Vijftien jaar in stilte

Paul Klessens viert dit jaar zijn 84e verjaardag. Ruim dertig jaar geleden kreeg hij de diagnose MS en dat heeft hij 15 jaar lang voor iedereen, behalve zijn vrouw, geheim weten te houden. Zijn werk als chirurg bleef hij gewoon uitoefenen. Inmiddels heeft Paul Klessens wel enkele hulpmiddelen in zijn leven moeten toelaten maar het is duidelijk dat die attributen hem het plezier in het leven niet ontnemen.

975PaulKlessens_Door: Nora Holtrust

“Toen ik dertig jaar geleden ‘waarschijnlijk MS’ kreeg opgeplakt – zekerheid heb je pas bij een MRI – had ik niet de neiging om de boeken in te duiken. Ja, ik had er natuurlijk wel eens iets over gehoord, want mijn vader was neuroloog. Maar ik heb me er verder nooit in verdiept. Ik dacht: je doet er toch niets aan. Als er mensen zijn die er verstand van hebben, wat zal ik me daar dan in roeren. Het gaat om iets waar ik onvoldoende kijk op heb én onvoldoende invloed op kan uitoefenen. Als het iets chirurgisch was geweest, ja dan had ik dat natuurlijk wél gedaan. Maar dit is iets wat buiten mijn deskundigheid valt”, zegt Paul.

Paul Klessens (1923) geboren en getogen Amsterdammer en nu al weer jaren wonend in Hilversum, is chirurg van beroep. Oefende dat beroep ook jarenlang uit. “Ik heb 36 jaar in Amsterdam gewoond. Ik heb er gestudeerd en ben er getrouwd. In 1958 was ik klaar met specialiseren en in die tijd was het vreselijk moeilijk een baan te krijgen. In Brunssum (Zuid Limburg) werd een nieuw ziekenhuis gebouwd. Ik heb gesolliciteerd, werd aangenomen en we hebben daar toen twaalf jaar gewoond. In een echt mijnwerkersdorp. Veel Poolse namen zag je er en maar weinig mensen die hadden gestudeerd. Een paar artsen en een notaris, dat was het wel.

Terug naar de Randstad

Na twaalf jaar Brunssum kwam er een vacature voor een chirurg in Hilversum. Paul’s vrouw komt oorspronkelijk uit Hilversum en mede daarom was een verhuizing terug naar de Randstad beslist het overwegen waard. “Ik had in Brunssum iets heel moois opgebouwd maar ik heb daar wel acht van de twaalf jaar alléén gezeten. Dus altijd dienst. Hier in Hilversum kreeg ik meer collega’s en ook meer assistenten. En assistenten zijn net jonge kinderen, die vragen: waarom doe je dat, waarom doe je het niet anders, die houden je wakker”.

Het gezin Klessens bestond inmiddels uit negen personen. Vader, moeder en zeven kinderen. “We vonden het ook beter voor de opvoeding van de kinderen. Het was in de mijnstreek toch een beetje geïsoleerd wonen; de universiteit van Maastricht was er bijvoorbeeld nog niet”. Een paar maanden voor de verhuizing gingen de kinderen vast bij oma in Hilversum wonen. Die hadden het daar meteen naar hun zin. Dat was voor de Klessens een teken dat ze de juiste beslissing hadden genomen. Het gezin betrok een grote villa met een prachtige, door Mien Ruys aangelegde tuin.

Krampaanvallen

En toen begon MS op te spelen. Opeens. Op een beetje rare manier. Paul Klessens kreeg een krampaanval in zijn linkerbeen en moest daarvan echt plat gaan liggen. Dat duurde zo’n 20 seconden en daarna kon hij alles weer doen. In eerste instantie dacht hij aan een epileptische toeval. Nadien kreeg hij nog wel een keer of dertig, veertig een krampaanval. Een geconsulteerde neuroloog zei: “Het lijkt erop dat u MS heeft”. “En hij voegde eraan toe”, vertelt Paul, “dat ik waarschijnlijk niet vóór mijn zeventigste in een rolstoel terecht zou komen. Nou ja, dan had ik dus nog twintig jaar”.

Na de diagnose gaat Paul af en toe op controle bij de neuroloog. “Kijk, ik doe heel braaf wat er gezegd wordt. Maar als er niets gezegd wordt is dat natuurlijk nogal makkelijk”. Na een jaar of tien kon er een MRI worden gemaakt, de eerste MRI in Amsterdam. Pas toen werd bij Paul de definitieve diagnose gesteld.

Niemand wist het

Tot zijn pensionering heeft niemand, behalve zijn vrouw, geweten wat hij had. Ook zijn ‘medische kinderen’ niet, waarmee Paul de kinderen bedoelt die medicijnen hebben gestudeerd. “Ik wilde geen zielige figuur worden. Ze zagen wel dat ik wat langzamer liep maar als ze in het ziekenhuis hadden geweten dat ik MS had, had ik het risico gelopen als een kasplantje behandeld te worden. Dat hoefde voor mij niet”. Pas na zijn pensionering, op zijn 65e, kreeg het gezin te horen dat vader MS had. “Nou, sommigen waren wèl boos”.

Paul verklaart zijn houding met te verwijzen naar dat hij toch een beetje een buitenbeentje is. “Ten eerste ben ik een man en ten tweede kreeg ik pas MS op mijn vijftigste. Ik heb ook nooit schubs gehad. Het eerste wat ik lichamelijk niet meer kon was schaatsen. Maar skiën ging wel nog een paar jaar langer. Dat is het eigenlijk, voor de rest kan ik nog alles. Nou ja, alles, ik word door mijn vrouw overal mee naar toe gesleept”, zegt Paul met een twinkel in zijn ogen, waaruit duidelijk zijn waardering voor haar blijkt.

Hulpmiddelen

De hulpmiddelen zijn inmiddels wel duidelijk aanwezig. Binnenshuis loopt Paul met krukken en op reis gaat de handbewogen rolstoel mee. Voor de wat langere afstand is er ook nog een scootmobiel. “Ik heb 60 jaar een rijbewijs gehad, op het laatst met een aantekening dat ik een automaat moest hebben. Toen we een keer terugkwamen uit Frankrijk merkte ik dat ik mijn voet niet snel meer van het gas naar de rem kon krijgen. Toen heb ik gezegd: dan moet ik niet meer rijden. Dus nu rijdt mijn vrouw altijd”.

Paul vindt het wel jammer dat de scootmobiel niet goed aangeeft hoe ver je er mee kunt. “Als je ergens stil komt te staan kunnen ze ‘m niet met een kannetje benzine bij komen vullen. Dus als ik alleen ben dan durf ik niet zo ver weg te gaan. Ik ga er elke week mee naar de markt en naar de bakker of hierachter naar het bos. De actieradius is officieel 45 km. Maar hoever je nog kunt rijden als het wijzertje van de accu halverwege staat, dat kan ook de onderhoudsfirma niet zeggen”.

Wie veel reist…

693CruiseschipToen Paul nog maar net gepensioneerd was, hebben zijn vrouw en hij een lange reis gemaakt naar Indonesië. Hij had bergwandelstokken bij zich, die je in elkaar kunt schuiven, makkelijk voor in de koffer. In het reisgezelschap was Paul ‘meneer skistok’. Hij is met die stokken nog een stukje de Borobodur opgeklauterd: “Fantastisch was het daar”.
Een paar jaar geleden hebben ze hun gouden bruiloft gevierd, met alle kinderen en kleinkinderen. Met 25 man een week naar Turkije. En sinds een jaar of drie gaan ze éénmaal per jaar een lang weekend naar Frankrijk met alleen de eigen kinderen. De schoonkinderen blijven thuis en passen op de kleinkinderen.

Paul kan boeiend vertellen over de reizen die hij en zijn vrouw hebben gemaakt. Toen hij nog gezond was maakte hij trektochten, te voet, of soms op de ski en er werd vaak gekampeerd. Tegenwoordig maken Paul en zijn vrouw vooral cruises. “Eerst gingen wij de wereld langs en nu komt de wereld bij ons langs. Het enige wat minder makkelijk is, is de loopplank. Want je vaart op zee, dus die loopplank ligt de ene keer hoog en de andere keer laag. Als-ie hoog ligt… Er zitten allemaal dwarsplankjes op de loopplank, probeer dat maar eens met je rolstoel te doen. Maar we gaan wel mee met de excursies, meestal per bus. Als de bus maar goeie handgrepen heeft, lukt het me nog wel om in te stappen. Mijn handen zijn nog stevig. Ik loop al jaren op mijn handen.

MSzien, jaargang 2007, nummer 3 (Juni)