skip to Main Content

Een 25-uur-per-dag-mens

Raymond Timmermans: een 25-uur-per-dag-mens

Met dr. ir. Bram Platel, zowel MS-onderzoeker als -patiënt, is de cirkel rond, vindt Raymond Timmermans (72) zelf. Een mooier einde had de auteur niet kunnen bedenken voor zijn serie ‘MS-onderzoek in Nederland’, die in 2007 voor het eerst verscheen in MSzien. In eerste instantie voor een jaartje, maar het groeide uit tot een reeks van 50 interviews met wetenschappers – professoren, doctoren en doctorandussen. De serie eindigde dit voorjaar. Voorlopig.

Door Marjolein van Woerkom

Omringd door geprinte A4’tjes. Laptop voor mijn neus. Sommige zinnen met fluorescerend geel gemarkeerd, dat wat de moeite waard is.

Raymond Timmermans
Raymond Timmermans achter zijn computer op zolder

Zo zat hij er ook steeds bij, bedenk ik me. Op zijn zolder in Zoetermeer. Niet tikkend op een computer zoals ik, maar al schrijvend op papier met een handschrift dat hijzelf ook nauwelijks meer kon lezen. Rondom zijn computer een veld van prints.

Hij verzon de kop, hoe hij het ging aanpakken, wat is het hoofdmotief, waar wil hij zijn verhaal mee beginnen? Als hij daaruit was, ging hij schrijven, steeds met verwijzingen naar de prints die hij om zich heen had liggen.

Dan kwam er een ochtend dat hij voor zijn computerscherm ging zitten en de tekst insprak. In één flow stond er dan al zeker meer dan de helft van het verhaal. Raymond: “Voor ik eraan begin denk ik steeds: deze keer gaat het niet lukken. Maar dat is nooit gebeurd… het is altijd gelukt…”

Als er dan toch een afscheidsinterview moest komen, dan op de manier waarop hij de laatste jaren zijn interviews deed, stelde hij voor. Zijn zelf bedachte e-mailinterviewmethode. Op bezoek gaan bij de geïnterviewde en aantekeningen maken lukte allang niet meer door zijn MS.

In plaats daarvan stuurde hij een uitgebreide vragenlijst naar zijn interview-kandidaat met het verzoek deze ook per mail te beantwoorden. Meestal leverde dat al bijna voldoende op. De antwoorden lokten vaak nieuwe vragen uit en dat lukte ook nog wel per e-mail.

Daarna maakte hij een concept dat hij zijn respondent te lezen gaf met de vraag: klopt het? Waarbij het in het bijzonder gaat om de citaten. Vervolgens wilde hij de betrokkene graag aan de telefoon spreken, mede voor een laatste check maar vooral omdat het hem een indruk gaf hoe diegene praat, redeneert. “Want dat blijft het probleem bij digitale interviews”, vertelt hij. “Je ziet en hoort elkaar niet echt.”

Maar welke lezer had dat door? Zijn artikelen stralen betrokkenheid uit, hij maakt grapjes met zijn geïnterviewden, geeft kleur aan vaak moeilijk behapbare onderwerpen. En misschien wel het belangrijkste, ze zijn toegankelijk voor wie niet thuis is in het medisch jargon.

“Mijn drijfveer als journalist, bij welk onderwerp dan ook, is de drang om alles te willen weten, puur en letterlijk nieuwsgierigheid. Op zoek gaan naar iets wat je niet begrijpt. En dat met de aan mezelf gegeven opdracht om voor iedereen begrijpelijk en toegankelijk die soms ingewikkelde feiten uit te leggen.”

Vroeger bij de krant, begon hij meteen te tikken. Hij begon zijn journalistieke carrière tijdens zijn militaire dienst, van november 1967 tot mei 1969. Een gestencild maandbulletin over van alles wat er speelde in Noord-West Duitsland, het gebied dat voor ‘onze’ militairen van groot belang was.

Daarna kwam hij te werken bij het personeelsblad van de PTT ‘Aangetekend’. Daar leerde hij vriend en collega Louis Weltens kennen, door wiens aanmoediging hij bij Sijthoff Pers – Haagsche Courant, Rotterdams Nieuwsblad en soortgelijke grote regionale kranten – terecht kwam, en met wie hij later een tijdlang in de redactie van MSzien zou zitten.

Louis was ook de eindredacteur van de serie ‘MS-onderzoek in Nederland’. Ze zijn nog steeds bevriend.

Louis:Ik zag meteen Raymonds talent. Toen ik bij de PTT wegging, zei ik tegen hem: ‘Je moet hier niet blijven zitten. Ga bij de krant.’ Die jongen is geknipt voor de journalistiek en nog steeds is hij een hele goede journalist vind ik.

Raymond pratend tegen zijn computer
Raymond pratend tegen zijn computer

In moderne termen zou hij nu onder de term onderzoeksjournalist kunnen vallen. Hij spit alles echt uit tot de bodem. Hij gaat er helemaal in op, bijt zich erin vast als een terriër en weet daardoor alles boven tafel te halen. Hij heeft ook een uitstekend geheugen en een enorm uithoudingsvermogen en dat ondanks zijn handicap. Zijn hele leven is daardoor bepaald en dan is hij toch in staat om een enorme stroom werk uit zijn handen te laten komen. Dat vind ik bewonderingswaardig.”

Die handicap kreeg hij op 42-jarige leeftijd, toen hij als programmaleider en eindredacteur bij Omroep West werkte, voorbestemd als hoofdredacteur. In die periode kreeg hij de diagnose MS te horen. Zijn vrouw Thea, Thé zoals hij haar noemt, schreef eerder in een column op MSweb hoe het hun leven beïnvloedde: “Ik ben misselijk als ik het hoor. Raymond leest direct alles over MS wat hij vinden kan. Hij wil er alles over weten. Na enige tijd kan hij weer aan het werk. Vier halve dagen per week, met hulp van vriendelijke mensen die zijn gedachten voor hem uittikken. Ons verzet tegen de gevolgen van de ziekte is dan nog groot. We willen het niet weten, maar we weten dat de radio zijn eindstation is. Er zit geen werkgever te wachten op een MS-patiënt, ook niet op een patiënt die met handen en voeten aan het werk probeert te blijven.”

Want dat typeert hem. Hij noemt zichzelf een 25-uur-per-dag-mens. Lummelen komt in zijn woordenboek niet voor, schrijft zijn vrouw. Hij dwingt zichzelf in een ijzeren ritme. ’s Ochtends werkt hij. Elke middag houdt hij rust en ’s avonds gaat hij verder.

“Sinds mijn ziekte deel ik m’n agenda op de computer heel strikt in. Alles wat ik wil doen op een dag staat erin. Waar ik – en dat is veel – niet aan toe kom verhuist dan automatisch naar de volgende dag en zo verder. Heb begrepen dat dat timemanagement heet”, lacht hij.

De serie ‘MS-onderzoek in Nederland’ werd bedacht in 2006. De redactie van MSzien wilde graag een serie wijden aan het thema MS-onderzoek in Nederland. Raymond nam deze taak op zich en begon vol ambitie aan een eerste interview met MS-professor Chris Polman van het VUmc Amsterdam.

“De serie heb ik oorspronkelijk zo opgezet dat de ene naar de ander zou verwijzen. Uiteindelijk gaat dan de carrousel vanzelf draaien. Als je iets leest over iemand waarvan je denkt ‘daar zit meer in’ kun je die professor of hoogleraar gewoon benaderen en zeggen met wie je al eerder over MS-onderzoek hebt gesproken. Soms wat stukken meesturen. En jawel dan blijkt meestal dat zo iemand in dat lijstje niet wil ontbreken…”

Dat lijstje is inmiddels 50 interviews lang. Enorm uithoudingsvermogen was daarbij noodzakelijk. Zo ging het in aflevering 7 om het onderzoeksgeld en de auteur wilde de topmensen van het ministerie van VWS spreken. De communicatieafdeling vond MSweb echter niet belangrijk genoeg.

Hij benoemt het in het artikel: “Omdat we via de – door de voorlichters bewaakte – voordeur van het departement sinds begin december 2007 vier maanden lang geen duidelijk antwoord op onze vragen krijgen, hebben we het ook nog eens via de achterdeur geprobeerd. Zo bereiken we probleemloos drs. Hugo Hurts, directeur Geneesmiddelen en Medische Technologie (GMT) van het ministerie.”

Ook de communicatieafdeling van farmaceut Merck Serono gaf in eerste instantie geen toestemming om dr. Lizette Ghazi-Visser te interviewen over haar vitamine D-preparaat. Totdat Raymond nog even goed uitlegt hoe het werkt in de journalistiek: ‘It looks like there is a situation in which, if I am right, the Merck Serono researcher Lizette Ghazi-Visser no longer has the freedom to say about her research what she wants to say.’ En de deuren gingen open.

Toch lukte het niet altijd. Maar liefst drie keer heeft hij vergeefs geprobeerd een artikel te wijden aan professor dr. Leo Visser. Hij las zijn laatste boek, maakte een boel aantekeningen, had willen stilstaan bij Vissers rol als beoordelaar van de onderzoeksvragen aan de Stichting Nationaal MS Fonds, maar het resultaat was 0,0.

“Ik was medio vorig jaar voor de derde keer al heel ver gevorderd – althans met zijn formele woordvoerder. Heb het rechtstreekse e-mailadres van Visser maar die reageert nooit rechtstreeks terug. Zijn woordvoerder kwam uiteindelijk met de boodschap dat het dr. Visser helaas niet ging lukken. Daar moest ik het mee doen.”

Zijn schrijfstijl is opvallend. Korte zinnen. Onderwerp en werkwoordsvorm vaak weglatend om snelheid in het verhaal te krijgen. Telegramstijl. Met vooral de geïnterviewde aan het woord. Zijn eigen email-interviewmethode leverde vaak een onbeteugelde woordenstroom op van de geïnterviewde, die hij altijd in goede banen wist te manoeuvreren. Gevolg was wel: lange lappen tekst.

Dat gebeurt vanzelf, merk ik nu. Zijn antwoorden op mijn emailvragen leveren in totaal elf kantjes tekst op. Hoe moeilijk is het om keuzes te maken? Alles lijkt het vermelden waard.

De eindredactie heeft dan ook meer dan eens de lengte van zijn artikelen bediscussieerd. Louis: “Raymond heeft moeite met ‘killing your darlings’. Ik heb geregeld geschrapt in zijn artikelen. Dat leverde altijd discussie met hem op, maar uiteindelijk ging hij meestal wel akkoord met mijn wijzigingen.”

De auteur zelf: “Ik blijf een krantenschrijver, dat verander je niet zomaar. En als krant wisten we wat ongeveer de ideale lengte is voor een goed verhaal. Daar blijf ik met 1600-1700 woorden nog steeds binnen. Artikelen zijn pas te lang als je al lezende het al snel voor gezien houdt. Dat probeer ik met mijn stijl te voorkomen.” Dat lukt. Uit het aantal pageviews blijkt dat zijn artikelen bij van de best gelezen stukken van MSzien zitten.

Wat daarnaast zijn artikelen kenmerkt, is dat hij de persoon achter de wetenschapper naar boven weet te halen. Vaak lokt hij het uit door iets over zichzelf te vertellen. “Een onhebbelijkheid die vaak een goede sfeer creëert. Iets van jezelf er tussendoor, beetje ontspannen.”

Zo is hij er in contacten met professor Jeroen Geurts achter gekomen dat Geurts is geboren in Berg en Terblijt, niet ver van Maastricht, de geboorteplaats van Raymond, en net als hij het dialect nog vloeiend spreekt. “Kan er wellicht toe hebben bijgedragen dat welke vraag ik ook aan hem stel, en waar hij ook zit, ik als regel binnen een dag een antwoordmail krijg.”

Overzicht van alle interviews met grote namen uit het MS-veld. Achttien professoren, tal van doctoren en enkele doctorandussen.
Overzicht van de interviews met grote namen uit het MS-veld. Achttien professoren, tal van doctoren en enkele doctorandussen.

Na twaalf jaar interviews, 50 afleveringen, stopt de auteur ermee. Voorlopig. Je weet het nooit met een 25-uur-in-een-dag-mens. “Het is heel bevredigend om te schrijven voor een platform als MSweb/MSzien waar je zo dichtbij de mensen staat, dat je schrijft om wie het gaat. En dat ik daarmee ook zeer dichtbij de professoren en andere hooggeleerden in MS kwam te staan, mensen waar wij patiënten het van moeten hebben, ook dat is natuurlijk zeer leuk.”

En het werd gewaardeerd. Hanneke Hulst stuurde hem een mail na zijn laatste aflevering en dankte hem ‘voor al het moois hij heeft gedaan om hen als wetenschappers een podium te geven.’

Hoewel hij alweer een volgend artikel toegezegd heeft aan de hoofdredactie, heeft hij andere plannen. “Als mijn vrouw de bijna fatale bloed/beenmergziekte, dankzij de nu gepasseerde stamceltransplantatie overleeft, gaan we met zijn tweeën heel lang op wereldreis.” Hij denkt aan Australië, Antarctica. “We hebben ervoor gespaard. Zodra de artsen het sein op groen zetten en Thé zich goed voelt om het te doen, zijn we weg.”

Ik zit nog steeds te tikken. Ondertussen stuurt hij een filmpje en enkele screenshots op die mooi bij het artikel geplaatst kunnen worden. De gedreven journalist. We gaan nog van hem horen.

De artikelenserie: ‘MS Onderzoek in Nederland’ begon in het voorjaar van 2007. Inmiddels bevat deze serie maar liefst 50 interviews met grote namen uit het MS-veld. Achttien professoren, tal van doctoren en enkele doctorandussen. Steeds met een nieuwe invalshoek. 

Naar de Inhoudsopgave MSzien 2019, nr. 2
MSzien nr. 2 – juni 2019

Dit bericht heeft 1 reactie
  1. Fantastische man, fantastisch werk: goed leesbaar, heel informatief. Hoop van harte dat zijn vrouw de behandeling goed heeft doorstaan en ik wens het echtpaar veel reisplezier toe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top