Vanmorgen voor het laatst naar mijn werk in Amsterdam gereden, voor het laatst met de forenzen in de file naar Amsterdam. Als ik de afdeling oprijd, komt een van de secretaresses enthousiast op me af.  “Hallo”, jubelt ze, “Je laatste dag, hè?”

5d4mijnverhaal-080412-delaatstewerkdagIk schiet helemaal vol. Probeer me snel aan haar te onttrekken, om koffie te pakken en me achter mijn PC te verschuilen. Mijn directe collega’s houden me vanuit hun ooghoeken in de gaten. Ze zien dat mijn ogen branden, maar laten me even met rust. “Hoe voel je je?” durft uiteindelijk een van hen te vragen. “Ik voel me k.!” , flap ik eruit.

Dan begint het regelwerk: Hoe en waar wil je je afscheid? Het wordt de Paardenkathedraal. Lekker chique. Moeten we nog iets voor je regelen? Tot hoe laat ben je er vandaag? Zie ik je zo nog? Wil je nu je pas inleveren of zullen we dat over een week doen?

Ik duik weg achter mijn PC om een afscheidsmail te maken. Iets doen, concentreren op iets anders. Dan wordt de band om mijn keel gelukkig wat losser. We lunchen voor het laatst in het restaurant. Gesprekken Neuro Linguïstisch Programmeren, meditatie, files, de overname, voetbal, politiek auto’s .
Dit ga ik missen!

Terug op de afdeling begin ik mijn la uit te ruimen. Er komen allerlei herinneringen uit, zoals mij flesje nagellak voor de panty’s: helemaal verdroogd. Daar valt geen ladder meer mee te repareren.
Het naaigarnituurtje voor losgeraakte knopen.
Twee oude agenda’s.
Een boekje over functioneringsgesprekken – ik heb al twee jaar geen eigen personeel meer -.
Nog een aantal boeken over projectmanagement, implementaties, competentie management. Ik geef ze aan mijn collega’s. Vanaf nu moeten zij het doen. De rest gooi ik weg. Dan is de la leeg, de afscheidsmailtjes zijn verzonden en ik zit me te bedenken hoe ik de deur uit zal gaan. Het liefst sluip ik weg, zonder dat ze het merken.

Maar dan komen allerlei collega’s langs om een laatste groet te brengen: M. maakt zoals altijd grapjes, van K. krijg ik een dikke zoen, de mensen van competentie management hebben bloemen voor me. Ik ga toch maar even een rondje over de afdeling maken om iedereen dag te zeggen. V. loopt met me mee naar de garage. We kennen elkaar al zo’n tien jaar. Voor de laatste lift krijg ik nog een telefoontje van L.. Iedereen is zo lief!

Dan valt de deur achter me dicht. Ik zet mijn rolstoel zoals gewoonlijk aan de lader – die haal ik morgen wel op – rijd de garage uit, de slagbomen door en dan ben ik… volledig arbeidsongeschikt.

Ik hoef niet meer: geen deadlines, geen politiek, geen reorganisaties, geen bazen, geen managers, geen chefs. Maar ook geen collega’s en geen carrière. Ik ben werkende vrouw af.  Over een week nog de afscheidslunch en dan is mijn werkende leven voorbij.

Ik hoor tot het leger der arbeidsongeschikten. Overgeleverd aan gemeente, UWV en regering. Full time moeder ben ik nu. De kinderen weten niet wat ze overkomt, en ik ook niet. Zoonlief heeft veel begrip voor hoe ik me voel. Hij vind het ook raar dat zijn moeder niet meer werkt. Hij heeft me nooit zo gekend. Het zal wennen zijn. “Maar ma, je moet wel onder de mensen blijven, hoor. Anders word je vervelend.”

Ja, dat moet, maar nu nog even niet. Eerst even wennen aan mijn nieuwe leven.

Tiety, april 2008