skip to Main Content
De Hippocampus En Thalamus In Beeld

De hippocampus en thalamus in beeld

Cognitieve achteruitgang bij MS:

Onlangs is er een artikel verschenen van de hand van Hanneke Hulst e.a. over haar laatste onderzoek. Hanneke is onderzoekster aan het MS-centrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam en tevens een van onze columnisten. Zij schreef voor alle deelnemers aan het onderzoek een samenvatting in het Nederlands. Het artikel is nu nog alleen online te lezen maar verschijnt binnenkort in het tijdschrift Human Brain Mapping.

Achtergrond van de studie

column-voorpagina-hanneke

Veel mensen met multipele sclerose (MS) krijgen tijdens hun ziekte te maken met geheugenproblemen. Het is nog onbekend hoe deze problemen precies ontstaan en daarom is het van groot belang dat we beter leren begrijpen hoe deze geheugenklachten beginnen. Een van de belangrijkste hersenstructuren voor geheugen is de hippocampus. Uit eerder onderzoek is gebleken dat de hippocampus bij MS vaak aangedaan is (aanwezigheid van laesies in de hippocampus). Nu hebben we ook gekeken naar de functie van de hippocampus bij MS patiënten en naar de vraag of deze structuur minder goed functioneert dan bij gezonde proefpersonen. Het onderzoek werd uitgevoerd binnen de sectie Klinische Neurowetenschappen en het VUmc MS Centrum Amsterdam.

Deelnemers van het onderzoek

Aan de studie hebben in totaal 50 MS patiënten en 30 gezonde proefpersonen deelgenomen. Zestien van de MS patiënten hadden geheugenproblemen. In het onderzoek hebben we vervolgens gekeken naar drie verschillende groepen: gezonde deelnemers, MS patiënten mét geheugenproblemen en MS patiënten zonder geheugenproblemen.

Geheugentaak in de scanner

wetenschap-111021-figuur1

Figuur 1
(Klik op de afbeelding om te vergroten)
Het voorste deel van de cingulaireschors
(bovenste rij) en de parahippocampale
gebieden (onderste twee rijen, in
verschillende oriëntaties
weergegeven) zijn meer actief
bij MS patiënten zonder geheugen-
problemen dan bij gezonde
proefpersonen.

Alle deelnemers hebben in de MRI scanner een geheugentaak uitgevoerd. Deze taak bestond uit twee delen:

  1. Encoding (opslaan van plaatjes in het geheugensysteem)
    Tijdens de encoding zijn verschillende landschappen getoond en moest de proefpersoon aangeven of het om een tropisch of een niet-tropische landschap ging. Tijdens deze fase zijn sommige plaatjes opgeslagen in het geheugen van de proefpersoon en andere misschien niet.
  2. Retrieval (herinneren/ophalen van plaatjes uit het geheugensysteem)Dit was het tweede deel van de taak waarin opnieuw plaatjes van landschappen getoond werden. Er werd gevraagd of de proefpersoon het plaatje al eerder had gezien of dat het om een nieuw plaatje ging.

Tijdens het uitvoeren van deze taak werd de activiteit van de hersenen gemeten. Specifieke aandacht ging uit naar de activiteit in de hippocampus. Voor de analyses hebben we gekeken naar de plaatjes die tijdens de encoding (fase 1) correct zijn opgeslagen (dit weten we doordat ze tijdens de retrieval correct werden aangeduid als “al eerder gezien” (fase 2).

Resultaten van het onderzoek

De hersenactiviteit van MS patiënten zonder geheugenproblemen werd vergeleken met de hersenactiviteit van gezonde proefpersonen. Omdat deze groep MS patiënten geen geheugenklachten hadden en zij de neuropsychologische testjes dus net zo goed maakten als de gezonde proefpersonen, verwachtten we geen verschillen te zien in hersenactiviteit tijdens het uitvoeren van de geheugentaak in de scanner. Echter, in tegenstelling tot wat we verwachtten, zagen we dat verschillende gebieden die belangrijk zijn voor geheugen (hippocampus, parahippocampus (gebied direct om de hippocampus heen) en de cingulaire schors) juist actiever waren bij de patiënten dan bij de gezonde proefpersonen.

