Reni de Boer (29) is na het winnen van de Mis(s) verkiezing in 2007, een missverkiezing voor vrouwen met een handicap,  een jaar lang Ambassadeur Onbeperkt Nederland  geweest. Ze is daar erg trots op. In deze functie heeft ze aandacht gevraagd voor de belangen van mensen met een handicap en/of chronische ziekte. Na  dit jaar is Reni  nu werkzaam als freelancer en adviseur op het gebied van gehandicaptenbeleid. Zo schrijft  ze columns  voor de stichting  MS Research. Ook is ze nu redacteur bij MSZien. In haar eerste artikel kijkt ze terug op haar ambassadeurschap.

Door: Reni de Boer

jd-mijnverhaal-090302-reni-de-boer-fotoHet is de vraag of mijn jaar als Ambassadeur Onbeperkt Nederland succesvol is geweest. Want hoeveel van mijn eerste ideeën heb ik eigenlijk kunnen voltooien in een chaotisch jaar? En hoe groot is de invloed van de Mis(s)verkiezing en de ambassadeur op de beeldvorming over mensen met een handicap en chronische ziekte? Opent de ambassadeur deuren die voor anderen gesloten blijven?

Terugkijkend op mijn jaar zijn dit vragen die door mijn hoofd gaan. Er komen tegelijkertijd andere, verwante, vragen in me op. Namelijk: Waren die eerste ideeën wel reëel? En was mijn rol wel het voltooien van ideeën? Toen ik begon als ambassadeur had ik geen eerdere werkervaring en was ik niet bekend met de gehandicaptenwereld. Konden de ideeën dus überhaupt wel reëel zijn? Kan je de bijdrage aan een positievere beeldvorming eigenlijk wel meten? En is ‘deuren openen’ voldoende?

Mis(s)verkiezing

Wanneer en hoe het idee is ontstaan om mee te doen aan de Mis(s)verkiezing weet ik niet meer precies. Ik weet nog wel waarom ik meedeed: het ambassadeurschap. Ook de Mis(s)verkiezing zelf had aspecten die het de moeite waard maakten. Ik zie het als een slimme en spannende combinatie van schoonheid en handicap die de beeldvorming van een groot publiek beïnvloedt. Het gehandicapt zijn wordt vaak geassocieerd met lelijkheid, dommigheid en afhankelijkheid. Door middel van de Mis(s)verkiezing  worden schoonheid, slimheid en zelfstandigheid benadrukt. Gericht op een publiek dat op deze manier goed te benaderen is. Het beïnvloedt dus positief de beeldvorming en dit was wat ik tijdens de voorrondes van de Mis(s)verkiezing als belangrijkste instrument zag om onze positie te verbeteren.

Toen ik verder kwam en mijn kans op het ambassadeurschap groter werd, ben ik me verder gaan verdiepen. Ik kwam tot de conclusie dat alleen het veranderen van de beeldvorming niet voldoende kan zijn en dat er achter een achterstandspositie, zoals wij hebben, meer moet zitten dan alleen maar een verkeerd beeld. Van  alleen het feit dat we zo leuk, slim en zelfbewust zijn, wordt tenslotte geen trein, werkplek of studie toegankelijker. Wat zorgt daar dan wel voor? Wat zorgt er voor dat er dingen gedaan worden die voor het grootste deel van de bevolking misschien onnodig zijn? Wetgeving!

Als je naar onze positie in de samenleving kijkt, zie je dat het voor ons niet heel erg gemakkelijk is een beroep te doen op onze rechten. We hebben wel dezelfde rechten als ieder ander, maar er een beroep op doen is in veel gevallen moeilijk. Iedereen heeft recht op werk, op openbaar vervoer en op onderwijs. Maar zonder aangepaste werkplek kunnen we niet werken, met een rolstoel kom je de trein niet in en zonder aangepast studietempo kun je geen studie afronden. Het is heel belangrijk om die rechten wel te hebben en niet meer, zoals nu vaak het geval is, afhankelijk te zijn van de gunsten van anderen.

Positie versterken

Er is een maatschappelijke beweging gaande die erop gericht is om de positie van mensen met beperkingen in onze samenleving te versterken. Het is een emancipatorische beweging die een omslag in het denken in de samenleving teweeg moet brengen. Niet primair uitgaan van een medische problematiek waarbij onze samenleving moet zorgen voor gehandicapten, maar uitgaan van een sociale benadering waarbij de politiek op vele terreinen rechten vastlegt en erkent. Geen zelfmedelijden en schaamte bij mensen met beperkingen, maar woede over uitsluiting en discriminatie en trots op wat je bereikt hebt.

Tijdens de live-uitzending van de Mis(s)verkiezing heb ik mijn speech gebruikt om hierover te vertellen. Gedurende mijn ambassadeursjaar heb ik aandacht gevraagd voor  het VN-verdrag voor gelijke rechten voor mensen met een functiebeperking. Ik hoopte dat Nederland één van de koplopers zou zijn met het bekrachtigen van het verdrag. Ik wist dat het een ambitieus plan was omdat zulke trajecten vaak veel tijd in beslag nemen. Maar als ambassadeur kom je wel gemakkelijk op de juiste plekken.

