Blog Nel

De armondersteuning heb ik in huis. Het is een ding met daar weer dingen aan (dank Jeroen van Merwijk). Een deel omvat de aansluiting op de accu van de rolstoel en zit vast aan mijn rolstoel. Het andere deel moet je daaraan vastmaken en heeft scharnierpunten en een kuipje waar mijn arm in kan hangen.

hulphond aardappelenDe armondersteuning heb ik thuis uitgeprobeerd. Welnu: als ik hem ‘aan’ heb, wordt mijn arm omhoog geholpen. Ik kan zelf instellen hoeveel hulp ik daarbij wil. Dat is heel prettig. Maar: hij kan niet naar beneden. Dat betekent: geen beloningsbrokjes geven aan de hond. Niets pakken uit de keukenlades. Dat valt erg tegen.

De armondersteuning heb ik in de boerderijwinkel uitgeprobeerd. Daar moeten aardappelen afgewogen worden in zakken van minimaal 1 kg. Of er moet een hele knolselderij of een zak wortelen afgewogen worden. Hulp bij het tillen is dus welkom. Maar de armondersteuning maakt mijn arm 10 cm breder door uitsteeksels en dat past daar niet. Een hele ochtend heb ik hem aangehad, met steeds meer stress. De ergo zei nog: ‘Niet meteen een hele ochtend.’ Ik laat het ding voorlopig uit. Later weer.

Dax is intussen al 8 jaar. De trainster kwam weer langs voor het halfjaarlijkse gesprek en we hadden het over Dax’ pensioen als hij 10 is. Wil ik dan weer een nieuwe hulphond? En wat wil ik met Dax? Hij is nu nog eigendom van de Stichting Hulphond. Ik kan hem na zijn pensioen overkopen. Maar als ik dan ook een nieuwe hulphond krijg, heb ik er twee! Dat zal heel pittig zijn, want een nieuwe hond vraagt in het begin extra energie. Hij of zij moet ingesteld raken op mij en de klusjes die er bij mij gedaan moeten worden. Dat inregelen gaat eerst samen met de trainster, maar na een aantal weken moet je dat zelf gaan doen. En er zouden dan een oude en jonge hond zijn die meestal niet samen uit kunnen. Een jonge hond moet z’n energie kwijt. De oude is oud. Ik vrees dat ik Dax niet kan houden dan.

In Zeeland heb ik met een kennis, een voormalig wijkverpleegkundige, zitten praten over mijn vriendin en haar rol als partner en als mantelzorger. Als je niet oppast, ben je alsmaar aan het zorgen en kom je niet meer aan jezelf toe. Bij ons is het zo: mijn vriendin H. doet alle zorg voor mij. ’s Ochtends uit bed en ’s avonds er weer in met tillift. Aankleden, steunkousen, haren. En ze kookt van recepten die ik meestal uitgezocht heb. Zelfs een ontbijtje krijg ik, terwijl ik dat best zelf zou kunnen maken, maar ze vindt het leuk om voor me te zorgen.

Eens in de 2 maanden gaat H. een week alleen naar haar huis in Zeeland. Dat doen we al sinds het begin van onze relatie. Ik ben dan alleen en krijg ’s ochtends en ’s avonds hulp van een stel zzp’ers vanuit mijn pgb. Ik vind dat de eerste paar dagen altijd spannend: kan ik mezelf redden? Na een paar dagen ben ik er gerust op en is het heerlijk om even op mezelf te zijn wetende dat H. terugkomt. In geval van nood kan ik een van de zzp’ers oproepen.

H. is nu een half jaar met pensioen. Ze heeft een praktijk als coach, maar weinig cliënten de laatste tijd. Alle dagen samen thuis. Helemaal door de beperkingen. Dat ging scheef zitten. We hadden allebei tijd voor onszelf nodig. Dus nu blokkeert ze 3 middagen in de week, dat is (werk)tijd voor haarzelf. Ik weet dan dat ik geen beroep op haar kan doen (behalve in noodsituaties natuurlijk). En ik kan dan ook lekker mijn gang gaan.

Nel

 

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *