JANUARI

Weggedoken lijven staan wezenloos op het schoolplein. Neuzen steken net boven sjaals uit. Waar moeten we het over hebben met elkaar? 

Blog Ilse - JanuariHet is zoeken naar gesprekken, met onze schouders verkrampt omhoog en onze handen verstopt in jaszakken. Gebabbel over ‘waterkoud’, ‘gure wind’, ‘zacht voor de tijd van het jaar’, als dit, dan dat, je rommelt wat, je doet maar wat, allemaal niet zo noemenswaardig. Dat is januari.

We moeten van deze maand geen torenhoge verwachtingen hebben. Het is wat het is, de dagen zijn nog kort, de nachten lang, de luchten grijs, de feestdagen voorbij, de planten dor, de bomen kaal, de wegen soms glad.

De deuren gaan open en daar zijn ze: de kinderen die de dag inkleuren. Met hun jassen nog onder de arm stormen ze naar buiten. Wanten en mutsen struikelen door het zand. ‘Boe!’ roept mijn zoon, die me van achteren heeft beslopen.

De kinderen lijken dwars tegen het onbestemde gevoel van januari in te banjeren. Met hun luide stemmen doorbreken ze de doffe stilte die hier vlak ervoor nog op het schoolplein heerste.

Zelf stond ik vanochtend brommend op. Mijn bed was een hol en ik was de beer en hield een winterslaap. Het kleine beertje dat me toen wakker heeft geschud springt nu vrolijk de bakfiets in. Hij is een zonnige verschijning in zijn gele broek en gele trui met daaroverheen een geel shirt met dino’s erop. Vanochtend kwam hij triomfantelijk naar beneden en zei: ‘Ik heb vandaag gekozen voor de kleur geel.’

We fietsen langs de bosrand en ik luister naar zijn verhalen over hutten bouwen en betalen met stenen. ‘Is het al bijna lente?’ vraagt hij me dan. Nee, zeg ik, het is januari; de winter is pas nét begonnen.

Tekening: Cynthia Borst

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.