Troost

Troostschrijven, dat is wat ik probeer. En troostschrijven begint met troostkijken.
En om troostend te kunnen kijken probeer ik ook troostend te denken.

Voorbeeld: ik zit geknield op de grond om het stof onder de bank weg te zuigen. Dat beeld van mezelf in deze houding is niet bij voorbaat troostend; dat zou je ook kunnen opvatten als zorgelijk. Zeker als je even daarvoor gezien hebt hoe ellendig mijn verplaatsing naar de stofzuiger was. Laat staan de verplaatsing mèt de stofzuiger in mijn handen: een zeemansloop slingerend van links naar rechts. Ik hoor mijn partner al zeggen ‘Laat mij dat nou doen!’ en mezelf denken ‘Dit is precies een klusje voor de hulp in de huishouding; laat het zitten!’

Maar ik ben hier nu eenmaal aan begonnen en troost mezelf met de gedachte ‘Nu kán ik dit
nog; ik kan op dít moment in mijn leven nog zelfstandig door mijn knieën zakken en me tot
aan de grond vooroverbuigen om met een stofzuigerslang onder de bank te verdwijnen.’ Die
gedachte maakt me blij, zo blij dat ik besluit gestrekt op mijn buik nog grondiger te werk te
gaan. Hoe ik straks overeind kom zie ik dan wel weer.

Al zuigend sleep ik een boekje over wervelstormen vanuit een stofwolk naar me toe en vind
ik het sieraad van blauwe en oranje kraaltjes terug dat mijn zoon het ‘Oekraïense
armbandje’ noemt.

Dat er zelfs onder je bank troost verborgen ligt is iets van onschatbare waarde. Het betekent
dat iedere dag iets moois voor je in petto heeft. En als je niet meer onder de bank kunt
kijken dan vind je het ergens anders. Let maar op.

Ilse

Foto: Maxim Wermuth

Nog meer Ilse? blog-ilse
Meer weten over troost ?

 

 

Dit bericht heeft 2 reacties

  1. Juist, dat waren ook mijn gedachten toen ik met mijn zo gehate stofzuiger in de weer was: nu kan ik het! Een wonder voltrok en nu haat ik het niet meer, maar geniet ik ervan dat ik het kan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *