Blog Ilse: Thuis

Ik fiets achter mijn zoontje. Het weekend voorafgaand aan de ‘landelijke thuiswedstrijd’ leerde hij door veel geduld en hulp van zijn vader fietsen. Nu is het zijn lust en zijn leven. Als een dolle laat hij zijn beentjes rondjes draaien op de piepkleine trappers. Ik raak niet uitgekeken en -gelachen. Hij wil graag hard fietsen. Hij gaat in volle vaart. Het fascineert hem zelf ook, dus hij wil naar zijn trappende benen kijken. Dan zie ik zijn hoofdje met de vrolijke helm weer helemaal naar beneden buigen en ben ik blij dat zijn vader hem bijhoudt om in te kunnen grijpen.

verlaten schommel op speelpleinWe fietsen op het verlaten fietspad naar zijn school. Lege, donkere klaslokalen, de bomen kaal met een lichtgroene waas, verlaten op het schoolplein. Schommels hangen er wezenloos bij.

We nemen een bospad achter de school en komen uit bij een grote, stille vijver. Daar stoppen we even om te spelen bij de waterrand.

De dagen vullen zich in deze afgezonderde tijd met kijken naar mijn kind, kijken naar mijn vriend, en kijken naar mijn thuis.

We wonen nu vier maanden op deze nieuwe plek. Het voelt vertrouwd met al onze eigen spullen. Het bad is ons bad geworden door de dieren die daar dagelijks staan te wachten op hun volgende dobberbeurt. Een neushoorn, eland, ijsbeer en flamingo, waarvan ik die laatste tijdens het douchen altijd even recht moet zetten, omdat dat ene pootje zijn lijf toch niet blijkt te kunnen dragen.

krijttekeningDe vorige bewoners van ons huis hebben een tuin aangelegd met tegels. Ik huiver een beetje van tegels. Maar toch zijn deze tegels nu onze tegels doordat er altijd wel een krijttekening op staat, vaak vergezeld door een schep of een bal.

De dagen zijn vol, de dagen zijn levendig en de dagen zijn uitputtend.

Onze zoon leeft de dagen zonder school en vriendjes uitbundig. Hij gedijt bij alle rituelen die er ontstaan in ons nieuwe thuisnest. Het voelt weer een beetje als na zijn geboorte. Alle uren die we toen samen doorbrachten; die tijd hebben we nu ook. Al mis ik wel de rust die bij die periode hoorde.

Daar speelt hij bij het water met zijn vliegende dino, met de ingewikkelde naam Quetzalcoatlus. Tijdens het zingen van het alfabet waren we vandaag zo blij dat we een dier kenden dat begon met de ‘Q’. Een letter die normaal gesproken wat buiten de boot valt, heeft van mijn zoon een glansrol gekregen.

En dan roept hij: ‘Kom jongens, pak je fietsen!’ Passerende wandelaars schieten in de lach. We pakken met z’n drieën onze fietsen en onze zoon zegt net zo stellig als ik het zelf zou kunnen zeggen: ‘Andere route naar huis, want twee keer dezelfde is saai.’ Als we weer in volle vaart verder gaan, kijkt hij ons aan en zegt: ‘Ik heb tranen in mijn ogen…. van geluk.’

Bij thuiskomst brengt hij me een kop koffie in de slaapkamer met daarbij de tekst ‘rust jij maar even lekker uit mama en we mogen ook een chocolaatje’. Waarna hij pontificaal boven op me komt zitten, het dekbed ligt daarna vol stukjes afgeknabbelde chocolade.

Minuten worden iedere dag weer uren en uren dagen. Dat geldt voor het kleine mannetje en óók voor de voortdurende thuiswedstrijd. Ik neem een slok koffie.

Ilse

Fotografie: Maxim Wermuth en Ilse

Meer lezen?

Dit bericht heeft 2 reacties

  1. Ach ja, dat kleine fietsje, die beentjes en het trotse koppie…
    Wat een heerlijk melancholisch gevoel, Ilse, dank je!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *