Nu het al weken mooi weer is, zie ik veel mensen heerlijk fietsen. Ik kan dat niet meer, althans niet op een gewone fiets. Dan val ik om, mijn balans is foetsie. Het doet daarom soms wel pijn om al die fietsers te zien. Ik heb natuurlijk mijn scoot, daar ben ik dolblij mee, maar het is toch anders dan fietsen.

Ik weet nog dat ik zo’n 11 jaar geleden op een tandem reed en dat lukte toen goed. Nu voel ik me soms een soort van Pipi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus denk dat ik wel kan.’ Mijn versie: ‘Ik heb het vroeger gedaan, dus kan ik het nu ook nog’.

Dus toen manlief Paul en ik twee weken geleden het plan opvatte om naar mijn schoonmoeder in Waalre te fietsen, hebben we in Eindhoven een elektrische tandem gehuurd.

Ik had er zin in. Achterop de tandem hoefde ik alleen maar te blijven zitten tenslotte, verder niets. Ik ben geografisch niet zo goed onderlegd en dacht dat het best een stuk was. Dus: broodje mee, flesje water en tena-lady in. Voor het geval dat. Ik was er klaar voor.

De afstand Eindhoven-Waalre bleek maar ’n half uur. Zoals ik al zei, ik ben geografisch niet zo goed onderlegd. Paul had een grote rugzak om, waardoor ik achterop de tandem wel met mijn voeten bij de grond kon, maar met mijn neus tegen zijn rugzak zat. Ik zag dus niets.

Om een lang verhaal kort te maken: na 2 meter fietsen riep ik al ‘stop’. Ik durfde niet. Ik vond het doodeng. Fiets weer ingeleverd en met de auto naar Waalre.

Toch wilde ik het niet opgeven. Voordat ik het idee TANDEM kon loslaten, wilde ik het een tweede keer proberen.

Voor een nieuwe proefrit togen Paul en ik opnieuw naar de fietswinkel. Omdat het dicht bij huis was, had Paul deze keer geen grote rugzak om.

De fiets werd klaargezet (geen elektrische deze keer) en Paul was klaar voor de start. Ik niet. De fietswinkel lag aan een smalle en drukke weg. Ik zag ons al slingerend over deze weg gaan, rechtsaf de sloot in. Omdat ik niet met mijn voeten bij de grond kon en de fiets een, voor mij, hoge instap had, was ik al genezen, zeg maar gerust bang, vóórdat ik op de fiets zat.

Dat bang zijn ken ik niet van mezelf, ik was vroeger nooit bang. Ik heb gekart, zelfs -een beetje- geracet (3x maar en consequent laatste geworden), maar écht bang was ik nooit. Maar bij MS zit bij alles wat je vroeger nog kon, standaard de bijsluiter: ‘garantie tot de hoek van de straat’.

En tja, dat bleek maar weer eens. Voor we ook maar een meter hadden gereden, ging de fiets weer terug de winkel in. Einde tandem dus.

Maar zoals Cruijff al zei: ‘Elk nadeel heb zijn voordeel’. Het voordeel stond op het terrein van de fietswinkel in de vorm van een tigste-hands driewieler. Kleur rood en paars, formaat groot kindermodel.

Dat kwam goed uit. Qua kledingmaat heb ik helaas geen kindermodel cq -figuur, maar qua lengte wel en ik kon nu goed met mijn voeten bij de grond. Op het rechte paadje even geoefend, ik kon een beetje fietsen en, het allerbelangrijkste: ik viel niet om.

De fiets voor een week gehuurd om thuis rustig uit te proberen en even later stond de fiets naar me te lonken in de achtertuin. Direct maar gaan oefenen op het pleintje achter ons huis.

Pff, dat viel tegen! Ik had een beetje vergeten, zeg maar verdrongen, dat mijn proefritjes op 3-wielfietsen vorig jaar geen groot succes waren. Het is gewoon ontzettend wennen. Ook voor mensen zonder balansproblemen.

We wonen in een kinderrijke buurt, maar hóe kinderrijk, daar kwam ik pas echt achter in de tijd dat de basisscholen dicht waren. Tot die tijd waren al die kinderen keurig op school en thuis, maar nu, met dichte scholen en mooi weer kwamen ze massaal naar buiten. Het leuke van kinderen is dat ze zo ontzettend eerlijk zijn. Een buurmeisje van vijf had me eerder al eens gevraagd, ‘wat voor automatische auto ik had’. Heerlijk toch, ik reed op mijn scootmobiel!

Ik reed dus het pleintje op. Een stukje rechtdoor ging prima, maar omdat het pleintje niet zo groot is en voorzien is van diverse obstakels (glijbaan, klimrekje) moest ik toch de bocht om. Te eng, dan maar afstappen de fiets omkeren en nog ’n keer proberen.

Mijn pogingen werden gadegeslagen door een paar 5-jarigen. Ik wilde niet opgeven en bleef door stuntelen. ‘U doet het best goed, maar u moet nog wel een beetje oefenen’, was het oordeel van de kinderen.

Een dag later ging het al iets beter. Ik durfde -met angst en beven- de straat op om een rondje dorp te doen. Een ander buurmeisje zag me op mijn manier fietsen-afstappen-bocht om-verder fietsen en gaf me een groot compliment: ‘Het gaat al een stukje beter, u moet nog wel heel veel oefenen’.

Kijk, daar word ik blij van. De rest van het weekeinde verder geoefend, Manlief ging mee voor emotionele ondersteuning.

Ik moet zeggen: op rechte en vlakke fietspaden voelde het zo ontzettend gaaf om weer te fietsen. Jammer alleen van de bochten en de bruggetjes, die zijn echt wel eng. Het is raar, je weet, ik kan niet omvallen, maar toch voelt het soms wel zo. Maar ik heb weer gefietst en dat gaf me een enorme kik.

Morgen gaan we naar een specialist in driewielers. Ben benieuwd of ze iets voor me hebben.

Mia
Zomer 2020

Dit bericht heeft 1 reactie

  1. Mooi verhaal en heel herkenbaar Mia! Ik hoop dat het lukt een veilig aanvoelende driewieler te vinden. Het heerlijke gevoel te kunnen fietsen mag je niet zomaar opgeven.
    Hou ons op de hoogte!

    groetjes,
    marja

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *