Het dorp is loom. Fietsend door de luie straten lijken de huizen onderuitgezakt vakantie te vieren. Er zijn nauwelijks geluiden te horen, op het ritselend wuiven van de bomen na. Ze zwaaien naar me als grote groene vlaggen. Er ligt een verdwaald mondkapje op het fietspad.

Een week geleden zag ik het ook al liggen. Toen werd het gevouwen blauwe doekje nog overreden door tientallen scholieren. Nu ligt het in alle stilte platgedrukt en vol bruine wielafdrukken af te wachten. Omdat ik gehecht ben geraakt aan het beeld, besluit ik om het niet op te rapen. Het staat symbool voor de afgelopen maanden. Een rondslingerend mondkapje vind ik nu net zo vanzelfsprekend als een verloren handschoen.

Tijdens mijn tochtje zie ik de man met het petje, de beige korte broek en de steunkousen. Hij zit uit te rusten op zijn rollator; hij past goed in het luie straatbeeld. De man is voor mij een ijkpunt. Hij hoort als het ware bij het meubilair van mijn buurt. Ik glimlach vriendelijk naar hem. Het lijkt me onmogelijk dat ik op mijn beurt een ijkpunt ben voor hém. Dames met een knotje, daar heb je er zoveel van.

Dan neem ik de afslag naar het bospad. Met het lome dorp in mijn rug probeer ik nu hard richting de open weidevelden te fietsen. Het zanderige pad vol kiezels en stenen is niet erg geschikt voor mijn elektrische stadsfiets. Maar ik waan mezelf op een mountainbike met dikke banden, dus trap stug door. Ik heb me bovendien voorgenomen om me in het zweet te werken en deed er zelfs mijn sportieve kleren voor aan.

Als ik het bospad verlaat voel ik de wind langs mijn oren suizen. Het weidse uitzicht verruimt de wereld. Ik bedien het computertje op mijn fiets en ga harder en harder, mezelf niet mountainbiker maar motorrijder wanend.

Het hele fietspad wil ik op volle toeren afmaken, of nóg verder gaan. Nog weilanden verder. Op mijn trappers staan om nóg meer vaart te maken en dan met mijn stuur van links naar rechts te zwenken. Helaas, dat zit er ook vandaag niet in. De benen haperen. Ik stop en pruttel daarna als een oldtimer terug naar het dorp.

Traag fiets ik langs de supermarkt en zie net de steunkousenman met zijn blote knieën naar buiten schuifelen. Aan zijn rollator hangt nu een gevulde boodschappentas. We zijn deze dag alle twee een klein stukje opgeschoven in de tijd. Wie weet herkent hij die vrouw met die rooie kop en dat verwilderde knotje nu wél.

Ilse

Fotografie: Maxim Wermuth

Dit bericht heeft 1 reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.