In figuur 1 ziet u in rood de gebieden in de hersenen die actiever waren. Deze MS patiënten hadden dus nog geen geheugenklachten en maakten de taak in de scanner evengoed als de gezonde deelnemers. Het lijkt er daarom op dat het geheugensysteem zich al in een vroeg stadium, nog voordat geheugenproblemen aanwezig zijn, aanpast door de activiteit van de hippocampus en enkele andere gebieden te verhogen. Mogelijk is deze toegenomen activiteit nodig om de geheugenfunctie te behouden, terwijl de voor MS karakteristieke schade aan het brein geleidelijk aan toeneemt.

wetenschap-111021-figuur2

Figuur 2
(Klik op de afbeelding om te vergroten)
Het achterste deel van de
cingulaireschors en de zogenaamde
precuneus(in rood) zijn
meer actief bij MS patiënten
met geheugenproblemen dan bij
gezonde proefpersonen.

De hersenactiviteit van MS patiënten met geheugenproblemen werd ook vergeleken met de gezonde proefpersonen. Omdat deze groep patiënten een duidelijke afname in geheugenfunctie liet zien, verwachtten we ook een afname in hersenactiviteit te zien tijdens de encoding fase (minder hersenactiviteit leidt volgens verwachting tot verminderde functie). Inderdaad bleken er verschillende hersengebieden te zijn die bij MS patiënten met geheugenproblemen minder hersenactiviteit lieten zien dan bij gezonde proefpersonen. Deze gebieden met een afgenomen activiteit maken een belangrijk deel uit het van het geheugensysteem. Deze gebieden zijn in figuur 2 aangegeven in blauw. Mogelijk is deze afname in activiteit in het geheugensysteem de reden waarom deze groep patiënten geheugenproblemen heeft. MS patiënten met geheugenproblemen lieten in twee kleine gebiedjes ook nog wat toegenomen hersenactiviteit zien in vergelijking met de gezonde proefpersonen. Deze gebieden zijn in figuur 2 aangegeven in het rood. Onze interpretatie is dat deze twee gebiedjes nog proberen te compenseren voor de afgenomen hersenactiviteit in relatie tot geheugenfunctie, maar dat ze daarin uiteindelijk niet voldoende succesvol zijn om een normaal geheugen te bewerkstelligen.

De rechter hippocampus, parahippo-campale gebieden, en prefrontale cortex (in blauw) zijn bij MS patiënten met geheugenproblemen verminderd actief.

Conclusies van het onderzoek

Samenvattend zien we bij MS patiënten mét en bij MS patiënten zonder geheugenproblemen veranderingen in de functie van het geheugensysteem, vooral in de hippocampus. Mogelijk vinden er al vroeg in het ziekteproces, nog voordat geheugenproblemen meetbaar worden, in de hersenen aanpassingen plaats. De verhoogde hersenactiviteit bij patiënten zónder geheugenproblemen is mogelijk nodig om de geheugenfunctie nog een tijdje te behouden. Bij patiënten die reeds geheugenproblemen vertonen zien we voornamelijk verminderde activiteit in het brein, en weinig ‘extra’ activiteit die voor deze vermindering van activiteit zou kunnen compenseren.

De uitkomst van deze studie heeft ons in belangrijke mate iets geleerd over hoe geheugenproblemen en mogelijk ook andere cognitieve problemen kunnen ontstaan en de resultaten worden nu ingezet om de zoektocht naar behandelingsmogelijkheden voor cognitieve klachten in te zetten en vorm te geven. We hopen uiteindelijk via therapie het ontstaan van geheugenproblemen uit te stellen door bijvoorbeeld mensen preventief geheugentraining of medicatie te geven, zelfs nog voordat er überhaupt geheugenproblemen aanwezig zijn. Aan het verder ontwikkelen van deze ideeën voor behandeling c.q. interventie wordt momenteel gewerkt binnen de sectie Klinische Neurowetenschappen en het VUmc MS Centrum Amsterdam.

De resultaten van deze studie zijn gepubliceerd in het hoog aangeschreven internationale wetenschappelijke tijdschrift Human Brain Mapping, onder de titel: Functional adaptive changes within the memory system of patients with multiple sclerosis.
Auteurs: Hanneke E. Hulst, Menno M. Schoonheim, Stefan D. Roosendaal, Veronica Popescu, Lizanne J.S. Schweren, Ysbrand D. van der Werf, Leo H. Visser, Chris H. Polman, Frederik Barkhof, Jeroen J. G. Geurts

Datum: 06-09-2011

Journal: Human Brain Mapping

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top