Adri Mul (49 jaar) kreeg na een paar jaar ‘onbegrepen klachten’ zo’n tien jaar geleden de diagnose MS. Adri kan nog korte stukjes lopen en ook andere krachtsinspanningen moeten niet te lang duren. Warmte blijkt een uitstekende pijnstiller voor hem al vermoeid diezelfde warmte hem ook. Adri is dol op reizen en zijn vrouw stelt voor een reis naar Bali te maken. Een verslag in twee delen.

Adri met zijn TrikeIn de nazomer van 2007 waren we bezig een reisje te plannen met de caravan toen mijn vrouw opeens zei “waarom gaan we niet naar Bali? Gewoon met z’n tweeën op de bonnefooi! Rugzakken mee en jij met je rolstoel en je PowerTrike (electrisch aangedreven derde wiel). We reizen met het openbaar vervoer of we nemen een taxi en we slapen in losmen (logementen)”. Ik schrok. Want hoewel we al twee keer naar Maleisië zijn geweest en mijn Trike ook Egypte al heeft gezien, was dit toch anders. Want dit zou dan de eerste keer zijn dat we het met z’n tweetjes moesten klaren!

Alle beren die ik maar kon bedenken gooide ik meteen op tafel; “toen waren we met z’n vieren of, in Egypte stond er een reisorganisatie achter ons. Wat als jij ziek wordt, wat als er iets veranderd met mijn MS, wat als mijn rolstoel of Trike op een ander vliegveld aankomt”? Maar na een dag bedenktijd stemde ik toch toe.

Voorbereiding

We checkten bij de GGD of we nog vaccinaties nodig hadden en boekten een vlucht bij Malaisian Airlines. Met die maatschappij hadden we eerder goede ervaringen opgedaan.
De weken erna stonden in het teken van de voorbereidingen. De Trike was na 5 jaar trouwe dienst dringend toe aan nieuwe accu’s en de rolstoel kreeg van mijn overbuurman een inspectiebeurt. Lampjes gekocht zodat ik ook ’s avonds – en die begint al vroeg op Bali – zichtbaar zou zijn. Een ruime voorraad anti-muggenlotion ingeslagen, de klamboes geïnspecteerd en de nodige reisinformatie aangeschaft.

Dinsdag 25 september waren we klaar voor het grote avontuur. Om 07.00 uur stond de taxi voor de deur en twee uur later lopen (mijn vrouw) of rijden we , ieder met rugzak, de vertrekhal van Schiphol binnen. Daar ontmoeten we heel wat verbaasde blikken, spontane reacties én bezorgde vragen over ónze manier van reizen, waarbij we niet eens weten waar we bij aankomst zullen slapen. Alleen al daarom beginnen we het steeds leuker te vinden.

Ducktape

Na een laatste Hollandse kop koffie melden we ons bij de gate. Wijsgeworden door eerdere vliegreizen, hebben we met ‘ducktape’ alle losse onderdelen van de rolstoel vastgezet. We mogen als eersten instappen. De rolstoel gaat via een zijdeur in de slurf naar het bagageruim van het vliegtuig. Het toestel is lang niet vol zodat ik tijdens de 12 uur lange vliegtocht lekker languit kan liggen, met mijn hoofd op de schoot van mijn vrouw. De tijd vliegt voorbij en voor we het weten landen we bij het ochtendgloren op Kuala Lumpur International Airport. Daar maken we een tussenlandig en drie uur later arriveren we op Denpassar, onze eindbestemming op Bali.

Vooraf had ik me redelijk zorgen gemaakt over onze aankomst op Bali. Vooral over allerlei problemen bij de invoer. Mocht mijn Trike wel het land in en hoe lang zou het gaan duren met visum en stempels. Maar bij de slurf mocht ik plaats nemen in een ietwat verouderd model rolstoel en werd ik door een medewerker via allerlei gangen, deuren en liften geloodst om vervolgens bij de immigratie uit te komen. Niets wachten in een lange rij; hij parkeerde ons even en liet stempels zetten in onze paspoorten en we stonden als één van de eersten bij de bagageband.

Applaus

Nadat we hem hadden uitgelegd dat we behalve rugzakken ook nog speciale bagage verwachtten ging hij op pad om snel weer terug te komen met mijn eigen rolstoel plus Trike. De Trike werd aan de rolstoel gekoppeld en onder luid applaus van de toegestroomde dragers reed ik een demonstratierondje. Die dragers hadden wij trouwens niet nodig want mijn rugzak ging weer aan de rolstoel en mijn vrouw droeg haar eigen rugzak en zo gingen we op zoek naar een taxi.

Eenmaal buiten viel de warme vochtige lucht als een aangename deken over ons heen en ik voelde de pijn uit mijn lijf wegstromen. We hadden afgesproken ons direct in de drukte van Denpassar storten. Meteen de cultuurshock ten volle beleven. Na wat onderhandelingen betrokken we een mooie kamer in het oudste hotel van Denpassar, een oud Nederlands Koloniaal onderkomen waar we het wel twee nachten uit konden houden.

Denpassar

Denpassar is een drukke stad met veel auto’s en nog heel veel meer brommers en motoren. De trottoirs zijn hoog maar hebben in sommige straten wel steile, schuine opgangen. De trottoirs waren wel hier en daar opgebroken zodat ik gedwongen werd me tussen het, soms heel drukke, rijdende verkeer te begeven. Zonder enig probleem werd ik opgenomen in de verkeersstroom en op wat waarschuwend getoeter na viel het rijden in Denpassar mij erg mee. Ondanks mijn veel lagere snelheid (max. 15 km/u) hield het overige verkeer goed rekening met mij. Het enige probleem dat ik kreeg veroorzaakte ik zelf. Ik reed té hard een schuine oprit van het trottoir op en brak een kunststof velg van één van de voorwieltjes.  Lastig, maar geen onoverkomelijk probleem want als de Trike is aangekoppeld steun je niet op de voorwieltjes.

Het plan om per bus over Bali te reizen lieten we snel varen want de bemo’s, kleine busjes voor lokaal vervoer, waren echt te krap en zelfs de shuttle bussen hadden te kleine bergruimte voor de rolstoel plus de Trike. Gelukkig bleken taxi’s of auto’s met chauffeur goed betaalbaar zodat we besloten ons op die manier te verplaatsen. Het voordeel is dat je met de chauffeur afspraken kunt maken over de gewenste route zodat we onderweg ook nog bij interessante plaatsen kunnen stoppen.

Ubud

Na twee dagen Denpassar gingen we verder naar Ubud, het culturele centrum van Bali. We vonden daar een “bungalow” bij Gusti’s Garden Bungalows. Een prachtig aangelegde tuin met daar omheen de onderkomens waarbij je jezelf in de jungle waant met helaas wel een “stepped garden”, niveau-verschillen dus.

Onze kamer bevond zich ongeveer op straatniveau maar om het restaurant en het zwembad(je) te bereiken moest ik wel zo’n acht meter aan trappen af. Wanneer ik dat rustig aan zou doen, zag ik het meteen als training voor mijn beenspieren. Bovendien genoten we daar alleen het ontbijt en combineerden we de afdaling met een bezoek aan het zwembad.

We logeerden vijf minuten lopen van het centrum en als je de andere kant op ging liep je na vijf minuten tussen de prachtige rijstvelden. Hoewel Ubud wat heuvelig is bleek het bezoeken van de stad geen probleem voor mijn Trike. Al snel werd ik weer opgenomen in het verkeer, hooguit een enkele keer een bijna-valpartij van een motor veroorzakend omdat de berijder te lang achterom bleef kijken.

Op de markt van Ubud was ik de bezienswaardigheid van de dag. Daar waar je als toerist door de verkopers meteen vastgeklampt wordt om hun spullen te kopen, kreeg ik lachende gezichten, opgestoken duimen en opmerkingen als “nice bike” aangeboden. Mijn vrouw vond dit wel prettig want nu kon ze ongestoord de uitgestalde waar bekijken terwijl ik de verkopers uitleg gaf over de werking van de Trike.

Tempels

aan de koffieHet bezoeken van de vele, meest Hindoeïstische, tempels en paleizen bleek, door de vele trappen, soms een probleem maar waar het mogelijk was kwamen altijd wel Balinezen te hulp om de Trike naar een ander niveau te tillen zodat ik weer verder kon. Wanneer de Trike niet verder kon en daar waar het complex niet al te groot was ging ik, al dan niet ondersteund door mijn vrouw, lopend verder. Wanneer een bezoek voor mij echt te lastig was dan gaf ik mijn vrouw de videocamera mee met het verzoek een zo mooi mogelijke film te maken en nam ik genoegen met een kop Balinese koffie onder een palmboom.

Eén middag hebben we met 125 cc motoren – een autorijbewijs is voldoende – de omgeving van Ubud verkend. Allebei een eigen motor omdat een passagier achterop voor mij te zwaar is en ik het zelf rijden leuk vind. Met een rustig gangetje, bijna iedereen rijdt er rustig, kleine weggetjes gereden, dorpjes en weer meer rijstvelden bekeken en genoten van het mooie Bali. De volgende dag deden we rustig aan want ik had wel last van spierpijn.

Binnenkort deel 2!

Adri Mul, januari 2008

Gepubliceerd op MSweb: 08-01-2008