Laat het er niet bij zitten!

Mr. Bob Berkemeier heeft twee passies: muziek en recht. Typ je Bob Berkemeier in op google dan ontmoet je allereerst Bob Berkemeier de dirigent. Maar Berkemeier is ook jurist met specialisatie gezondheidsrecht. Sinds een jaar of vier houdt hij zich bezig met letselschade. In die tijd heeft hij al menige rolstoeler bijgestaan die tengevolge van een ongeluk te maken kreeg met letsel, pijn en extra ongemak. Daar zit je als rolstoeler nu juist niet op te wachten.

Door: Nora Holtrust

Twee voorbeelden van zaken waar Berkemeier in zijn letselschade-praktijk mee te maken krijgt: Mevrouw Anninga en Bettina. De namen zijn gefingeerd, de voorbeelden zijn echt. Mevrouw Anninga (73) zit in een rolstoelbus die hard moet remmen en vervolgens tegen de vangrail botst. Mevrouw valt op een heel ongelukkige manier uit haar rolstoel , die niet is vastgezet door de chauffeur. Gevolg van het ongeval: zware kneuzingen over haar hele lichaam, een moeizaam genezingsproces, veel onkosten. En een drastisch veranderd leven met veel beperkingen die er vóór het ongeval niet waren.

Bettina (25) rijdt over een speciaal voor haar neergezette brug vanuit de trein het perron op van het Centraal Station in Amsterdam. Ze zit in een zware elektrische rolstoel en heeft haar hulphond bij zich. Terwijl ze de steile helling van de brug probeert af te rijden, klapt ze met haar rolstoel voorover op het perron. Enorm geschrokken en met meerdere verwondingen gaat Bettina per ambulance naar het ziekenhuis waar ze enkele dagen moet blijven. Weer thuis – Bettina woont op zichzelf – heeft ze nog maandenlang veel pijn. Ze heeft ook extra hulp nodig voor haar huishouding. Haar geliefde vrijwilligerswerk op een school kan ze maandenlang niet doen. Daarvan heeft ze veel verdriet én ze mist een leuk zakcentje naast de beperkte WAJONG-uitkering. Ook psychisch heeft Bettina een zware klap gekregen. Ze durft heel lang de trein niet meer in.

Ingrijpende gevolgen

Deze voorbeelden zijn een goede illustratie van waar Bob Berkemeier in zijn letselschadepraktijk mee te maken krijgt. “Regelmatig staan we ongevalsslachtoffers bij die van een rolstoel gebruik maken”, zegt hij. “Als je op een rolstoel bent aangewezen, moet je meestal al een heleboel extra dingen regelen om ergens te komen. En als je dan onderweg in je rolstoel ook nog eens een ongeluk krijgt, waardoor je letsel oploopt, dan heeft dat ingrijpende gevolgen voor je dagelijks functioneren. Zo zeer soms dat het wankele evenwicht in je persoonlijk leven in één klap helemaal wordt verbroken.”

Maar, voegt Bob daar meteen aan toe, wie een ongeluk overkomt met een rolstoel heeft wél recht op juridische bijstand bij het vaststellen en verhalen van de schade. En de aansprakelijke partij is wettelijk verplicht de kosten van die bijstand te vergoeden. Over het algemeen zal de aansprakelijke partij een verzekering hebben; dat geldt zeker voor een taxibedrijf of bijvoorbeeld de NS. En tegen een verzekeringsbedrijf kun je maar beter niet zelf gaan procederen. Dan is het handig de hulp in van een expert in te roepen, een letselschade-deskundige.

Veilig vervoer

Bob legt uit: Wie met een rolstoel een lijn- of rolstoelbus inrijdt of bij een treinstation een kaartje koopt, sluit juridisch gezien een ‘overeenkomst van personenvervoer’. Dat is een overeenkomst, waarbij de ene partij (de vervoerder) zich tegenover de andere partij verbindt (lees: verplicht) hem of haar te vervoeren. De vervoerder is op grond van artikel 81 van het Burgerlijk Wetboek (onder andere) aansprakelijk voor letselschade die de reiziger in verband met het vervoer is overkomen. Alleen als de vervoerder ondanks alle voorzorgsmaatregelen letsel niet heeft kunnen vermijden is hij niet aansprakelijk.

Maak je als reiziger gebruik van het openbaar vervoer zoals lijnbus en trein, dan zijn er aparte wetsbepalingen. Maar die komen er ook op neer dat de vervoerder de reiziger veilig en zonder ongelukken van A naar B moet brengen, inclusief het in- en uitstappen. Overkomt de reiziger tijdens het vervoer een ongeval, waarbij hij gewond raakt of erger nog komt te overlijden, dan kan de vervoerder zijn aansprakelijkheid bijna niet ontlopen. “De gewonde bus-, trein- of taxipassagier heeft dus een sterke positie als hij of zij de vervoerder aansprakelijk stelt op grond van onzorgvuldige uitvoering van de vervoersovereenkomst”, zegt Bob.

