Als je beperkingen en je hulpbehoefte toenemen, kun je zelf zorg in huis regelen, met zelfgekozen zorgverleners. Het PGB biedt hiervoor allerlei mogelijkheden. Het is wel een complexe regeling, verdeeld over drie wetten. Kan een zorgregisseur hier iets betekenen? MSzien vroeg het Paola Reith.

Door: Nel Achterhes

Met PGB zelf de touwtjes in handenPaola (Rotterdam, 1960): ”Ik werk al sinds 1986 in de zorg, eerst in verzorgings- en verpleeghuizen, later in de thuiszorg. In 2009 ben ik begonnen als zorgregisseur bij Bureau Zorgregie; momenteel werk ik niet meer actief als zorgregisseur maar als ZZP’er in de intensieve thuiszorg.”

Een zorgregisseur is iemand die de cliënt ondersteunt bij het kiezen en regelen van zorg, in dit geval de zorg die nodig is om thuis te blijven wonen – ook als je veel zorg nodig hebt. Het bureaucratische landschap in de zorg is behoorlijk ingewikkeld voor een leek, en de cliëntondersteuner kan de weg wijzen, vertelt Paola.

Pgb uit drie wetten

Veel mensen zijn niet op de hoogte van de mogelijkheid om zelf je zorg te regelen. Ze worden meestal doorverwezen naar de reguliere thuiszorg  maar daar ben je vaak een nummer, één van de vele cliënten. Je hebt dan maar heel weinig invloed op de tijdstippen waarop zorg wordt geleverd noch op de manier waarop.

Een andere mogelijkheid is je zorg regelen in een pgb (persoonsgebonden budget); dit kan voor alle soorten zorg. Er zijn drie potjes waaruit die zorg wordt bekostigd:

  • WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning); voor huishoudelijke ondersteuning en begeleiding, vervoer, aanpassingen enzovoorts.
  • ZVW (Zorgverzekeringswet) voor lichamelijke zorg, zoals wassen, aankleden, medicatie toedienen enzovoorts.
  • WLZ (Wet langdurige zorg) is voor mensen die eigenlijk niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen en verpleeghuiszorg (waaronder begeleiding, aanwezigheid) nodig hebben.

Voor alle aanvragen dient er eerst een indicatie te komen. Voor de WMO kun je bij het WMO-loket/Zorgloket van de gemeente terecht. Voor de ZVW moet een verpleegkundige (niveau 5) de indicatie stellen en kun je de aanvraag indienen bij je zorgverzekeraar. Je zorgverzekering kan je doorverwijzen naar een niveau 5 verpleegkundige. De indicatie voor de WLZ vraag je aan bij het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg).

De rol van de zorgregisseur en de WLZ

Paola: “Ik regelde alleen de indicaties bij het CIZ voor de Wet Langdurige zorg. Daarvoor bezocht ik de cliënt thuis voor de intake en verzamelde de medische gegevens. Ik hielp na de toekenning van zorg bij het maken van een budgetplan, de bestedingsmogelijkheid van het budget, zorgbeschrijvingen en overeenkomsten en zo nodig met jaaroverzichten en de verantwoording. Voor de duidelijkheid: ik had de budgetten niet in beheer! Dat bleef de verantwoordelijkheid van de mensen zelf. Wel kon ik bijvoorbeeld zorgverleners (zzp-ers) regelen, zodat er een klein groepje  zorgverleners voor de cliënt zorgden.”

Bij de WLZ geldt dat er een zorgbeschrijving én een zorgovereenkomst moet worden gemaakt per zorgverlener. Deze moeten goedgekeurd worden voor je de zorg mag inzetten. Je mag uiteraard het pgb alléén voor zorg gebruiken. Je krijgt een vastgesteld budget en dat betekent dat als je de zorg goedkoper inkoopt, je meer uren zorg kunt inzetten. Het budget is dus wat flexibeler te gebruiken. Dat is prettig als je een wisselend ziektebeeld hebt. De betalingen gaan via de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Een pgb via de zorgverzekeraar loopt via een indicatie van een wijkverpleegkundige. Daarvoor moet ook een overeenkomst én een zorgplan met de zorgverleners worden gemaakt. Er mag alleen zorg geboden worden die in dit plan omschreven staat. De zorg wordt voor een aantal uren per week ingedeeld, vaak een deel in verzorgende handelingen (zoals helpen bij douchen en aankleden) en een deel in verpleegtechnische handelingen (bijvoorbeeld het toedienen van medicatie).

Hier geldt echter niet dat als je de zorg goedkoper inkoopt, je meer zorg kunt kopen. Het aantal uren vanuit de toekenning (die je krijgt naar aanleiding van je aanvraag) is leidend. Je moet bij de zorgverzekeraar declareren.

WMO via de gemeenten

WMODe WMO wordt per gemeente anders ingevuld. Daar kan het zorgloket van je gemeente je meer over vertellen. Voor de indicatie is hier altijd een zogenaamd keukentafelgesprek, waarin thuis besproken wordt wat je wel of niet zelf kunt en waar eventueel familie of mantelzorgers je kunnen ondersteunen.

Let op: mantelzorg kan niet verplicht worden! Het is aan te raden bij zo’n gesprek een onafhankelijke cliëntondersteuner te vragen; die kun je vinden via MEE (een landelijke organisatie die mensen met beperkingen ondersteunt).

De kosten van een zorgregisseur (het bureau waar Paola werkte rekende tussen de 600 en 800 euro) kun je niet uit het pgb betalen, want het wordt niet als zorg beschouwd. Het pgb voor de WLZ kent wel een vrij besteedbaar bedrag (1,5 % van het toegekende jaarbudget met een maximum van € 1250,–) dat je ervoor kunt gebruiken.

Bij het beheer van een pgb moet er altijd een juiste (online) boekhouding worden gevoerd en bij controle moet je de zorgovereenkomsten en facturen overleggen. Je mag niet meer declareren dan het budget groot is (of bij de zorgverzekering het aantal uren).

Wil je dus thuis blijven wonen met een pgb, dan krijg je vaak met drie verschillende wetten te maken. De zorgregisseur kan je helpen met het gedeelte dat onder de WLZ valt. De belangenorganisatie voor mensen met een pgb Per Saldo kan je verder informeren en je ondersteunen.

Meer lezen?

www.pgb.nl

www.mee.nl

www.ciz.nl

Verschenen in MSzien nr. 1 – maart 2018

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *