maatwerk

Sportief of actief bewegen kan dus leiden tot verbetering van zowel het lichamelijk functioneren als je mentale welbevinden. Els de Jong kan daar over meepraten. “Ik voel me al beter doordat ik merk dat ik resultaten boek, maar ook door het bewegen zelf ga ik me prettiger voelen”. Els heeft een handbike die ze gemakkelijk aan haar rolstoel kan koppelen en daarmee vervolgens regelmatig naar buiten gaat.

Fysiotherapeut Jaap Plas begeleidt een paar mensen met MS in zijn praktijk: “Door bijvoorbeeld het bovenlichaam te trainen met een speciale elastieken band kun je beter rechtop blijven zitten in je rolstoel”. Maatwerk is belangrijk. Niet te zware oefeningen, maar ook niet te licht. Als je te weinig doet, verslappen je spieren en vermindert de gewrichtsstabiliteit. Er kunnen blessures bij de dagelijkse activiteiten ontstaan. “Bij rolstoelrijders ligt overbelasting van de armen en schouders op de loer”, aldus Jaap, “Als je jezelf teveel belast schiet je je doel voorbij. Je raakt dan té vermoeid en kunt daardoor juist minder doen. De sportactiviteit moet goed passen in de energiebesteding over de hele dag.” Els de Jong: “Ik ga boodschappen doen met de handbike. Zo kost het geen extra tijd op een dag.”

“Maatwerk is belangrijk. Wat wil de patiënt? En wat past bij hem of haar? Kan hij het betalen? Gaat het om algemene conditieverbetering of om meer lenigheid? Wil je sterke spieren of misschien wel meer sociale contacten? Want als je een vorm van sportief bewegen kiest omdat de dokter gezegd heeft dat het goed voor je is en je vindt er zelfs niks aan, dan hou je het natuurlijk niet vol”, merkt Nella op.

(Niet) Doen

Mensen met MS hebben verschillende problemen en verschillende doelen. Je moet iets willen maar het moet ook kunnen. Discipline is onmisbaar maar ook maathouden om overbelasting te voorkomen. Jaap Plas hanteert de volgende regel: “Je mag er wel moe van worden, maar niet zoveel dat je er de volgende dag nog last van hebt.”

Tijdens een schub, zeker in combinatie met een prednisonkuur kun je beter geen sport beoefenen. Het lichaam heeft dan juist extra rust nodig om te herstellen. Bij een contactsport loop je meer kans op blessures door een botsing met een tegenspeler. In een team ga je in het heetst van de strijd ook eerder over je grenzen heen. Pieksporten zijn minder geschikt, omdat ze sneller leiden tot vermoeidheid en verergering van bestaande klachten. Beter zijn de sporten waarbij de inspanning gelijkmatiger verdeeld is.

Voor mensen in een rolstoel betekent sportbeoefening sowieso het nodige zoekwerk. Nella beaamt: “Het allermooiste is dat je zou kunnen trainen in een rolstoelvriendelijke omgeving, een aangepast sportschool met handbikes of krachttrainingshonken geschikt voor paralympiërs. Er zijn revalidatiecentra die zo’n inrichting hebben voor mensen die na de revalidatie aan hun conditie willen blijven werken, bijvoorbeeld ‘de Hoogstraat’ in Utrecht. De moeilijkheid is dat het vaak niet in de buurt zit en dat is wat je nodig hebt”.

        TIPS:

  • Kies iets dat je leuk vindt om te doen
  • Maak – samen met bijvoorbeeld een fysiotherapeut – een programma op maat;
  • Stel haalbare doelen op;
  • Houd je prestaties bij voor de nodige motivatie (of soms afremmen);
  • Accepteer je niveau. Na een verslechtering moet je het sportief bewegen weer opnieuw oppakken en soms kun je dan niet op je vorige niveau doorgaan.
  • Zoek een nieuw haalbaar niveau op. Dat is altijd een beter niveau dan je zou hebben dan wanneer je niets meer zou doen!
  • Een hulpmiddel erbij? Het kan vervelend zijn om je aan je nieuwe niveau aan te passen, zeker als je een nieuw hulpmiddel nodig blijkt te hebben. Voordeel is dat je mèt een hulpmiddel vaak meer kunt bereiken dan zonder;
  • Organiseer het sportief bewegen samen met een ander of in een groep. Je houdt elkaar dan aan de gang;
  • Als je dagindeling of je vermoeidheid weinig ruimte heeft om apart een sportactiviteit in te bouwen, kun je proberen om het te combineren met iets dat je toch al doet. Bijvoorbeeld op de fiets boodschappen doen in plaats van met de auto.

Meer informatie op MSweb over bewegen.

Eerder verschenen in MSzien jaargang 9, maart 2010 (1)

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top