skip to Main Content
VN Verdrag Mensen Met Een Handicap

VN Verdrag Mensen met een Handicap

Op 9 februari is in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over het ‘VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap’. Het ziet ernaar uit dat Nederland het Verdrag dit jaar gaat bekrachtigen en dan moet uitvoeren.

nieuws-140519-ParticipatiewetinstrijdmetVN-verdragEen VN-comité controleert of een land het Verdrag goed uitvoert. De Duitse hoogleraar Recht en Disability Studies, Theresia Degener, is vice-voorzitter van dit comité. Iederin sprak met haar over het belang van het Verdrag en wat we ervan mogen verwachten.

Het ‘VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap’ is net als het VN-kinderrechtenverdrag en het VN-vrouwenverdrag, een mensenrechtenverdrag. Het is in 2006 door de Verenigde Naties goedgekeurd en daarmee het jongste mensenrechtenverdrag. Inmiddels hebben 151 landen het verdrag in eigen land bekrachtigd (geratificeerd).

VN-verdrag in het kort

Het Verdrag is nodig omdat in veel landen mensen met een handicap niet volwaardig kunnen meedoen aan de samenleving. Het Verdrag richt zich op situaties waarin mensen met een handicap vaak nog een achterstand hebben. Het gaat over recht op: gelijke behandeling, gelijke toegang, eigen regie en participatie, mobiliteit, inclusief onderwijs, werk en een behoorlijke levensstandaard.

Nederlanders met een beperking hebben hoge verwachtingen van het Verdrag. Zijn die verwachtingen terecht? Degener: “Ja en nee. Ja, omdat het een revolutionair verdrag is. Het is het beste middel dat we ooit hebben gehad. Er is bijvoorbeeld geen ander internationaal instrument dat zo duidelijk recht geeft op inclusief onderwijs.”

Tegelijkertijd tempert Degener de hoge verwachtingen en doet een beroep op het geduld: “Geen enkel mensenrechtenverdrag is ‘over night’ geïmplementeerd. Uitvoering van een mensenrechtenverdrag neemt jaren in beslag.”

Schending van mensenrechten

Als een land de verplichtingen van het verdrag niet nakomt, is er dan sprake van mensenrechtenschending? Degener antwoordt direct en met klem: “Ja, natuurlijk!” Toch zal het VN-comité dat nooit een land expliciet verwijten. “We zeggen nooit tegen een land: jullie schenden mensenrechten. We zeggen wel: we zijn bezorgd.”

Waarom kiest het VN-comité voor deze zachte benadering? Degener legt uit dat het niet zozeer een keuze is. “Mensenrechten kun je niet afdwingen; behalve met een oorlog. Dat is inherent aan mensenrechten. Er is geen internationale rechtbank waaraan we schending van mensenrechten kunnen voorleggen. We zijn dus afhankelijk van de goede wil van een land.

Rapportage

Toch is de uitvoering van het VN-verdrag niet vrijblijvend. Een land dat het Verdrag geratificeerd heeft, moet twee jaar na de ratificatie bij het VN-comité verantwoording afleggen. Waarop beoordeelt het comité of een land het verdrag goed uitvoert? Degener: “Bij elk artikel uit het verdrag stellen we een aantal vragen. Een land moet in een rapportage al die vragen stuk voor stuk beantwoorden. Niet alleen de regering, ook belangenorganisaties kunnen een rapportage indienen bij het VN-comité. Het comité hecht zeer aan deze zogenaamde schaduwrapportages.” Het VN-comité heeft inmiddels 19 landen beoordeeld op de uitvoering van het verdrag.

De verwachting is dat Nederland in juli 2015 het verdrag gaat bekrachtigen. Hiervoor moeten de Tweede Kamer en de Eerste Kamer eerst twee wetten aannemen: de Goedkeuringswet en de Uitvoeringswet. Deze wetten worden begin 2015 behandeld in de Tweede Kamer. Het VN-comité zal in 2017 beoordelen hoe ver Nederland gevorderd is met de uitvoering van het verdrag.

Bron: www.Ieder(in) tekst Margreet Jonge Poerink

Meer informatie op www.meedoeniseenmensenrecht.nl, www.vnverdragwaarmaken.nl

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top