Rolstoel had moeten worden vastgezet

Met deze algemene regels in ons hoofd willen we nu wel eens weten hoe het mevrouw Anninga is vergaan. Mevrouw Anninga kwam in het ziekenhuis terecht en haar familie ging naar het Bureau Slachtofferhulp, vertelt Bob. Die verwezen de familie meteen door naar het letselschadekantoor van Bob Berkemeier (Maassen Partners, red). Bob nam contact op met mevrouw Anninga en begreep uit haar verhaal dat de chauffeur de rolstoel beter had moeten vastzetten. Dan zou die bij de noodstop niet zijn omgevallen. De chauffeur was geen eigenaar van de bus maar in dienst van een bedrijf. Pas na veel vijven en zessen kreeg Bob de informatie die hij nodig had om de verzekeraar van de rolstoelbus aan te spreken.

Deze (WA-)verzekeraar bleek bereid de schade coulant te vergoeden. Dat wil zeggen alle kosten voor de juridische bijstand én een passend smartengeld als compensatie voor een lange periode met pijn en beperkingen en voor de onmogelijkheid geliefde hobby’s nog langer te beoefenen. Mevrouw Anninga hoefde dus zelf niets zelf te betalen.

Te steil en onvoldoende begeleid

jd-recht-080530-rolstoelongeluk-berkemeierIn het andere geval, dat van Bettina, stelde Bob de NS aansprakelijk. “ik stelde dat de helling van de rolstoelbrug te steil was en dat het perronpersoneel Bettina onvoldoende had begeleid bij het verlaten van de trein. Zij hadden het voorover kantelen van de rolstoel moeten voorkómen door de rolstoel vast te houden toen ze zagen hoe steil de afrit was.

De NS-afdeling waar de aansprakelijkstelling in eerste instantie terecht kwam, was het niet meteen met Bob eens. “De brug zou aan de eisen hebben voldaan en het personeel zou de voorschriften hebben gevolgd. Daar was ik het dus volstrekt mee oneens en ik ben toen informatie gaan verzamelen over de dienstvoorschriften bij NS. Wat zeggen die over de verplichtingen van het trein- en stationspersoneel bij de begeleiding van reizigers in een rolstoel? En wat stond er in het rapport van de spoorwegpolitie? Die was ter plaatse geweest, dat herinnerde Bettina zich nog”.

Volgens Bob moet je, wanneer de NS beweren dat het ongeval te wijten is aan een fout van het slachtoffer, wel met kennis van zaken het tegendeel kunnen bewijzen. “Daar heb je dan een technisch deskundige voor nodig, liefst iemand die door zijn kennis en ervaring binnen NS de voor een leek niet te controleren beweringen van NS-medewerkers kan weerleggen”. En zo iemand had Bobs kantoor. Een ingenieur die tot zijn pensioen bij de NS had gewerkt. Deze ingenieur werd om advies gevraagd over de veiligheid van de gebruikte brug. Samen met Bettina bekeken ze op Amsterdam CS hoe het eraan toe gaat bij het in- en uitstappen met behulp van een verplaatsbare rolstoelbrug. Van perronmedewerkers kregen ze informatie over de procedures rond het gebruik van de bruggen voor rolstoelers.

Over de brug

Inmiddels was de zaak binnen NS overgedragen naar een andere afdeling. Bob vertelt: “Terwijl onze technisch adviseur nog bezig was met zijn rapport over rolstoelbruggen, begon de NS opeens haast te maken. Ons kantoor maakte een voorstel voor een passende schadevergoeding en daarin ging de NS grotendeels mee. Bettina kreeg smartengeld en de kosten voor de juridische bijstand en die voor het rapport van de technisch adviseur werden door NS keurig vergoed”. Aan het eind van de rit vroeg de NS zelfs naar het rapport van de adviserende ingenieur van Maassen Partners. “Ze dachten dat ze er misschien nog wat van konden leren om nieuwe ongelukken met te steile rolstoelbruggen te voorkomen”.

Wens

“Bettina had nog één wens”, zegt Bob, “de NS-mensen zouden zelf eens moeten ervaren wat een rolstoeler zoal meemaakt. En laat de NS nou zowaar op de wens van Bettina ingaan! Bettina en ik hebben samen met een medewerker van de NS een treinrit gemaakt om die ervaring op te doen. Daaruit bleek dat taxivervoer naar en van het station, perrondiensten en de trein beslist nog niet naadloos op elkaar aansluiten. Dat kan en moet dus beter”, aldus Bob.

Heb je als lezer of ervaringsdeskundige vragen, opmerkingen of andere reacties naar aanleiding van dit artikel, mail die alsjeblieft naar mr. Bob Berkemeier: b.berkemeier@planet.nl

MSzien jaargang 7, juni 2008 (2)

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *