skip to Main Content
De Rechten Van De Mens Met Een Beperking

De rechten van de mens met een beperking

De rechten van de mens met een beperking

Op 13 december 2006 werd het Verdrag voor de rechten van mensen met een beperking (IVRPH) door de Verenigde Naties (VN) vastgesteld. Nederland heeft dit verdrag op 30 maart 2007 ondertekend, maar tot op heden nog altijd niet geratificeerd. MSzien sprak politicoloog en ervaringsdeskundige Agnes van Wijnen over het verdrag en de positie van Nederland.

Door: Isabelle de Jong

cartoon rechten mens met beperkingAgnes van Wijnen is sinds twintig jaar betrokken bij rechten en mensenrechten van mensen met een beperking. Momenteel is zij actief binnen de Coalitie voor Inclusie, een netwerkorganisatie van mensen en organisaties die inclusie (een samenleving waarin iedereen erbij hoort, gelijke rechten en plichten heeft. Waarin verscheidenheid een kwaliteit is) en mensenrechten willen promoten en realiseren.

Hun uitgangspunten zijn: welkom zijn, versterken van eigen kracht van mensen, samen optrekken, interactief en pro-actief werken vanuit solidariteit en optimisme, en oplossingsgericht zijn. Werk en privé komen voor Agnes samen. Zij heeft zelf een aantal chronische aandoeningen resulterend in chronische pijn, en is moeder van een dochter met diabetes en coeliakie. “Bij mensenrechten denken we allereerst aan opsluiten van politieke tegenstanders en marteling in gevangenissen in landen ver weg van Nederland. Maar mensenrechten zijn heel dichtbij, uitsluiting en discriminatie zijn heel dichtbij, ook in Nederland. De kennis hierover vind ik erg beperkt.

Mijn analyse is dat de mensenrechten van personen met een beperking in Nederland op veel terreinen onder druk staan of geschonden worden. Denk bijvoorbeeld aan de ontoegankelijkheid van openbare gebouwen, de lage arbeidsparticipatie of de bescheiden mogelijkheden voor begeleiding, ondersteuning of hulp bij zelfstandig wonen. Ook de beeldvorming dat mensen met een beperking tot weinig in staat zijn, en vooral een medisch probleem hebben waar zo goed mogelijk voor gezorgd moet worden is hier een voorbeeld van.”

Eerdere ontwikkelingen

Tamara Venrooy van de VVD verklaarde in november 2012 op een verkiezingsbijeenkomst van de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad (CG-raad) dat de rechten van mensen met een beperking al goed geregeld zijn en dat een eigen verdrag tot meer bureaucratie zou leiden. De Coalitie voor Inclusie is het hier niet mee eens. Volgens hen is wereldwijd herhaaldelijk vastgesteld dat mensen met een beperking vaak buitengesloten en gediscrimineerd worden, vaker in armoede leven, vaker slachtoffer zijn van misbruik, mishandeling of uitbuiting, niet serieus worden genomen en minder kans hebben op een goede opleiding of werk dat bij hen past.

Juist daarom heeft de VN besloten dat een verdrag noodzakelijk is. Eerdere maatregelen van de VN brachten weinig verbetering. Daarom werd in december 2006 het IVRPH door de VN vastgesteld. Een belangrijk verschil tussen deze afspraken en het VN-Verdrag is dat het verdrag wettelijk bindend is. Agnes voegt hieraan toe: “Er wordt ook nadrukkelijk en consequent gesteld dat (organisaties van) mensen met een beperking betrokken moeten worden bij alles wat hen aangaat. ‘Nothing about us without us’. Ook dit is een belangrijk en vérstrekkend uitgangspunt dat veel potentie voor verandering in zich draagt.”

Het VN-Verdrag

Het verdrag biedt handvatten om de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Bovendien maakt het de positie van personen met een beperking sterker, omdat het bepaalt dat deze mensen op het gebied van wonen, scholing, vervoer, werk en een aantal andere terreinen gelijke rechten moeten krijgen. Door middel van het IVRPH kunnen mensen dit bij de rechter afdwingen.