Ik ging er vanuit dat het bereiken van de juiste mensen, in combinatie met de media-aandacht, het proces aardig zou kunnen versnellen. Ondertussen hebben meer dan veertig landen het verdrag geratificeerd waaronder Spanje en Oostenrijk. Nederland nog niet. Dit is wel iets waar ik niet tevreden over ben, al is het gevoel dubbel. Enerzijds weet ik dat een jaar misschien wel te kort was om op dit onderwerp resultaat te boeken, anderzijds ben ik natuurlijk niet de enige die hieraan werkt en veertig andere landen is het wel gelukt. Nederland loopt achter!

Kijkcijfers

Op de vraag of mijn eerste ideeën wel reëel waren moet ik dus antwoorden dat ze dat niet helemaal waren. Waar ik voor de mis(s)verkiezing ook niet echt bij heb stilgestaan, is dat de rol van de ambassadeur is om aandacht te vragen voor bepaalde zaken. Anderen zorgen dat ideeën voltooid worden. Dit is geen doel dat je in je eentje in een jaar oplost. Zou ik achteraf een ander doel willen hebben? Nee zeker niet.
De vraag of de bijdrage van de ambassadeur aan een positievere beeldvorming meetbaar is, is ook lastig. Naar wat ik gehoord heb, gaat iemand van de Universiteit van Amsterdam onderzoek doen naar de invloed die de Mis(s)verkiezingen op de beeldvorming hebben. Dus dat laat ik over aan de professionals.

jd-mijnverhaal-090302-reni-de-boer-logo-missWaar ik wel wat over kan zeggen is hoe ik het ervaren heb. Naar de mis(s)verkiezing hebben meer dan een miljoen mensen gekeken, hetzelfde aantal heeft gekeken naar de talentenjacht  ‘Aan talent geen gebrek’, de opvolger van de mis(s)verkiezing. Dat zijn veel mensen voor een televisieprogramma met gehandicapten (het zijn sowieso hoge kijkcijfers). Ook na de mis(s)verkiezing was er veel media-aandacht waarbij ik, naar mijn mening, een goed beeld heb kunnen neerzetten van mensen met beperkingen en van onze belangen.

Brug

Ik heb me gedurende mijn jaar als een soort brug gevoeld tussen mensen met een beperking, mensen zonder beperkingen, het bedrijfsleven en de politiek. Juist doordat ik in veel verschillende soorten programma’s en bladen (van Jensen en de Telegraaf tot EenVandaag en het Support magazine) kon komen, heb ik mijn boodschap goed voor het voetlicht kunnen brengen. Daarnaast heb ik met topmensen uit het bedrijfsleven kunnen discussiëren over de capaciteiten en mogelijkheden van Wajongers (jonggehandicapten). Ook tijdens mijn gesprek met de voorzitter van de Tweede Kamer, Gerdi Verbeet en tijdens mijn werkbezoek met  premier Jan Peter Balkenende, heb ik de ruimte gekregen om een goed beeld neer te zetten.

Het enige dat ik niet verwacht had, is dat er vanuit de media vooral aandacht kwam omdat ik Mis(s) was geworden. Om later in mijn jaar media-aandacht te vragen voor belangrijke zaken, zoals bijvoorbeeld arbeidsparticipatie van gehandicapten, was een stuk moeilijker en vaak zelfs onmogelijk. Maar dat maakt de Mis(s)verkiezingen juist tot zo een slim concept: Het speelt in op de vraag van de media.

Dan de vraag of het voldoende is dat de ambassadeur deuren opent die voor anderen gesloten blijven. Daar kan ik vrij kort over zijn: Nee, alleen deuren openen is niet voldoende. Maar nu zijn ze in ieder geval wel open! En ze sluiten niet. Ook Monique Wijnen, mijn opvolgster als ambassadeur onbeperkt Nederland (gaat op werkbezoek met premier Balkenende en ook zij is op bezoek geweest bij de voorzitter van de Tweede Kamer. We zijn  samen op gesprek geweest bij de  staatssecretaris van VWS, Jet Bussemaker.

Ook de contacten met het bedrijfsleven blijven. De ontbijtbijeenkomsten met topmensen uit het bedrijfsleven en jonggehandicapten met als thema arbeidsparticipatie, waar mijn voorgangster Roos Prommenschenckel mee begonnen is, worden ook dit jaar weer georganiseerd. Wat ik wel gemerkt heb is dat de wil er is. Zowel in de politiek als in het bedrijfsleven ben ik zeer weinig mensen tegengekomen die het niet met me eens waren. Er gebeurt alleen te weinig. En dan zijn we toch weer terug bij het belang van rechten. En dus bij de noodzaak om uit onze afhankelijke positie te komen en niet meer afhankelijk te zijn van gunsten van anderen. Want dan hebben we echt nog een lange adem nodig.

Actie

Al met al is mijn jaar als Mis(s) en Ambassadeur Onbeperkt Nederland samen te vatten in: Onvoltooide ideeën, moeilijk meetbare invloed op beeldvorming en deuren openen zonder direct resultaat. Het klinkt misschien gek, maar dit is precies wat ik verwachtte van het ambassadeurschap. Want veel processen gaan traag. Maar de ambassadeur draagt er zeker aan bij dat we weer een stap dichterbij gelijke rechten, kansen, respect en gelijkwaardigheid zijn. Maar ja, tot die tijd kan een beetje actie geen kwaad. Want hebben we eigenlijk rellende rolstoelers? Vechtende visueel gehandicapten? Ziedende zieken? Of zijn jullie allemaal net zo lief als ik?

De columns van Reni de Boer zijn te lezen op: www.renideboer.nl en op de website van MS Research.
Zie ook www.ambassadeuronbeperkt.nl

MSzien jaargang 8, maart 2009 (1)