Het belang van de relatie tussen cognitieve en psychosociale problemen bij mensen met MS

Traditiegetrouw organiseert MS Vereniging Nederland een themalezing voorafgaand aan de algemene ledenvergadering, alleen toegankelijk voor – je raadt het al – leden. Dit keer gaf professor dr. Hanneke Hulst een uiteenzetting van de relatie tussen cognitieve en psychosociale problemen bij mensen met MS. Vooral haar pleidooi om bij cognitieve problemen altijd de psychosociale omgeving van de patiënt mee te nemen in het onderzoek was een duidelijke boodschap voor de (virtueel) aanwezigen. Hanneke is een bekende van MSweb en schrijft al jaren onder andere artikelen en columns voor MSweb en is inmiddels hoogleraar Neuropsychologie in Gezondheid en Ziekte aan de Universiteit Leiden.

Door Karen van Dalsem

Model

Psychosociale problemen zijn problemen met het geestelijk vermogen of de sociale vaardigheden die nodig zijn om goed te kunnen omgaan met anderen, in verschillende omstandigheden. Hoe beïnvloedt dit de cognitieve problemen bij mensen met MS? Aan de hand van het bio-psycho-sociaal model maakt Hanneke duidelijk dat biologische (schade in hersenen door MS), sociale (interactie met je omgeving) en psychologische (cognitieve stoornissen, stemming etc.) factoren elkaar beïnvloeden.

Cognitie behelst het geheugen, aandacht (concentratie), informatieverwerking en de informatieverwerkingssnelheid. Cognitief functioneren is complex. Tussen de 43-65 procent van de mensen met MS krijgt tijdens zijn of haar ziekte cognitieve problemen. Schade in de hersenen speelt hierbij een rol (biologie), maar ook vermoeidheid en de stemming (psychologisch) van de persoon met MS beïnvloeden het cognitief functioneren. Ongeveer 84 procent van de mensen met MS heeft last van vermoeidheid en 14 tot 54 procent heeft last van depressie en/of angst.

Een andere factor die van invloed is op het cognitief functioneren van de persoon met MS is de sociale component. Om te illustreren welke problemen zich in het dagelijks leven kunnen voordoen als er problemen zijn van psychosociale aard, geeft Hanneke een aantal voorbeelden uit de praktijk. Zo was er een bibliothecaresse die steeds moeilijker op haar woorden kan komen, wat het meedoen aan gesprekken lastig maakte. De cognitieve stoornissen (woordvindproblemen) worden mogelijk veroorzaakt door schade in het brein.

Het probleem dat zij ervaart is niet alleen lastig voor deze vrouw, ze schaamt zich er ook voor. Hierdoor gaat ze niet meer naar haar werk en spreekt niet meer met meerdere vrienden tegelijk af. Zo stapelen de negatieve veranderingen zich op. Op sociaal niveau doet ze niet meer zoals gebruikelijk mee, wat grote gevolgen voor haar sociale netwerk heeft. Het netwerk wordt kleiner, waardoor ze steeds kwetsbaarder wordt. De vrouw kwam naar het ziekenhuis voor haar woordvindprobleem, maar de oplossing voor het verbeteren van haar sociale leven zit hem vooral in het verminderen van de schaamte.

Verminderd geheugen

Iemand anders, een vrouw met RRMS, heeft een verminderd geheugen, aandacht en concentratievermogen. Dit is ook vastgesteld door neuropsychologisch onderzoek. Ze merkt dat ze moeite heeft om de grapjes van de mensen om haar heen te begrijpen, zeker aan de telefoon waar gezichtsexpressies en lichaamstaal niet zichtbaar zijn. Ook dit kan een gevolg zijn van schade in de hersenen (biologie) of cognitieve problemen (psychologie). Maar bovenal maakt het haar onzeker, waardoor ze zich afzondert, wat haar in een sociaal isolement brengt.

Balansproblemen

Een kunstenaar die door balansproblemen zijn beroep niet meer kan uitoefenen en geen voldoening meer haalt uit zijn aangepaste activiteiten komt in een depressie terecht.  Hij wil graag doen waar hij goed in is, maar wordt geconfronteerd met wat er niet meer lukt. De man vereenzaamt meer en meer door zijn depressie, met als gevolg verandering in de sociale context.

Het is goed om je bewust te zijn dat sommige cognitieve en fysieke problemen niet altijd los van elkaar bestaan. Ze kunnen grotere gevolgen hebben die soms niet eens direct met elkaar in verband worden gebracht. Voor artsen is het daarom belangrijk om de sociale omgeving er bij te betrekken om tot een gerichte totaalbehandeling te komen. Het is duidelijk onvoldoende alleen te kijken naar biologische en psychologische factoren als oorzaak van cognitieve problemen, de sociale omgeving is ook heel belangrijk voor het verbeteren van de situatie van de patiënt.

Zo kan cognitie en vermoeidheid verbeterd worden door iemand die sociaal in een belastende situatie zit eerst te helpen met het verbeteren van die situatie. Daarna moet de balans opgemaakt worden. Zijn de cognitieve problemen en vermoeidheid nog steeds aanwezig, dan zal in tweede instantie de behandeling daarop gericht worden. Maar soms zal blijken dat dit niet meer nodig is.

Cognitie en sociale omgeving hangen met elkaar samen. Het Amsterdam UMC (locatie VUmc) , waar Hanneke nog steeds aan verbonden is, heeft een expertisecentrum voor cognitie. Dit centrum heeft veel aandacht voor het sociale stuk. Met een verwijsbrief van de huisarts of de neuroloog zijn mensen uit het hele land hier welkom, zij gaan met een advies op maat naar huis, waarna de eigen behandelaar het advies op kan pakken.

Wil je de presentatie van Hanneke terugzien?

>> Terug naar de Inhoudsopgave MSzien 2021-4

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.