Agnes legt de noodzaak van het verdrag uit: “Het gaat om pure inclusie, je bent deel van de samenleving zoals je bent, je hoeft niet aan jezelf te sleutelen of je in bochten te wringen om maar meer te lijken op een mens zonder beperkingen. Het probleem is niet gelegen in de beperkingen, maar in het feit dat de samenleving niet ingericht is op de verschillen tussen mensen en de discriminatie en uitsluiting die hier uit voortkomt. Het VN Verdrag definieert mensen met een beperking als personen met rechten, namelijk dezelfde rechten als anderen zonder beperkingen. En niet als object van zorg, of als medisch probleem.”

Ratificatie

ratificatieNederland heeft verdrag wel ondertekend maar (nog) niet geratificeerd. Dit houdt in dat het verdrag nog niet in werking is, maar omdat het wel ondertekend is, mag de overheid geen wetten of beleid maken die in strijd zijn met het doel en de strekking van het verdrag. Ratificatie betekent dat de overheid een aantal wetten en beleid zal moeten veranderen. De belangrijkste reden dat dit nog niet is gebeurd, is dat de regering eerst wilde onderzoeken om welke wetten het gaat en wat de kosten hiervoor zijn.

Het SEOR, een onderzoeksinstituut van de Erasmus universiteit, heeft berekend dat de kosten meevallen: naar schatting 18,4 tot 106,7 miljoen voor grote en kleine bedrijven samen. De meeste landen binnen en buiten Europa hebben het verdrag inmiddels wel geratificeerd. In het regeerakkoord van het huidige kabinet is afgesproken dat Nederland dit uiterlijk juli 2015 doet. In juni 2013 werden twee wetsvoorstellen aangekondigd die de ratificatie van het VN-Verdrag in gang moeten zetten. Volgens de Nederlandse regering moet het volgende gebeuren:

• de Wet Gelijke Behandeling op grond van Handicap of Chronische Ziekte (WGBH/Cz uitbreiden met een aanbod van goederen en diensten. Dit betekent dat overheid, bedrijven en instellingen moeten zorgen dat hun gebouwen, producten en dienstverlening (bijvoorbeeld websites, informatie) toegankelijk en bruikbaar zijn voor mensen met een beperking;
• de Kieswet zo veranderen dat gemeenten de plicht krijgen verkiezingen en stemlokalen toegankelijk te maken;
• samen met belangenorganisaties in een Actieplan duidelijk maken hoe alle rechten uit het VN Verdrag voor mensen met een handicap concreet gerealiseerd kunnen worden.

Agnes is niet erg te spreken over de huidige wetsvoorstellen: “Ze zijn mager en weinig ambitieus. Nederland rekent zich rijk met het idee dat het hier allemaal al behoorlijk goed geregeld is rond mensen met een beperking. Er wordt gekozen voor een minimale aanpak, allerlei artikelen die ook in Nederland van belang zijn blijven buiten beschouwing. Ik zou willen dat Nederland serieus aan de slag gaat met het realiseren van mensenrechten van mensen met een beperking – vanuit de erkenning en het bewustzijn dat er nog veel moet gebeuren.”

Waar staan we nu?

De wetsvoorstellen gaan nu eerst voor advies naar de Raad van State, en vervolgens naar de Tweede Kamer om daar te worden besproken. Daarnaast zijn de voorbereidingen begonnen voor een strategisch plan van aanpak, waarin de implementatie van het VN-Verdrag in Nederland verder wordt uitgewerkt. Organisaties van mensen met een beperking, waarvan Coalitie voor Inclusie er één is, zijn hierbij betrokken als gesprekspartner. Hopelijk worden de wetsvoorstellen hierdoor ambitieuzer en wordt er echt iets bereikt in de strijd voor gelijke rechten voor mensen met een beperking.

www.coalitievoorinclusie.nl


Jaargang 12, december 2013.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top